Handboek
Hoofdstuk 1: Wat is filosofie?
1) Drie kenmerken: Attitude, methodologie, domein
Etymologie van “filosofie”: Liefde voor wijsheid OF Verlangen om te weten
Aristoteles: Alle mensen van nature naar wijsheid verlangen (Dus niet enkel filosofen)
Wijsheid = Levenswijsheid in volksmond (Ook niet enkel voor filosofen: Politici,
wetenschappers, kunstenaars, religieuze leiders)
Vereenzelvigd met kritisch denken: Vooral bezighouden met piekeren over vele dingen
die andere mensen als vanzelfsprekend beschouwen (“Party-poopers”: Ergeren aan
banaliteit waarop ons dagelijks leven rust + Niet kunnen of willen neerleggen bij
overgeleverde inzichten)
Autoriteiten uitgedaagd (Autoriteit van personen: Politici, wetenschappers, andere
filosofen + Autoriteit van eigen vermogens: Zintuigen, cognitieve vermogens) +
Uitspraken in twijfel
René Descartes: Gezichtsvermogen vaak ons bedriegen (Vb. Optische illusies)
Filosofen leren ons dat we ons niet hoeven neer te leggen bij status quo
Kritisch denken uniek voor filosofische bezigheid? Neen (Attitudes van hedendaagse
wetenschappers ~ Filosofen)
2de manier om filosofen af te bakenen van aangrenzende kennisdomeinen: Methoden
Geen laboratoriumwerk (Maar ook voor geschiedkundigen, klinische psychologen,
wiskundigen, theoretische fysici)
1. Eigen intuïties (Verschillende betekenissen)
- = Kennis die op een onmiddelijke manier wordt verkregen (17 de eeuw)
- Eerder negatieve betekenis in 20ste eeuw: Spontane overtuigingen die we in onze
eigen geest aantreffen wanneer we over bepaalde onderwerp beginnen te denken
- Common sense overtuigingen (= Gezond verstand): Moeilijk te veranderen of op te
geven, zelfs in aanwezigheid van overtuigend bewijsmateriaal
Filosofen die enkel gebruik maken van intuïties en zelden of nooit empirisch onderzoek
doen: Uitgelachen als fauteuilfilosofen
Maar intuïties belangrijk!
Wel voorzichtig zijn: Erg variabel tussen culturele groepen en tussen personen, maar ook
binnen eenzelfde persoon van tijdstip tot tijdstip en van context tot context
Geen uniek filosofische methode
2. Conceptuele analyse
Conceptual engineering = Ontrafelen en verbeteren van concepten die we in dagelijks
leven misschien soms te achteloos gebruiken
Niet uniek voor filosofie + Niet door alle filosofen gebruikt
Verbeterde concepten Ontwikkeling van menselijke kennis
Fysica: Differentiatie van gewicht en massa
Sociale wetenschappen: Sekse en gender
Betere concepten Betere vragen Beter onderzoek
Conceptuele analyse zit m.a.w. in kern van alle wetenschappen
, 3. Gedachte-experiment
Verbeelding Nieuwe informatie over thema verkrijgen zonder nieuwe empirische data
Verhelderen probleem door visualiseren
Gegevens opleveren die voor of tegen bepaalde theorie kunnen worden gebruikt
Omzeilen van financiële, technologische, morele problemen
Vb. Hersenen-in-vat
Niet uniek voor filosofie (Economie, geschiedenis, fysica)
Benadrukt wel eigenheid van domein van filosofie, in bijzonder dat veel filosofen zich
bezighouden met kwesties die zo fundamenteel zijn dat ze moeilijk op klassieke
wetenschappenlijke manier kunnen worden bestudeerd
Gedachte-experiment (In de wetenschappen) toont aan dat wetenschap geen louter
empirische activiteit is
Omgekeerd: Filosofie ook geen louter fauteuilwerk
Nieuwe filosofische discipline: Experimentele filosofie (Empirisch-wetenschappelijke
methoden soms bijdragen aan oplossing voor traditionele filosofische problemen)
Vb. Veel onderzoek over crossculturele verschillen in intuïties over bepaalde morele
dilemma’s
Ethische theorieën: Intuïties van mensen (Vaak uit westerse landen)
3de antwoord over vraag van eigenheid van filosofie: Aard van vragen en problemen
Abstract en eigenaardig
Vaak vragen die we in dagelijks leven niet hoeven te stellen
Kenmerk uniek voor filosofie?: Meest fundamentele vragen in discipline (Ja) vs. Futiel,
verwarrend, bedreigend (Neen)
Onbeantwoordbare vragen: Sommigen beweren dat er geen vooruitgang in filosofie is
