lOMoARcPSD|46733966
I NLEIDING : W AT IS ETHIEK ?
1. E EN EERSTE ORI ËNTATI E
EEN ETYMOLOGISCHE AANLOOP
Om over ‘het goede voor individu en gemeenschap’ te spreken, gebruikt men meestal substantieven en adjectieven die
teruggaan op een drietal wortels
- Moraal – moreel – moraliteit -> Latijnse oorsprong
- Ethos – ethisch – ethiek -> Griekse wortels
- Zeden – zedelijk – zedelijkheid -> Germaanse wortels
ð Verwijzen allemaal naar eenzelfde veld/register in ons taalgebruik, maar er zijn verschillen in
betekenis
•De adjectieven (‘zedelijk’, ‘moreel’ en ‘ethisch’) zijn min of meer synoniemen. De
substantieven zijn niet synoniemen en verwijzen naar verschillende niveaus van reflectie
ð Bron: Grieks
è Ethos : woon- of verblijfplaats van dieren of mensen, onder meer stal, weide. normen in
de samenleving die al dan niet verschuiven, maatschappelijke dimensie
è Èthos: gewoonte, zede, aard, wezen, karakter, gewone handeling- en/of denkwijze,…
persoonlijke overtuiging over de samenleving (Mandela, Gandhi…),
individuele/persoonlijke dimensie (vb. karakter, gezondheid, grondhouding)
è Ethnos: groep levende wezens, een kudde dieren of een groep mensen, en daarvan
afgeleid: volk, natie.
à Deze drie woorden zijn verwant omdat er een verband bestaat tussen een
sociale groep, zijn verblijfplaats en zijn levensgewoonten. Dat verband vind je
overigens in de meeste talen terug (bijvoorbeeld ‘gewoonte’– ‘wonen’,
‘habitude’– ‘habiter’, ‘moeurs’–‘demeurer’).
MORAAL (ETHOS)
Moraal (ethos) = een objectief beschrijfbaar systeem van gedragsregulering m.b.t. wat goed of slecht is, geoorloofd of
verboden bij individu of groep. Hoe we ons gedragen als lid van een gezin, we worden erin geboren en opgevoed
MORALITEIT (ÈTHOS)
= Klemtoon gelegd op het kwalitatief niveau of gehalte van handelen en handelingsbewustzijn
ð Standpunt van het subject: het is betrokken op het individu.
ETHIEK
= een systematisch-kritische reflectie over moraal en moraliteit. Nadenken over zowel het ene als het andere en de
verhouding tussen de twee. Taal is hoe we ons uitdrukken met een aantal regels, maar het blijft een structuur die wij
zelf gebruiken en waar we kunnen van afwijken. Je moet soms durven af te wijken en soms zal je dan scheef bekeken
worden.
V ORMEN VAN ETHI EK
Praktische wijsbegeerte ó theoretische wijsbegeerte;
- Theoretische wijsbegeerte:
ð is weten om het weten: ze wil onze kennis vermeerderen zonder zich om de directe bruikbaarheid
of toepassing ervan te bekommeren.
ð de ‘werkelijkheid zoals ze is’ (Sein– Is) als voorwerp; de werkelijkheid onder het aspect van het
‘ware’, van wat het geval is.
- Praktische wijsbegeerte:
ð een weten omwille van het handelen: ze wil onze praxis, onze omgang met de werkelijkheid en/ of
die werkelijkheid zelf verbeteren.
ð de ‘werkelijkheid zoals ze zou moeten zijn’ (Sollen – Ought) als voorwerp;
ð de werkelijkheid onder het aspect van het ‘goede’, van wat nog niet is maar behoort te zijn.
, lOMoARcPSD|46733966
DESCRIPTIEVE ETHIEK (BESCHRIJVENDE ETHIEK) = MORAALWETENSCHAP
- Brengt het morele veld in kaart, zowel vanuit historisch (diachronisch) als vanuit hedendaags (synchronisch)
oogpunt -> beschrijven en verklaren waar het kan.
