Prof. Geert Van Hoorick
Opleiding
Academiejaar 2025–2026
, Titel 1: Omgevingsrecht en het Recht
Hoofdstuk 2: Bestuursrecht
2.2: Milieurecht en ruimtelijk bestuursrecht
Omgevingsrecht = leefomgeving (ruimtelijkeordeningsrecht en milieurecht)
Materies voor juristen: (duurzame ontwikkeling, onteigening, gewestplan,omgevingsvergunning, …)
A. Omgevingsrecht, situering in het recht
Het gaat vooral om bestuursrecht, maar ook om: vergunningplicht om te bouwen, aansprakelijkheid voor
milieuschade, ecofiscaliteit edm…
Het omgevingsrecht heeft een toenemende invloed op het privaatrecht: bv. bodemattest bij verkoop van een
onroerend goed
B. Omgevingsrecht = milieurecht en ruimtelijk bestuursrecht
Omgevingsrecht is het ruimtelijk deel van het bestuursrecht waarbij het milieurecht en het ruimtelijk
bestuursrecht centraal staan. Deze twee deelgebieden hebben een instrumentele functie die de overheid kan
gebruiken om beleid te voeren.
- Milieurecht
Milieubeleid: bestrijding van verontreiniging, gericht op de bescherming van de mens en het fysieke milieu
Milieubeheer: duurzaam beheer natuurlijke rijkdommen (bodem, water, enz)
Natuurbehoud: behoud van natuurgebied, wilde flora en fauna
- De ruimtelijke ordening
Beleid gericht op de bescherming van de ruimtelijke kwaliteit en de beheersing van de ruimtelijke
ontwikkeling. Het gaat hem om de bescherming van de beschikbare ruimte. (toekennen van functies van
gebieden, zoals wonen, landbouw, industrie)
Anders zijn het er beleid inzake onroerend erfgoed (monumenten) en het energierecht (regulering m.b.t.
productie, transport, verbruik van energie) die sterk leunen op het omgevingsrecht.
C. Ontwikkeling van het milieurecht en ruimtelijke ordeningsrecht in België
Beide rechtsgebieden zijn vrij jong.
Eerst ad-hoc ‘vrij primitieve’ benadering van milieubeleid (bv: exploitatievergunning - of actie na milieuramp)
Aanvankelijk zijn sinds 1970 aparte wetten gekomen voor de bescherming van milieucompartimenten of
milieusectoren (oppervlaktewater, lucht, bodem, grondwater, afval, natuur…). = de sectorale benadering van
het milieubeleid.
,Ook de ruimtelijke ordening was vroeger nog vrij klein. Was beperkt tot de ruimtelijke plannen van enkele
steden. Daarna, in 1962, werd de Stedenbouwwet ingevoerd, met de totstandkoming van de Gewestplannen.
(invoering van bouwvergunningen, planning)
Na de staatshervormingen zijn deze deelgebieden van het omgevingsrecht grotendeels gewestelijke
bevoegdheden.
Ook mogen we niet vergeten dat ons milieubeleid vandaag ook sterk door internationale en Europese factoren
wordt beïnvloed. (Denk maar aan luchtkwaliteitsnormen EU en WHO, natuurwetten, Green Deal, klimaat…)
Let op! Dit is niet het geval voor onze ruimtelijke ordening. Dit is nu eenmaal geen EU bevoegdheid. Zorg dat
je dus zeker preciseert of het nu om milieurecht gaat, dan om het ruimtelijk ordeningsrecht. (onderzoek wijst
uit dat 90% van milieumaatregelen internationaal of Europees zijn, 70% uitsluitend door de EU - denk maar
aan Birds Directive van EU, of Habitats Directives)
D. Verdere evolutie en integratie milieurecht en ruimtelijke ordeningsrecht
- Tendens naar integratie en codificatie in het milieurecht sinds eind jaren 1980
bv. in Vlaanderen: integratie van exploitatie- en lozingsvergunning in een milieuvergunning in 1985.
De versnippering van taken en overheidscontrole inzake vergunningverlening en het ontbreken van een
algemeen overkoepelend milieubeleid vormden toen grote hinderpalen. Hervormingen als deze hadden als
doel om het milieurecht effectiever en eenvoudiger te maken.
