1.1 Inleiding
De Psychologie heeft “een lang verleden, maar een korte geschiedenis”.
Psychologie als wetenschapsdomein ontstond namelijk pas i/d 19e eeuw (1879; Wundt).
In deze cursus worden verschillende tijdsperiodes besproken, met telkens 4 aspecten die aan
bod komen:
- Sociaaleconomische Context -> situering in economie en maatschappij.
- Maatschappelijk Mensbeeld -> “hoe ziet men de mens?”
- Wetenschappelijke OW -> relevante wetenschappelijke ontwikkelingen.
- Studie v. Psychologie -> OW v. studie psychologische fenomenen.
Vertekeningen v. deze cursus:
- Eurocentrisme (WEIRD).
- Witte mannen.
- Simplificatie / “Grote-figuren geschiedenis”.
1.2 Motivatie voor Geschiedschrijving
Traditionele Benadering Hedendaagse Benadering
Biedt een overzicht v/h verleden. Biedt een overzicht v/h verleden, maar ook
inzichten i/h heden.
Verleden -> Heden = Continu. Verleden -> Heden = Discontinu.
(Zelfde vragen, andere methoden.) (Andere vragen + andere methoden.)
Geen kritische reflectie. Wel kritische reflectie.
1
,TRADITIONELE BENADERING
= de geschiedenis is een opbouwend verhaal van toenemende kennis en wetenschappelijkheid.
(-> vooruitgang)
HEDENDAAGSE BENADERING
= de geschiedenis is één perspectief o/h verleden.
- Inhoud: Begrip van wat y is en hoe deze als discipline tot stand is gekomen.
- Reflectie: Kritische reflectie over de situering v/d y doorheen de geschiedenis.
- Historische context / Tijdsgeest (“Zeitgeist”).
- Culturele context / “Plaats”-geest (“Ortgeist”).
(vb. “MINE” vs. “OURS” denken)
- Discipline y: Evolutie v/d wetenschappelijke methode (o.a. methodologie).
1.3 Geschiedenis v/d Psychologie
De psychologie kan breed gedefinieerd worden als “studie v/h bewustzijn”.
ONTDEKKING V/H BEWUSTZIJN
Dit “bewustzijn” zou ontdekt zijn door de Oude Grieken. Maar wat houdt dit precies in?
a) Realistische Visie
= Men ontdekte het bewustzijn zoals Columbus Amerika ontdekte, als een vaste
afgelijnde entiteit die ook al bestond voor hij ontdekt / onderzocht werd.
b) Instrumentalistische Visie
= Men ontdekte dat het nuttig was om bepaalde processen /
ervaringen te labelen als “bewustzijn”, zodat men het kon
bestuderen. De term “bewustzijn” fungeert dus als een soort
“insectenpotje” voor hetgeen we echt willen bestuderen.
c) Constructivistische Visie
= Men construeerde het bewustzijn. Buiten dit construct is er geen studieobject.
(We bestuderen iets dat we zelf hebben uitgevonden.)
IMPLICATIES V/H CONSTRUCTIVISME
De Constructivistische Visie heeft implicaties voor de psychologie en diens geschiedenis.
- Linguïstisch Determinisme
=> Er is geen “onafhankelijke psychologische werkelijkheid”. De enige manier om
iets zinvol te zeggen over y, is d.m.v. psychologisch taalgebruik.
2
, - Geen Natuurlijke Categorieën
=> Psychologische concepten zijn geen natuurlijke categorieën zoals bvb een appel
dat is. Psychologische categorieën hebben geen vaste inhoud.
- Geschiedenis v/d y = Geschiedenis v/d Constructie v/e y Realiteit
=> De betekenis van psychologische termen verandert doorheen de geschiedenis, en is
niet altijd vergelijkbaar.
(vb. voor de 20e eeuw had niemand “een laag IQ”)
1.4 Algemene Benaderingen v. Geschiedschrijving
INTERNALISME VS. EXTERNALISME
Internalisme Externalisme
Geschiedenis v/e wetenschapsdomein wordt Geschiedenis v/e wetenschapsdomein wordt
enkel besproken binnen dit domein. besproken in relatie met de bredere context.
Interne ontwikkelingen en evolutie. Ook maatschappelijke ontwikkelingen.
In de praktijk worden er natuurlijk altijd zowel interne als externe factoren besproken.
SOCIAAL CONSTRUCTIVISME
Het Sociaal-Constructivisme is een specifieke strekking v/d wetenschapsgeschiedenis, die
rekening houdt met allerlei sociologische en psychologische factoren.
(vb. afkomst v/d onderzoeker, dynamiek onderzoeksteam, drijfveer onderzoeker, etc.)
-> Relativiteit v. wetenschappelijke kennis!
GROTE FIGUREN VS. TIJDSGEEST
“Grote-Figuren Geschiedenis” verwijst naar de opvatting dat de geschiedenis a.h.w. een
aaneenschakeling is van revolutionaire individuen (“the history of the world is but a
biography of great men”).
- Mystificatie -> het ophemelen v. deze individuen.
- Mattheüseffect -> te veel toeschrijven aan bepaalde figuren.
- Matilda-Effect -> te weinig toeschrijven aan belangrijke vrouwen.
Hiertegenover staat de opvatting dat wetenschap vnl. voortkomt uit de tijdsgeest, niet de
individuele bijdragen van “grote-figuren” (“l’art c’est moi, la science c’est nous”). Volgens
hen bepalen grote-figuren de tijdsgeest niet, maar ze weten ze wel mooi te vangen.
1.5 Valkuilen
WHIG GESCHIEDSCHRIJVING
= teleologische visie o/d geschiedenis: tijd beweegt doelgericht naar het heden. Het heden is
steeds het summum van vooruitgang.
3
, - “Wetenschap = vooruitgang.”
- “Sprookjesgeschiedenis” (helden vs. slechteriken => happy end).
De realiteit is natuurlijk veel complexer, en “fouten” zijn vaak even interessant als successen.
PRESENTISME
= hedendaagse ideeën / perspectieven toepassen op het verleden (~Anachronismen).
(vb. Jeanne d’Arc = 1e feministe.)
= naar geschiedenis verwijzen en relevantie op het heden veronderstellen (~Nunc-pro-Tunc).
(vb. Guldensporenslag ~ Taalstrijd Vlaanderen / Wallonië.)
= figuren achteraf gezien extra kennis toeschrijven (~Hind-Sight Bias + Mattheüseffect).
(vb. Triplett’s spoelstudie als start v/d sociale psychologie.)
MAAR aangezien alle geschiedenis bepaald wordt door perspectief, is enige vertekening
natuurlijk onvermijdelijk.
SIMPLIFICATIE
= grote lijnen trekken door het verleden en voortbouwen op secundaire bronnen
(“samenvattingen van samenvattingen”).
EUROCENTRISME + WITTE MANNEN BIAS
4