- Vaak in menswetenschappen:
• Economie: Adam Smith, 18e eeuw
• Sociologie: Max Weber, 19e-20e eeuw (verband tussen denken en maatschappelijke realiteit,
moderne bureaucratie, verband tussen protestantisme en kapitalisme) , Emile Durkheim, 19e20e
eeuw (verband tussen gestructureerde samenleving en suïcide)
• Psychologie : Wundt, 19e-20e eeuw(eerste laboratorium met proefpersonen)
• Culturele antroplogie, mentaliteitsgeschiedenis, criminologie etc.
- Wetenschap kan nuttig zijn om te informeren hoe de samenleving eruit ziet, maar tegelijkertijd ook een risico
-> wetenschap kan tot morele conclusies komen, kan neiging hebben om van beschrijvende benadering van
de dingen over te stappen naar een normatieve benadering van de dingen
• Kohlberg, 20e eeuw: Hoe komt men tot morele inzichten? -> morele dillema’s aan proefpersonen
• Heinz-dilemma : medicijn dat heel duur is om iemand dat terminaal is te genezen. Mag dit
medicijn gestolen worden?
• Stadia van de morele ontwikkeling, 3 niveaus:
1) Pre-conventioneel (gedrag is gericht op vermijden van straf)
1. Regels volgen uit gehoorzaamheid ten opzichte van autoriteiten (omdat het van
mama niet mag, omdat het van de juf moet,…)
2. Goed is eigen belang volgen
2) Conventioneel (sociale erkenning door conformiteit)
3. Goed is de verwachtingen van anderen vervullen en loyaal zijn
4. Goed is de wetten respecteren en plichten vervullen
3) Post-conventioneel (zich richten op algemene morele principes vanuit het oog voor
algemeen maatschappelijk belang)
5. Zich houden aan onderlinge afspraken en vermeerdering van het nut voor zoveel
mogelijk mensen
6. Goed is het volgen van autonoom gekozen, universele rechtvaardigheidsprincipes
ð Vrouwen komen gemiddeld tot aan 4.
ð Mannen aan 6.
= Mannen zijn moreel hoogstaander/volwassener dan vrouwen
è MAAR: morele conclusies worden uit wetenschappelijk onderzoek gehaald, kan dit
zomaar?
è Opletten als wetenschap ‘meer’ dan wetenschap wil zijn
è In dit onderzoek zitten impliciete morele stellingen die hij zelf niet verantwoord,
het onderzoek brengt hem naar conclusies die niet rechtstreeks meer uit het
onderzoek zijn afgeleid
è Is er een verhouding tussen verschillende invullingen van ethiek?
NORMATIEVE ETHIEK (= MORAALFILOSOFIE)
Filosofische reflectie op het morele die op zoek gaat naar de legitimering van de morele normen
Waarom gelden bepaalde normen? (vb. waarom mag je niet liegen?, waarom hebben alle mensen gelijke rechten?)
è Wil een redelijke verantwoording geven van de normen en fundamenten van een bepaalde moraal- waarbij
‘redelijk’ breder moet worden opegevat dan het strikt wetenschappelijk-rationele
META-ETHIEK
- Reflectie over de reflectie, nadenken over de manier over hoe er binnen de ethiek gesproken en gedacht
wordt
, lOMoARcPSD|46733966
• = een taal over een (ethische) taal
- Semantische/taalkundige invalshoek: betekenis achterhalen van woorden (vb. wat is de betekenis van
begrippen als ‘goed’, ‘deugd’, ‘moeten’?)
- Gelden de basisregels van de formele logica ook voor uitspraken die iets zeggen over mogen/moeten/niet
mogen/verbieden? (vb. problemen rond de verificatie van een ethische uitspraak)
V ORMEN VAN NORMATI EVE ETHI EK
Normatieve ethiek kan worden verder verdeeld in;
- Algemene en bijzondere ethiek:
• Algemene ethiek:
▪ Algemene principes en fundamentele grondslagen voor het menselijke handelen in het
algemeen
▪ Bestudeert normatieve en meta-ethische problemen in hun algemeenheid, zonder ze toe te
passen op concrete situaties
▪ Valt uiteen in:
a. Individuele ethiek:
¨ = Micro-ethiek
¨ Het menselijk handelen, zijn legitimerende normen en zijn funderende
beginselen kunnen kritisch onderzocht worden voor zover het om de mens
als individu, om zijn individueel geluk en goede leven gaat.