Lijkt dan meer op kunst: Nieuwe kunststroming begint door revolutie
- Nieuw begin en niets opgebouwd (Zoals bij filosofie: Geen stap verder in oplossen
van die problemen)
“Geen vooruitgang in filosofie, maar wel in wetenschappen”
1. Wetenschappen ook geen echte vooruitgang
- Wetenschappelijke paradigma’s volgen elkaar op zonder op elkaar verder te bouwen
- Binnen paradigma wel vooruitgang, maar tussen paradigma’s onderling niet
- “Incommensurabel” (Kuhns): “Onderling onmeetbaar”/ “Geen gemene maat
hebbend”
- 2 opeenvolgende paradigma’s niet vergelijkbaar want niets gemeenschappelijks
- Geen gemeenschappelijke problemen, geen gedeelde concepten of observaties, geen
gedeelde wetenschappelijke standaarden of theoretische deugden
- Theoretische deugden = Kwaliteiten die we belangrijk achten bij wetenschappelijke
theorieën (Vb. Eenvoud, verklaringskracht)
- Theorieën op die manier vergelijken, maar paradigma’s niet
- Geen universele standaard die alle paradigma’s gemeenschappelijk hebben, en
vastlegt wat goede wetenschap is
, 2. Filosofie wel vooruitgang
- Talloze wetenschappen ontstaan uit filosofie
Vb. Psychologie
2) Vier deeldomeinen
Metafysica & Logica & Epistemologie & Moraalfilosofie
Makkelijk om na te gaan of iets filosofisch is: Behoort het tot 1 van 4 deeldomeinen
1. Metafysica: Aard en structuur van wereld bestuderen
Afkomstig uit Griekse oudheid (Aristoteles): “Metafysica”
- Titel: Chronologische manier begrijpen (Metafysica geschreven na boek over fysica)
OF Structurele manier (Metafysica gaat over problemen die voorbij of achter of onder
de fysica liggen)
Meeste metafysische vragen: Wat betekent het om te bestaan?
Vb. Zou tijd bestaan als er geen mensen op aarde zouden rondlopen?
Vb. Verhouding tussen lichaam en geest
Vb. Zijn we meer dan onze hersenen?
- Materialisten (Fysicalisten): Alles is opgebouwd m.b.v. materie + Ook voor mentale
toestanden (Vb. Overtuigingen, herinneringen, verlangens, …)
- “Mentale toestanden zijn gewoon hersentoestanden”
- Dualisten: Mentale toestanden opgebouwd uit geestesspul, niet fysisch spul
- Wat is geestesspul dan?
Vb. Wilsvrijheid (Bestaat er zoiets als vrije wil?)
- Morele verantwoordelijkheid vereist vrije wil
- “Geen vrije wil”:
- Wij zijn onze hersenen Wij (Inclusief onze mentale toestanen) vallen samen met
onze hersenen
- Onze hersenen bestaat uit fysisch spul
- Fysisch spul onderworpen aan deterministische wetten van fysica
- Determinisme = Gebeurtenissen en standen van zaken in wereld worden veroorzaakt
door voorafgaande gebeurtenissen en standen van zaken
- Veroorzaken: Probabilistische oorzaken vs. Deterministische oorzaken
- Probabilistisch oorzaken:
Vb. Genen: Gen de vorming van eigenschap X waarschijnlijker maken, samen met
andere genen en omgevingsfactoren (Niet: Gen in elk organisme tot vorming van
eigenschap X leiden)
- Deterministische oorzaken: Garanderen bepaald resultaat (Onvermijdeliijk)
- Fysisch spul onderworpen aan deterministische oorzaken
Groot probleem als er geen vrije wil bestaat
Onze samenleving namelijk opgebouwd op veronderstelling dat mensen minstens af en
toe uit vrije wil kunnen handelen
Vb. Strafrechtelijk systeem:
Mensen straffen als ze geen vrije wil hebben Niet verantwoordelijk
, Geen eenduidig gemeenschappelijk kenmerk dat alle metafysische problemen beschrijft
2. Logica: Onderzoek moet een wezenlijk deel uitmaken van elk filosofie-opleiding!
Logica legt uit wat het betekent om deugdelijk te redeneren en te argumenteren
Argumentatieve hygiëne: Belangrijk onderdeel van kritisch denken
Weerleggen van drogredeneringen
Vb. Slippery slope: Als we vandaag A doen, zal vroeg of laat B volgen + B is hoogst
onwenselijk Niet mogen doen van A
3. Epistemologie (Kennisleer): Aard, structuur en mogelijkheid over onze kennis
Wat kunnen we weten?; Hoe kennis verwerven?; Wat is zekere kennis precies?; …
Vraag van epistemologen: Wat is kennis precies? + Hoe weten we wat we denken te
weten?
