Hoofdstuk 1: Taalontwikkeling
Hoe leren kinderen taal?
- Creativiteit
- Feedback
- Omgeving
- Aangeboren taalvermogen
Omgevingstaal = verzorgingstaal
Taalontwikkeling (een multidimensionaal gebeuren) = proces dat voorkomt
uit de wisselwerking tussen aangeboren taalvermogen en het taalaanbod van de
omgeving
Proces is verbonden met andere ontwikkelingsdomeinen.
(Motoriek, cognitie en sociaal-emotionele groei)
Aangeboren taalvermogen
Sensorimotorische vermogens
Cognitieve vermogens
Sociaal – emotionele vermogens
Taalontwikkeling van het kind: Waarom beginnende kinderen niet meteen spreken
Sensorimotorische ontwikkeling Kunnen het niet (kleine mondholte)
Cognitieve ontwikkeling Weten het niet (bv: ze zien een eend
maar weten niet dat het een eend is)
Sociaal – emotionele ontwikkeling Ze willen het niet (geen interesse)
Algemene ontwikkeling
Kind heeft normale anatomische en neurologische ontwikkeling nodig om
taal goed te verwerven
1
, Zintuigen, denkvermogen en sociale interactie zijn cruciaal
Aangeboren taalvermogen Het aangeboren vermogen om taal te leren.
Tussen 4 – 7 jaar is het brein het flexibelste
en verloopt taalverwerving het vlotst (=
kritische periode)
Taalaanbod Zowel algemene omgevingstaal, als gerichte
taal naar het kind. Kinderen leren taal door
nabootsen. Taalaanbod gaat over de taal die
de leerkracht gebruikt.
Wisselwerking tussen Kinderen leren niet alleen door imitatie,
aanleg en aanbod maar ook door actief te experimenteren met
taal. Ze bedenken zelf nieuwe woorden of
zinnen zoals tienentwintig, brengde… Het
creatieve proces (zelf woorden/zinnen
maken) toont hoe actief ze hun moedertaal
opbouwen.
3 interactiemiddelen / interactievaardigheden
Taalaanbod Taal van de leerkracht is het voorbeeld voor
de kleuters
Taalruimte Ruimte en mogelijkheden voor kleuters om
gedachten, redeneringen en vaardigheden
met elkaar te delen
Feedback Reactie/terugkoppeling op inbreng van
kleuters om het taalleerproces te bevorderen
Wat heeft een brein nodig om een taal vlot te verwerven?
- Kleuters hebben blootstelling nodig aan een rijk, relevant en
gevarieerd taalaanbod dat aansluit bij wat ze met die taal moeten
kunnen/willen doen
- Kleuters hebben veel kansen nodig om de taal zelf te proberen
gebruiken (zowel mondeling als schriftelijk) in situaties en doelen die voor
hen belangrijk zijn
- Kleuters hebben veel kansen nodig om in conversatie en interactie te
gaan met anderen
- Kleuters hebben impulsen nodig die hen motiveren en activeren om het
rijke aanbod actief te verwerken en actief te benutten
- Kleuters hebben nood aan feedback op hun pogingen
- Kleuters kunnen ondersteund worden met expliciete instructie over de
doeltaal
- Kleuters hebben ondersteuning nodig om strategieën te verwerven en ze
doelgericht te leren inzetten om problemen op te lossen
- Kleuters moeten de kans krijgen om alle competenties die ze verworven
hebben in te zetten
- Ondersteuning en instructie moeten aangepast zijn aan de leeftijd,
cognitieve maturiteit, interesses, voorkennis en motivaties van de
leerlingen
2
, Impliciete instructie = zonder dat kleuters of hun omgeving er bewust mee bezig
zijn
Expliciete instructie = taalaspecten bewust uitleggen, je brengt taal bewust en
duidelijk over
Mondelinge taalontwikkeling
Bouwstenen/componenten van taal:
Taalvorm
Omschrijving Voorbeeld
Fonologie Klanken en de regels waarmee Bak b/a/k
= klankleer klanken tot woorden Bal b/a/l
gecombineerd worden. Intonatie (1 fenomeen verschil,
en klemtonen horen hierbij. maar andere
betekenis)
Morfologie Betekenisvolle elementen Werkwoordvervoeging,
= woordleer (morfemen) waaruit woorden zijn meervoud,
opgebouwd. Een morfeem is een verkleinwoord,
deel van een woord met eigen samengestelde
betekenis. woorden (bv: zandbak
= zand en bak zijn
beide morfemen)
Syntaxis Grammaticale regels waarmee “ik zit”, “ik wil”, “ik heb
= zinsleer woorden tot zinnen worden geslapen”
gecombineerd.
Taalbetekenis, taalgebruik en nadenken over taal:
Semantiek Betekenis van woorden en “ik zit in de kamer op
= betekenisleer zinnen. de bank” vs “ik ga met
de auto naar de bank
toe”
(bank heeft
verschillende
betekenissen.
Pragmatiek Pragmatiek verwijst naar hoe taal Een gesprek starten,
= taalgebruik in gebruikt wordt in sociale situaties een gesprek voeren,
context en met verschillende doelen. beurt nemen, luisteren
naar de ander…
Vb: leren dat als je
“aub” in een vraag zet:
“mag ik aub een
koekje?” is beleefder
dan “mag ik een
3