H1 geschiedschrijving
Ebbinghaus: ‘de psychologie heeft een lang verleden, maar een korte geschiedenis’
o de geschiedenis start volgens hem vanaf 1879 wanneer Wundt het eerste labo
voor psychologie in Leipzig opricht
o verleden start volgens hem in 4de eeuw voor Christus wanneer filosoof Aritoteles
de fundamenten voor de psychologie legt
Motivering om terug te blikken op het verleden – Waarom?
Traditionele benadering
citaat Ebbinghaus als voorbeeld van deze benadering
= studie van het verleden dient om de relevantie van de psychologie en haar
onderzoeksdomein te bekrachtigen en om aan te tonen hoezeer er al vooruitgang is
geboekt in de discipline ten opzichte van voorheen
o psychologen zijn de intellectuele erfgenamen van auteurs uit het verleden
o de vragen uit verleden zijn hetzelfde als de vragen uit heden, maar de methode
verschilt
Hedendaagse benadering
Dubbele motivering:
o Inhoudelijk
Kennis van het verleden is belangrijk => kan ons bv helpen met het
begrijpen van huidige situatie
Pavlov: “als je nieuwe ideeën wil opdoen, lees dan oude boeken”
o Kritische reflectie over de psychologie
=> de vraagstellingen binnen de psychologie worden deels bepaald door
historische context en culturele context
Situering van de psychologie in tijd en ruimte
- zeitgeist (tijdsgeest) – historische context
=> bv. studie naar individuele verschillen ontstaan nadat in Westerse
wereld erkenning werd gegeven aan de mens als individu
- ortgeist (plaatsbeeld) – culturele context
=> bv. In de Westerse wereld en in het boeddhisme denken ze anders
over het ‘ik’ dus
wordt er ook op een andere manier psychologie bedreven
De psychologie als discipline
=> wetenschap evolueert, de huidige psychologie is niet meer de
psychologie van vroeger
1
, Waarover gaat de geschiedenis van de psychologie? – Wat?
Drie visies op ‘de ontdekking van het bewustzijn’
Psychologie: ‘psyche’ (ziel, bewustzijn) en logos (studie, leer)
-> bewustzijn werd door Oude Grieken ontdekt, 3 mogelijke manieren om die
ontdekking precies te omschrijven
o Realistisch
= de Grieken hebben ‘het bewustzijn’ ontdekt, zoals Columbus Amerika
Bewustzijn bestaat echt
Het is een soort ‘vast omlijnd’ object dat ook al bestond voordat het
bestudeerd werd
Deze interpretatie wordt over het algemeen niet gevolgd
o Instrumentalistisch
= bewustzijn is een ‘handige’ verkaveling van de innerlijke psychische ruimte
Is het benoemen van de ervaring van het functioneren van het bewustzijn
Bv. Werkgeheugen is een samenvatting van vaststellingen bij het
onmiddellijk verwerken en onthouden van informatie maar verwijst
daarom niet ‘echt’ naar een onderliggend structuur
o Constructivistisch
= de Grieken hebben het bewustzijn gecreëerd
het gaat over hoe de mens zich het bewustzijn voorstelt en benoemt
mogelijk gevolg: linguïstisch determinisme
-> de psychologie heeft enkel toegang tot de psychologische werkelijkheid
via haar psychologisch taalgebruik
-> psychologische concepten (bv. Bewustzijn, emoties) zijn geen
natuurlijke concepten (bv. Appel, dessert)
Implicaties voor de geschiedenis van de psychologie
o De geschiedenis van de constructie van de psychologische realiteit ipv ‘van de
psychologie’
o Als taal verandert, dan verandert ook de psychologische werkelijkheid
o Bv. Het niet naar verwachting schools presteren van kinderen werd vroeger
gelinkt aan luiheid nu aan laag IQ
Strekkingen in geschiedschrijving - Hoe?