¨ Ethiek van de lichamelijkheid, seksuele ethiek, morele
verantwoordelijkheid, individueel geweten, individuele vrijheid, individueel
geluk)
b. Sociale ethiek:
¨ = Macro-ethiek
¨ Menselijk handelen kan worden onderzocht zover het om de mens als
gemeenschapswezenn gaat -> leeft in de wereld van dingen, andere
mensen, grotere groepsverbanden,…
¨ Mondt uit in politieke filosofie (ethiek van de liefde, van de arbeid, van de
vriendschap, tegenover de natuur, tegenover de toekomstige generaties,
tegenover de derde wereld, tegenover de verschillende staatsvormen
• Bijzondere ethiek:
▪ Algemene principes in verband brengen met bijzondere situaties
▪ = Toegepaste ethiek (applied ethics)
Wat het handelende subject en zijn intenties betreft, wordt een onderscheid gemaakt tussen intentie- of
gezindheidsethiek enerzijds en consequentialisme anderzijds.
1. Intentie- of gezindheids ethiek:
• Bij de beoordeling van het ethische gehalte van een daad of persoon alleen de intenties van die
persoon in aanmerking genomen mogen worden en dat de daden en de gevolgen hiervan, hoe
moreel verwerpelijk ook, hierbij geen enkele rol spelen
2. Consequentialisme:
• Bij de beoordeling van het ethische gehalte van een daad of een persoon alleen de gevolgen van de
daden van die persoon in aanmerking genomen mogen worden, en dat de intenties van de persoon,
hoe moreel verwerpelijk ook, hierbij geen enkele rol spelen
• Enkel conqesuenties
ð Meeste ethische systemen nemen een tussenpositie: bij de ethische beoordeling van een daad of een
persoon rekening houden met intenties EN gevolgen.
Object van ethische handeling = ‘het goede’:
1. ‘Goed-voor-ons’: subjectief (vb. genot) -> ook als we het niet onmiddellijk als goed ervaren (vb. deugd, maat
houden)
2. ‘Goed-op-zich’: objectieve standaard van goedheid die we moeten naleven, ookal voelen we er ons
ongelukkig bij bij en al is er zelfs op lange termijn geen goedheid voor het organisme (vb. plicht tegenover
vaderland, goddelijke wet naleven)
, lOMoARcPSD|46733966
• Goede niet omschreven als object, maar als algemene stelregel waaraan ons gedrag zich dient te
conformeren.
• O.b.v. deze indeling worden de ethische systemen ondergebracht in 2 soorten: teleologische of
eudaimonistische (geluk) ó formele deontologische (plicht)
DEEL I. B ASISTHEMA ’ S UIT DE ETHIEK
H OOFDSTUK 1: PROBLEMEN VOOR EEN NORMATIEVE ETHIEK
1.1 L EGI TI MERI NGSCRI SI S
Wat zijn de fundamenten waarop de normatieve ethiek berust? De fundamenten van ethiek komen onder kritiek
te staan, er zijn ernstige vragen over het statuut van de ethiek
1.1.1 D E PARADOX (SCHIJNBAARHEID) VOOR EEN ACTUELE ETHIEK
= ‘morele crisis’ (naast economische, politieke, culturele crises)
- Niet een louter aantasting van traditionele waarden (‘vroeger was het beter’)
• Bevolking is in staat om met veranderingen om te gaan, hoe sneller onze samenleving evolueert
hoe groter ook het risico dat niet iedereen in staat is om mee te kunnen (vb. 70+ jarigen -> ‘vroeger
was het beter’)
- Ook niet het ontbreken van een dergelijke herformulering
• Er bestaan ‘basisteksten’, iets wat we als moreel goed beschouwen, maar niet iedereen is het
daarmee eens (vb. grondwet, universele verklaring voor de rechten van de mens…)
- Wel: Paradox van Apel: Er is een grote vraag naar universele ethiek (wereldwijd, voor alle mensen
intersubjectief geldig zou zijn), maar er is geen aanbod dat die vraag kan voldoen, een dergelijke ethiek blijkt
nodig en onmogelijk te zijn door wetenschap en technologie
• Macro-niveau (wereldschaal): we hebben ontdekt dat alles met alles te maken heeft, we hebben
een ‘planetaire’ verantwoordelijkheid
▪ Vb. Braziliaanse regenwoud heeft effect op de rest van de wereld, maar wij hebben onze
eigen regenwouden ook omver gekapt. Als wij onze bossen gekapt hebben, waarom
mogen de Brazilianen dit dan niet?