Vb. Brain in a vat: Vraag of en in welke mate het gerechtvaardigd is te geloven dat wat we
weten waar is
4. Ethiek (Moraalfilosofie)
Normatieve universum: Verzameling van rechten, plichten, aanbevelingen, geboden,
verboden
Niet alle items in universum van morele aard
Esthetische kwestie (Witte wijn vs. Rode wijn) vs. Praktische juridische kwestie (Enkel hier
moreel of ethisch “moeten”)
Waarin het morele precies verschillen van andere elementen in normatieve universum?
Vb. Trolley problem
4 deeldomeinen onderverdelen in specifieke takken van filosofie
Wetenschapsfilosofie: 2 deeldomeinen
1. Algemene wetenschapsfilosofie: Fundamentele filosfische kwesties die verband
houden met wetenschap
- Intrinsieke interesse in wetenschappen
2. Toegepaste wetenschapsfilosofie:
- Instrumentele interesse: Werpt onderszoeksresultaten van wetenschap X nieuw licht
op filosofische problemen buiten wetenschap X
Niet iedereen overtuigd van nut van wetenschapsfilosofie
Wetenschappers hebben wetenschapsfilosofen niet nodig om hun onderzoek te doen vs.
Onverantwoord van wetenschappers om fundamentele vragen (Vb. Wat is wetenschap)
uit de weg te gaan, louter en alleen omdat die vragen hen ongemakkelijk maken
3) Een zeer korte geschiedenis van de westerse filosofie
“Iemand filosoof noemen in de mate dat hij of zij zich bezighoudt met filosofen uit
verleden”
Logici: Niet mee eens want cirkelredenering (Iets als juist beschouwd terwijl het eigenlijk
nog moet bewezen worden)
We gaan ervan uit bij deze bewering dat we al weten wat filosofie is
Historische definitie is arbitrair: Niet alle filosofen uit verleden vandaag ook nog als
filosoof beschouwd
Hoofdstuk 1: Wat is filosofie?
1) Drie kenmerken: Attitude, methodologie, domein
Etymologie van “filosofie”: Liefde voor wijsheid OF Verlangen om te weten
Aristoteles: Alle mensen van nature naar wijsheid verlangen (Dus niet enkel filosofen)
Wijsheid = Levenswijsheid in volksmond (Ook niet enkel voor filosofen: Politici,
wetenschappers, kunstenaars, religieuze leiders)
Vereenzelvigd met kritisch denken: Vooral bezighouden met piekeren over vele dingen
die andere mensen als vanzelfsprekend beschouwen (“Party-poopers”: Ergeren aan
banaliteit waarop ons dagelijks leven rust + Niet kunnen of willen neerleggen bij
overgeleverde inzichten)
Autoriteiten uitgedaagd (Autoriteit van personen: Politici, wetenschappers, andere
filosofen + Autoriteit van eigen vermogens: Zintuigen, cognitieve vermogens) +
Uitspraken in twijfel
René Descartes: Gezichtsvermogen vaak ons bedriegen (Vb. Optische illusies)
Filosofen leren ons dat we ons niet hoeven neer te leggen bij status quo
Kritisch denken uniek voor filosofische bezigheid? Neen (Attitudes van hedendaagse
wetenschappers ~ Filosofen)
2de manier om filosofen af te bakenen van aangrenzende kennisdomeinen: Methoden
Geen laboratoriumwerk (Maar ook voor geschiedkundigen, klinische psychologen,
wiskundigen, theoretische fysici)
1. Eigen intuïties (Verschillende betekenissen)
- = Kennis die op een onmiddelijke manier wordt verkregen (17 de eeuw)
- Eerder negatieve betekenis in 20ste eeuw: Spontane overtuigingen die we in onze
eigen geest aantreffen wanneer we over bepaalde onderwerp beginnen te denken
- Common sense overtuigingen (= Gezond verstand): Moeilijk te veranderen of op te
geven, zelfs in aanwezigheid van overtuigend bewijsmateriaal
Filosofen die enkel gebruik maken van intuïties en zelden of nooit empirisch onderzoek
doen: Uitgelachen als fauteuilfilosofen
Maar intuïties belangrijk!