2
,Internalisme vs externalisme
internalisme externalisme
Ontwikkelingen binnen een domein ook politieke, sociale en
maatschappelijke context
Evoluties door zuiver interne logica, Ook invloed van buitenaf
namelijk het volgen van de
wetenschappelijke methode
=> ideaal: combinatie van de 2, want zowel interne als externe invloeden op de
ontwikkelingen binnen een wetenschapsdomein
Sociaal constructivisme (recente visie)
= gedetailleerde studie van de wetenschappelijke praktijk vanuit
wetenschapsgeschiedenis, wetenschapsgeschiedenis, wetenschapsfilosofie en
sociologie van de kennis
=> dus niet louter inhoudelijk, maar ook sociologische en psychologische dimensie in
de wetenschap
Grote figuren vs tijdsgeest
Grote figuren (great men view) tijdsgeest
= de grote figuren zijn de geschiedenis Bredere intellectuele klimaat, grote
van de psychologie figuren zijn ‘trend watchers’, geen
‘influencers’
! Mattheus-effect + Matilda-effect Bv. Evolutietheorie zou vrijwel zeker toch
zijn uitgevonden ook als Darwin niet had
geleefd
Valkuilen bij geschiedschrijving – Hoe niet?
o Whig-geschiedschrijving
= teleologische visie op de geschiedenis
= wetenschap is vooruitgang
Hedendaagse wetenschap is noodzakelijk correct, of minstens superieur
t.o.v verleden
Bedenkingen bij Whig geschiedschrijving
Fairy-tale history met goeden en slechteriken en een ‘happy end’
Vooruitgangsgedachte doet geen recht aan complexiteit van
wetenschappelijk proces
Fouten even interessant als successen
o Presentisme
= hedendaagse ideeën en perspectieven worden op een anachronistische wijze
gebruikt in de voostelling en interpretatie van het verleden (bv. Jeanne d’Arc
was een feministe)
Bedenkingen bij presentisme
- leidt tot misleidend beeld
- geschiedschrijving steeds vanuit het nu
- onvermijdbaar bij geschiedenis van de psychologie
3
, o Simplificatie
- ‘de grote lijnen’ en niet alle facetten
- secundaire literatuur en niet de oorspronkelijke bronnen (geschiedenisboek =
samenvatting van samenvattingen)
o Eurocentrisme en witte mannen
H2 de renaissance
= 15de en 16de eeuw
-> heel ander wereldbeeld:
o Letterlijk: andere wereldkaart
o Figuurlijk: God is in alles aanwezig, de bezieler van mens + wereld
Sociaal-economische context
Van middeleeuwen naar Renaissance
Te danken aan een aantal grote figuren, bv. Leonardo da Vinci
overgang heeft te maken met veranderende tijdgeest: humanisme (mens komt
centraal te staan)
o humanisme ontstond in 14de eeuw in Italië
o Erasmus propageerde het humanisme (“in eerste instantie moeten we ons
haasten naar de bronnen zelf, d.w.z. de Griekse en oude bronnen”)
o Humanisten bestuderen romeinse en griekse auteurs uit klassieke oudheid
waar mens wel centraal staat
o Dit humanisme merk je op artistiek, literair en wetenschappelijk vlak
eerder continue overgang (hoewel term rinascita = wedergeboorte wat wijst op
discontinue overgang)
renaissance eerder als overgangsperiode tussen ME en 17de eeuw
-> veranderingen verlopen traag (en er blijft ook nog heel wat groeimarge)
o wereldbeeld
o secularisering
o eerste tekenen van individualisering
o ontstaan van moderne wetenschappen
latere middeleeuwen: ontwikkeling van steden
hoezo?
Overgang van twee- naar drieslagstelsel => toegenomen landbouwproductie
=> stijging in bevolkingsaangroei => een heer kan alle mensen niet meer
voorzien van levensonderhoud => mensen worden aangemoedigd om zich in
steden te vestigen
Gevolgen van deze nieuwe economische realiteit:
o Sociale mobiliteit
o Deels ander samenlevingsmodel
4