▪ Kernexplosie Tsjernobyl, kerndeeltjes van deze explosie dwarrelden neer in West-Europa
▪ Auto’s worden gemaakt met onderdelen die uit de hele wereld worden samengebracht ->
het voorbeeld van een planetair object
▪ ‘Waar vinden we universaliteit als het over ethiek gaat?’
= >Wetenschap en technologie doet de vraag naar ethiek toenemen, maar die
wetenschap en technologie is van die aard dat ze universeel zijn, maar zonder inhoud (vb.
a, b,c x, y in de wiskunde)
• Micro-niveau : relaties tussen mensen
▪ In de mate mensen in direct contact staan met elkaar
▪ Verhoogde techniciteit vergroot ook de draagwijdte van de gevolgen
o vb. auto’s die botsen -> resultaat = heel wat gedoe ó 2 voetgangers die tegen
elkaar lopen, geen goede en vereist dus niet veel technologie
▪ Onze kennis van de implicaties van de velerei handelingen is toegenomen
o Vb. voeding of arbeidsrisico’s
▪ Keuzemogelijkheid t.a.v. wat eertijds het natuurlijke of sociale fatum was
o Vb. waardevolle studiekeuze omdat je die zelf hebt gekozen, beroepskeuze,
partnerkeuze, ouderschap,…
▪ Hoe meer we in een technologische wereld terecht komen, hoe groter de effecten zullen
zijn
▪ Groeiende onderlinge afhankelijkheid, zelfs op wereldschaal
I NLEIDING : W AT IS ETHIEK ?
1. E EN EERSTE ORI ËNTATI E
EEN ETYMOLOGISCHE AANLOOP
Om over ‘het goede voor individu en gemeenschap’ te spreken, gebruikt men meestal substantieven en adjectieven die
teruggaan op een drietal wortels
- Moraal – moreel – moraliteit -> Latijnse oorsprong
- Ethos – ethisch – ethiek -> Griekse wortels
- Zeden – zedelijk – zedelijkheid -> Germaanse wortels
ð Verwijzen allemaal naar eenzelfde veld/register in ons taalgebruik, maar er zijn verschillen in
betekenis
•De adjectieven (‘zedelijk’, ‘moreel’ en ‘ethisch’) zijn min of meer synoniemen. De
substantieven zijn niet synoniemen en verwijzen naar verschillende niveaus van reflectie
ð Bron: Grieks
è Ethos : woon- of verblijfplaats van dieren of mensen, onder meer stal, weide. normen in
de samenleving die al dan niet verschuiven, maatschappelijke dimensie
è Èthos: gewoonte, zede, aard, wezen, karakter, gewone handeling- en/of denkwijze,…
persoonlijke overtuiging over de samenleving (Mandela, Gandhi…),
individuele/persoonlijke dimensie (vb. karakter, gezondheid, grondhouding)
è Ethnos: groep levende wezens, een kudde dieren of een groep mensen, en daarvan
afgeleid: volk, natie.
à Deze drie woorden zijn verwant omdat er een verband bestaat tussen een
sociale groep, zijn verblijfplaats en zijn levensgewoonten. Dat verband vind je
overigens in de meeste talen terug (bijvoorbeeld ‘gewoonte’– ‘wonen’,
‘habitude’– ‘habiter’, ‘moeurs’–‘demeurer’).