Onder invloed van werkstukken van professoren → later opmaak Decreet algemene bepalingen milieubeleid
(DABM) in 1995 (werd over de jaren heen systematisch opgebouwd)
- Tendens naar integratie en codificatie in het milieurecht EN het ruimtelijk ordeningsrecht sinds 21e eeuw
Bv: in Vlaanderen integratie van stedenbouwkundige vergunningen en milieuvergunningen tot één
omgevingsvergunning in 2014. Het Omgevingsdecreet van 2014 had als doel om administratieve lasten te
verlagen voor ondernemingen en om besluitvaardigheid van de overheid te verbeteren. (nieuwe fancy termen
komen erbij: smarter regulation, better regulation, fitness check. Het gevaar schuilt hierin dat sommigen
onder dit mom milieubeleid afzwakken)
Met al deze veranderingen en verschillende termen: milieurecht, ruimtelijk ordeningsrecht,
onroerenderfgoedrecht waaide een overkoepelende term uit Nederland over: het omgevingsrecht. (dit is een
antropocentrische benadering, in andere landen als VK maar één woord: environment, betekent zowel milieu
als omgeving)
Recent: groene ambities van de EU, Green Deal, klimaatneutraal tegen 2050.
E. Milieurecht en ruimtelijke ordeningsrecht als vakgebied (het omgevingsrecht dus)
- Jonge rechtstakken waarbij instrumentele functie van het recht centraal staat. Rechts als middel om beleid te
voeren.
- Vakgebied heeft eigen systematiek en instrumenten (beginselen, kwaliteitsnormen, emissienormen,
productnormen, afstandsregels…) Verder is het belangrijk voor ons welzijn en voor de economie.
- Wetenschappelijke aandacht toegenomen, rechtspraktijk in Vlaanderen: handboeken, jaarlijks
Milieuzakboekje, Zakboekje Ruimtelijke Ordening, Tijdschriften: TMR, TROS, MER, TOO, STORM…
- Het omgevingsrecht regelt ook de bevoegdheidsverdeling in België: gewesten zijn voor heel wat bevoegd.
- Laatst heeft het omgevingsrecht een impact op de administratieve organisatie van onze overheden.
, F. Enkele belangrijke ideeën uit bestuursrecht om goed te onthouden
- Formele vs. materiële motivering bij individuele besluiten
In de beslissing zelf - in het dossier volstaat.
- Rechtsbescherming tegen besluiten
Administratief beroep vs. jurisdictioneel beroep
Bij overheid - bij de rechter
Legaliteits- en opportuniteitstoetsing - alleen legaliteitstoetsing
Nieuwe beslissing door beroepsinstantie - in geval van vernietiging moet overheid nieuwe beslissing nemen.
- Jurisdictioneel beroep
Bij de Raad van State tenzij de wet- of decreetgever ander rechtscollege bevoegd maakt:
- vaak: de Raad voor Vergunningsbetwistingen - in dat geval is de Raad van State cassatierechter
- Exceptie van onwettigheid (art. 159 Gw.)
De rechter laat onwettige administratieve besluiten en verordeningen buiten toepassing
Titel 2: Milieu, Ruimte, Beleid en Recht
Hoofdstuk 1: Milieu, Ruimte en (de nood aan) Beleid
1.1: Toenemende aantasting door de mens
Een toenemende invloed van de mens betekent ook een toenemende aantasting van ons milieu. Mede door
het nadelig juridisch statuut van de natuur, dieren, milieu (als er al zoiets bestaat) gaan onze flora en fauna
erop achteruit. Hun habitats en leefmilieu verdwijnen en de open ruimte versnipperd als te meer.
1.2: Nadelig juridisch statuut van het milieu
-> Tragedy of the Commons: overbegrazing en individualisme herders zorgt voor iedereen problemen, niet-
duurzaam omgaan met leefomgeving. De vrijemarkteconomie stimuleert overexploitatie van natuurlijke
rijkdommen en beloont degenen die het meeste inpikken. -> Logisch dat de overheid zou moeten reguleren.
Vroeger geen privaatrechtelijk statuut voor milieu. Rond 19de eeuw beoogde de wetgever de
bezitsaansprakelijkheid te reguleren op de ruimte en de natuurlijke rijkdommen. Illustratie art. 544 oud BW
(eigendom; eigenaar doet wat hij wilt) en art. 714 oud BW (toe-eigenen, zaken die aan niemand toebehoren,
deed niets aan probleem van overexploitatie) -> verantwoordelijkheid exclusief bij overheid, niet bij burger.
Het nieuwe BW brengt verbetering: Boek ‘Goederen’ huidige BW in werking sinds 1 september 2021.
Artikel 3.43: “Gebruik van gemene goederen in het algemeen belang, met inbegrip van het belang van
toekomstige generaties”