Wel voorzichtig zijn: Erg variabel tussen culturele groepen en tussen personen, maar ook
binnen eenzelfde persoon van tijdstip tot tijdstip en van context tot context
Geen uniek filosofische methode
2. Conceptuele analyse
Conceptual engineering = Ontrafelen en verbeteren van concepten die we in dagelijks
leven misschien soms te achteloos gebruiken
Niet uniek voor filosofie + Niet door alle filosofen gebruikt
Verbeterde concepten Ontwikkeling van menselijke kennis
Fysica: Differentiatie van gewicht en massa
Sociale wetenschappen: Sekse en gender
Betere concepten Betere vragen Beter onderzoek
Conceptuele analyse zit m.a.w. in kern van alle wetenschappen
, 3. Gedachte-experiment
Verbeelding Nieuwe informatie over thema verkrijgen zonder nieuwe empirische data
Verhelderen probleem door visualiseren
Gegevens opleveren die voor of tegen bepaalde theorie kunnen worden gebruikt
Omzeilen van financiële, technologische, morele problemen
Vb. Hersenen-in-vat
Niet uniek voor filosofie (Economie, geschiedenis, fysica)
Benadrukt wel eigenheid van domein van filosofie, in bijzonder dat veel filosofen zich
bezighouden met kwesties die zo fundamenteel zijn dat ze moeilijk op klassieke
wetenschappenlijke manier kunnen worden bestudeerd
Gedachte-experiment (In de wetenschappen) toont aan dat wetenschap geen louter
empirische activiteit is
Omgekeerd: Filosofie ook geen louter fauteuilwerk
Nieuwe filosofische discipline: Experimentele filosofie (Empirisch-wetenschappelijke
methoden soms bijdragen aan oplossing voor traditionele filosofische problemen)
Vb. Veel onderzoek over crossculturele verschillen in intuïties over bepaalde morele
dilemma’s
Ethische theorieën: Intuïties van mensen (Vaak uit westerse landen)
3de antwoord over vraag van eigenheid van filosofie: Aard van vragen en problemen
Abstract en eigenaardig
Vaak vragen die we in dagelijks leven niet hoeven te stellen
Kenmerk uniek voor filosofie?: Meest fundamentele vragen in discipline (Ja) vs. Futiel,
verwarrend, bedreigend (Neen)
Onbeantwoordbare vragen: Sommigen beweren dat er geen vooruitgang in filosofie is
Lijkt dan meer op kunst: Nieuwe kunststroming begint door revolutie
- Nieuw begin en niets opgebouwd (Zoals bij filosofie: Geen stap verder in oplossen
van die problemen)
“Geen vooruitgang in filosofie, maar wel in wetenschappen”
1. Wetenschappen ook geen echte vooruitgang
- Wetenschappelijke paradigma’s volgen elkaar op zonder op elkaar verder te bouwen
- Binnen paradigma wel vooruitgang, maar tussen paradigma’s onderling niet
- “Incommensurabel” (Kuhns): “Onderling onmeetbaar”/ “Geen gemene maat
hebbend”
- 2 opeenvolgende paradigma’s niet vergelijkbaar want niets gemeenschappelijks
- Geen gemeenschappelijke problemen, geen gedeelde concepten of observaties, geen
gedeelde wetenschappelijke standaarden of theoretische deugden
- Theoretische deugden = Kwaliteiten die we belangrijk achten bij wetenschappelijke
theorieën (Vb. Eenvoud, verklaringskracht)
- Theorieën op die manier vergelijken, maar paradigma’s niet
- Geen universele standaard die alle paradigma’s gemeenschappelijk hebben, en
vastlegt wat goede wetenschap is
, 2. Filosofie wel vooruitgang
- Talloze wetenschappen ontstaan uit filosofie
Vb. Psychologie
2) Vier deeldomeinen
Metafysica & Logica & Epistemologie & Moraalfilosofie
Makkelijk om na te gaan of iets filosofisch is: Behoort het tot 1 van 4 deeldomeinen
1. Metafysica: Aard en structuur van wereld bestuderen
Afkomstig uit Griekse oudheid (Aristoteles): “Metafysica”
- Titel: Chronologische manier begrijpen (Metafysica geschreven na boek over fysica)
OF Structurele manier (Metafysica gaat over problemen die voorbij of achter of onder
de fysica liggen)
Meeste metafysische vragen: Wat betekent het om te bestaan?
Vb. Zou tijd bestaan als er geen mensen op aarde zouden rondlopen?
Vb. Verhouding tussen lichaam en geest
Vb. Zijn we meer dan onze hersenen?