MORAAL (ETHOS)
Moraal (ethos) = een objectief beschrijfbaar systeem van gedragsregulering m.b.t. wat goed of slecht is, geoorloofd of
verboden bij individu of groep. Hoe we ons gedragen als lid van een gezin, we worden erin geboren en opgevoed
MORALITEIT (ÈTHOS)
= Klemtoon gelegd op het kwalitatief niveau of gehalte van handelen en handelingsbewustzijn
ð Standpunt van het subject: het is betrokken op het individu.
ETHIEK
= een systematisch-kritische reflectie over moraal en moraliteit. Nadenken over zowel het ene als het andere en de
verhouding tussen de twee. Taal is hoe we ons uitdrukken met een aantal regels, maar het blijft een structuur die wij
zelf gebruiken en waar we kunnen van afwijken. Je moet soms durven af te wijken en soms zal je dan scheef bekeken
worden.
V ORMEN VAN ETHI EK
Praktische wijsbegeerte ó theoretische wijsbegeerte;
- Theoretische wijsbegeerte:
ð is weten om het weten: ze wil onze kennis vermeerderen zonder zich om de directe bruikbaarheid
of toepassing ervan te bekommeren.
ð de ‘werkelijkheid zoals ze is’ (Sein– Is) als voorwerp; de werkelijkheid onder het aspect van het
‘ware’, van wat het geval is.
- Praktische wijsbegeerte:
ð een weten omwille van het handelen: ze wil onze praxis, onze omgang met de werkelijkheid en/ of
die werkelijkheid zelf verbeteren.
ð de ‘werkelijkheid zoals ze zou moeten zijn’ (Sollen – Ought) als voorwerp;
ð de werkelijkheid onder het aspect van het ‘goede’, van wat nog niet is maar behoort te zijn.
, lOMoARcPSD|46733966
DESCRIPTIEVE ETHIEK (BESCHRIJVENDE ETHIEK) = MORAALWETENSCHAP
- Brengt het morele veld in kaart, zowel vanuit historisch (diachronisch) als vanuit hedendaags (synchronisch)
oogpunt -> beschrijven en verklaren waar het kan.
- Vaak in menswetenschappen:
• Economie: Adam Smith, 18e eeuw
• Sociologie: Max Weber, 19e-20e eeuw (verband tussen denken en maatschappelijke realiteit,
moderne bureaucratie, verband tussen protestantisme en kapitalisme) , Emile Durkheim, 19e20e
eeuw (verband tussen gestructureerde samenleving en suïcide)
• Psychologie : Wundt, 19e-20e eeuw(eerste laboratorium met proefpersonen)
• Culturele antroplogie, mentaliteitsgeschiedenis, criminologie etc.
- Wetenschap kan nuttig zijn om te informeren hoe de samenleving eruit ziet, maar tegelijkertijd ook een risico
-> wetenschap kan tot morele conclusies komen, kan neiging hebben om van beschrijvende benadering van
de dingen over te stappen naar een normatieve benadering van de dingen
• Kohlberg, 20e eeuw: Hoe komt men tot morele inzichten? -> morele dillema’s aan proefpersonen
• Heinz-dilemma : medicijn dat heel duur is om iemand dat terminaal is te genezen. Mag dit
medicijn gestolen worden?
• Stadia van de morele ontwikkeling, 3 niveaus:
1) Pre-conventioneel (gedrag is gericht op vermijden van straf)
1. Regels volgen uit gehoorzaamheid ten opzichte van autoriteiten (omdat het van
mama niet mag, omdat het van de juf moet,…)
2. Goed is eigen belang volgen
2) Conventioneel (sociale erkenning door conformiteit)
3. Goed is de verwachtingen van anderen vervullen en loyaal zijn
4. Goed is de wetten respecteren en plichten vervullen
3) Post-conventioneel (zich richten op algemene morele principes vanuit het oog voor
algemeen maatschappelijk belang)
5. Zich houden aan onderlinge afspraken en vermeerdering van het nut voor zoveel
mogelijk mensen
6. Goed is het volgen van autonoom gekozen, universele rechtvaardigheidsprincipes
ð Vrouwen komen gemiddeld tot aan 4.
ð Mannen aan 6.
= Mannen zijn moreel hoogstaander/volwassener dan vrouwen
è MAAR: morele conclusies worden uit wetenschappelijk onderzoek gehaald, kan dit
zomaar?
è Opletten als wetenschap ‘meer’ dan wetenschap wil zijn
è In dit onderzoek zitten impliciete morele stellingen die hij zelf niet verantwoord,
het onderzoek brengt hem naar conclusies die niet rechtstreeks meer uit het
onderzoek zijn afgeleid
è Is er een verhouding tussen verschillende invullingen van ethiek?
NORMATIEVE ETHIEK (= MORAALFILOSOFIE)
Filosofische reflectie op het morele die op zoek gaat naar de legitimering van de morele normen
Waarom gelden bepaalde normen? (vb. waarom mag je niet liegen?, waarom hebben alle mensen gelijke rechten?)
è Wil een redelijke verantwoording geven van de normen en fundamenten van een bepaalde moraal- waarbij
‘redelijk’ breder moet worden opegevat dan het strikt wetenschappelijk-rationele
META-ETHIEK
- Reflectie over de reflectie, nadenken over de manier over hoe er binnen de ethiek gesproken en gedacht
wordt
, lOMoARcPSD|46733966
• = een taal over een (ethische) taal
- Semantische/taalkundige invalshoek: betekenis achterhalen van woorden (vb. wat is de betekenis van
begrippen als ‘goed’, ‘deugd’, ‘moeten’?)
- Gelden de basisregels van de formele logica ook voor uitspraken die iets zeggen over mogen/moeten/niet
mogen/verbieden? (vb. problemen rond de verificatie van een ethische uitspraak)
V ORMEN VAN NORMATI EVE ETHI EK
Normatieve ethiek kan worden verder verdeeld in;
- Algemene en bijzondere ethiek:
• Algemene ethiek:
▪ Algemene principes en fundamentele grondslagen voor het menselijke handelen in het
algemeen
▪ Bestudeert normatieve en meta-ethische problemen in hun algemeenheid, zonder ze toe te
passen op concrete situaties
▪ Valt uiteen in:
a. Individuele ethiek:
¨ = Micro-ethiek
¨ Het menselijk handelen, zijn legitimerende normen en zijn funderende
beginselen kunnen kritisch onderzocht worden voor zover het om de mens
als individu, om zijn individueel geluk en goede leven gaat.
¨ Ethiek van de lichamelijkheid, seksuele ethiek, morele
verantwoordelijkheid, individueel geweten, individuele vrijheid, individueel
geluk)
b. Sociale ethiek:
¨ = Macro-ethiek
¨ Menselijk handelen kan worden onderzocht zover het om de mens als
gemeenschapswezenn gaat -> leeft in de wereld van dingen, andere
mensen, grotere groepsverbanden,…
¨ Mondt uit in politieke filosofie (ethiek van de liefde, van de arbeid, van de
vriendschap, tegenover de natuur, tegenover de toekomstige generaties,
tegenover de derde wereld, tegenover de verschillende staatsvormen
• Bijzondere ethiek:
▪ Algemene principes in verband brengen met bijzondere situaties
▪ = Toegepaste ethiek (applied ethics)
Wat het handelende subject en zijn intenties betreft, wordt een onderscheid gemaakt tussen intentie- of
gezindheidsethiek enerzijds en consequentialisme anderzijds.
1. Intentie- of gezindheids ethiek:
• Bij de beoordeling van het ethische gehalte van een daad of persoon alleen de intenties van die
persoon in aanmerking genomen mogen worden en dat de daden en de gevolgen hiervan, hoe
moreel verwerpelijk ook, hierbij geen enkele rol spelen
2. Consequentialisme:
• Bij de beoordeling van het ethische gehalte van een daad of een persoon alleen de gevolgen van de
daden van die persoon in aanmerking genomen mogen worden, en dat de intenties van de persoon,
hoe moreel verwerpelijk ook, hierbij geen enkele rol spelen
• Enkel conqesuenties
ð Meeste ethische systemen nemen een tussenpositie: bij de ethische beoordeling van een daad of een
persoon rekening houden met intenties EN gevolgen.