- Materialisten (Fysicalisten): Alles is opgebouwd m.b.v. materie + Ook voor mentale
toestanden (Vb. Overtuigingen, herinneringen, verlangens, …)
- “Mentale toestanden zijn gewoon hersentoestanden”
- Dualisten: Mentale toestanden opgebouwd uit geestesspul, niet fysisch spul
- Wat is geestesspul dan?
Vb. Wilsvrijheid (Bestaat er zoiets als vrije wil?)
- Morele verantwoordelijkheid vereist vrije wil
- “Geen vrije wil”:
- Wij zijn onze hersenen Wij (Inclusief onze mentale toestanen) vallen samen met
onze hersenen
- Onze hersenen bestaat uit fysisch spul
- Fysisch spul onderworpen aan deterministische wetten van fysica
- Determinisme = Gebeurtenissen en standen van zaken in wereld worden veroorzaakt
door voorafgaande gebeurtenissen en standen van zaken
- Veroorzaken: Probabilistische oorzaken vs. Deterministische oorzaken
- Probabilistisch oorzaken:
Vb. Genen: Gen de vorming van eigenschap X waarschijnlijker maken, samen met
andere genen en omgevingsfactoren (Niet: Gen in elk organisme tot vorming van
eigenschap X leiden)
- Deterministische oorzaken: Garanderen bepaald resultaat (Onvermijdeliijk)
- Fysisch spul onderworpen aan deterministische oorzaken
Groot probleem als er geen vrije wil bestaat
Onze samenleving namelijk opgebouwd op veronderstelling dat mensen minstens af en
toe uit vrije wil kunnen handelen
Vb. Strafrechtelijk systeem:
Mensen straffen als ze geen vrije wil hebben Niet verantwoordelijk
, Geen eenduidig gemeenschappelijk kenmerk dat alle metafysische problemen beschrijft
2. Logica: Onderzoek moet een wezenlijk deel uitmaken van elk filosofie-opleiding!
Logica legt uit wat het betekent om deugdelijk te redeneren en te argumenteren
Argumentatieve hygiëne: Belangrijk onderdeel van kritisch denken
Weerleggen van drogredeneringen
Vb. Slippery slope: Als we vandaag A doen, zal vroeg of laat B volgen + B is hoogst
onwenselijk Niet mogen doen van A
3. Epistemologie (Kennisleer): Aard, structuur en mogelijkheid over onze kennis
Wat kunnen we weten?; Hoe kennis verwerven?; Wat is zekere kennis precies?; …
Vraag van epistemologen: Wat is kennis precies? + Hoe weten we wat we denken te
weten?
Vb. Brain in a vat: Vraag of en in welke mate het gerechtvaardigd is te geloven dat wat we
weten waar is
4. Ethiek (Moraalfilosofie)
Normatieve universum: Verzameling van rechten, plichten, aanbevelingen, geboden,
verboden
Niet alle items in universum van morele aard
Esthetische kwestie (Witte wijn vs. Rode wijn) vs. Praktische juridische kwestie (Enkel hier
moreel of ethisch “moeten”)
Waarin het morele precies verschillen van andere elementen in normatieve universum?
Vb. Trolley problem
4 deeldomeinen onderverdelen in specifieke takken van filosofie
Wetenschapsfilosofie: 2 deeldomeinen
1. Algemene wetenschapsfilosofie: Fundamentele filosfische kwesties die verband
houden met wetenschap
- Intrinsieke interesse in wetenschappen
2. Toegepaste wetenschapsfilosofie:
- Instrumentele interesse: Werpt onderszoeksresultaten van wetenschap X nieuw licht
op filosofische problemen buiten wetenschap X
Niet iedereen overtuigd van nut van wetenschapsfilosofie
Wetenschappers hebben wetenschapsfilosofen niet nodig om hun onderzoek te doen vs.
Onverantwoord van wetenschappers om fundamentele vragen (Vb. Wat is wetenschap)
uit de weg te gaan, louter en alleen omdat die vragen hen ongemakkelijk maken
3) Een zeer korte geschiedenis van de westerse filosofie
“Iemand filosoof noemen in de mate dat hij of zij zich bezighoudt met filosofen uit
verleden”
Logici: Niet mee eens want cirkelredenering (Iets als juist beschouwd terwijl het eigenlijk
nog moet bewezen worden)
We gaan ervan uit bij deze bewering dat we al weten wat filosofie is
Historische definitie is arbitrair: Niet alle filosofen uit verleden vandaag ook nog als
filosoof beschouwd