Object van ethische handeling = ‘het goede’:
1. ‘Goed-voor-ons’: subjectief (vb. genot) -> ook als we het niet onmiddellijk als goed ervaren (vb. deugd, maat
houden)
2. ‘Goed-op-zich’: objectieve standaard van goedheid die we moeten naleven, ookal voelen we er ons
ongelukkig bij bij en al is er zelfs op lange termijn geen goedheid voor het organisme (vb. plicht tegenover
vaderland, goddelijke wet naleven)
, lOMoARcPSD|46733966
• Goede niet omschreven als object, maar als algemene stelregel waaraan ons gedrag zich dient te
conformeren.
• O.b.v. deze indeling worden de ethische systemen ondergebracht in 2 soorten: teleologische of
eudaimonistische (geluk) ó formele deontologische (plicht)
DEEL I. B ASISTHEMA ’ S UIT DE ETHIEK
H OOFDSTUK 1: PROBLEMEN VOOR EEN NORMATIEVE ETHIEK
1.1 L EGI TI MERI NGSCRI SI S
Wat zijn de fundamenten waarop de normatieve ethiek berust? De fundamenten van ethiek komen onder kritiek
te staan, er zijn ernstige vragen over het statuut van de ethiek
1.1.1 D E PARADOX (SCHIJNBAARHEID) VOOR EEN ACTUELE ETHIEK
= ‘morele crisis’ (naast economische, politieke, culturele crises)
- Niet een louter aantasting van traditionele waarden (‘vroeger was het beter’)
• Bevolking is in staat om met veranderingen om te gaan, hoe sneller onze samenleving evolueert
hoe groter ook het risico dat niet iedereen in staat is om mee te kunnen (vb. 70+ jarigen -> ‘vroeger
was het beter’)
- Ook niet het ontbreken van een dergelijke herformulering
• Er bestaan ‘basisteksten’, iets wat we als moreel goed beschouwen, maar niet iedereen is het
daarmee eens (vb. grondwet, universele verklaring voor de rechten van de mens…)
- Wel: Paradox van Apel: Er is een grote vraag naar universele ethiek (wereldwijd, voor alle mensen
intersubjectief geldig zou zijn), maar er is geen aanbod dat die vraag kan voldoen, een dergelijke ethiek blijkt
nodig en onmogelijk te zijn door wetenschap en technologie
• Macro-niveau (wereldschaal): we hebben ontdekt dat alles met alles te maken heeft, we hebben
een ‘planetaire’ verantwoordelijkheid
▪ Vb. Braziliaanse regenwoud heeft effect op de rest van de wereld, maar wij hebben onze
eigen regenwouden ook omver gekapt. Als wij onze bossen gekapt hebben, waarom
mogen de Brazilianen dit dan niet?
▪ Kernexplosie Tsjernobyl, kerndeeltjes van deze explosie dwarrelden neer in West-Europa
▪ Auto’s worden gemaakt met onderdelen die uit de hele wereld worden samengebracht ->
het voorbeeld van een planetair object
▪ ‘Waar vinden we universaliteit als het over ethiek gaat?’
= >Wetenschap en technologie doet de vraag naar ethiek toenemen, maar die
wetenschap en technologie is van die aard dat ze universeel zijn, maar zonder inhoud (vb.
a, b,c x, y in de wiskunde)
• Micro-niveau : relaties tussen mensen
▪ In de mate mensen in direct contact staan met elkaar
▪ Verhoogde techniciteit vergroot ook de draagwijdte van de gevolgen
o vb. auto’s die botsen -> resultaat = heel wat gedoe ó 2 voetgangers die tegen
elkaar lopen, geen goede en vereist dus niet veel technologie
▪ Onze kennis van de implicaties van de velerei handelingen is toegenomen
o Vb. voeding of arbeidsrisico’s
▪ Keuzemogelijkheid t.a.v. wat eertijds het natuurlijke of sociale fatum was
o Vb. waardevolle studiekeuze omdat je die zelf hebt gekozen, beroepskeuze,
partnerkeuze, ouderschap,…
▪ Hoe meer we in een technologische wereld terecht komen, hoe groter de effecten zullen
zijn
▪ Groeiende onderlinge afhankelijkheid, zelfs op wereldschaal