KAAKSTELSEL PROF. ANOUK ASSCHERICKX
H1; HET KAAKGEWRICHT
ALGEMENE ANATOMIE; KAAKGEWRICHT = ARTICULATIO TEMPOROMANDIBULARIS
De articulatio temporomandibularis (=ATM), is het unieke, dubbele synoviale gewricht dat de onderkaak
(mandibula) verbindt met het slaapbeen (os temporale) van de schedel
Gewricht; verbinding die zorgt voor de beweging tussen 2 beenstukken → functioneel geheel
Bestaat uit;
- Bot
- Discus
- Ligamenten
- Spieren
- Bloedvaten
- Bezenuwing
*MF; fossa mandibularis *AE; eminentia articularis
Gehoorgang condylus schuifaf=eminentia
FOSSA MANDIBULARIS
- = gewrichtskom → biconcaaf/convex oppervlak
- 23 op 19 mm
- Fibreus (=opgebouwd uit BW)
- Avasculair weefsel
- Kraakbeencellen verminderen bij ouder worden
- Weinig kraakbeencellen; weinig regeneratievermogen
- Bedekt met periost
CONDYLUS
VORM
- 20 mm op 10 mm → kleiner dan de fossa
- Discus speelt een belangrijke rol bij de ‘opvulling’ van de holte
- Ovaal en convex
- Kan afwijkende vorm hebben
Zara Smets 1
,HISTOLOGIE
Oude theorie → arcade structuur van Benninghof; boogvorm
Tegenwoordig → Articulaire kraakbeenmatrix < samenstelling van groeikraakbeen:
1. Chondrocyten → kraakbeen
2. Collageen type I (fibrillen) → vormen 3D netwerk, ontstaan “gel”
3. Proteoglycanen
- = complexe eiwit-suikermoleculen (ca. 95% suiker) die een essentiële rol spelen in de extracellulaire matrix. Ze binden
grote hoeveelheden water, wat zorgt voor hydratatie, schokdemping en structuur in weefsels zoals kraakbeen en huid.
4. Water
• Bij belasting: vocht persen uit gel > smering/lubrificatie gewricht = weeping lubrification
• Bij ontlasting: vocht terug opzuigen in kraakbeenmatrix
- Bruxisme: voortdurend synoviale vloeistof uit gewrichtsruimte > smeringsproces uitgeput >
tijdelijk verkleven van discus met fossa/condylus
- Avasculair, alymfatisch, geen bezenuwing, geen bedekking perichondrium maar synoviale
vloeistof → geen pijnsensatie vanuit gewrichtsoppervlak
ELEKTRONEN MICROSCOPIE
- Matten collageen met “wolpluisjes” als bovenste laag ➔
sterk georganiseerde structuur
- Arthrose; verdwijnen van de geordende structuur
AZ: articulaire zone
PZ: proliferatieve zone
FCZ: fibrocartilagineuze zone
CCZ: gecalcificeerde kraakbeenzone
SB: Subarticulair bot
HISTOLOGISCH
Articulaire zone → buitenste, functioneel vlak
- Dens & fibreus weefsel
- Collageenvezels parallel met articulair opp
- Kracht van de bewegingen weerstaan
- Snelle degeneratie
- Hoge regeneratiecapaciteit
- Minder onderhevig aan veroudering
Proliferatieve zone → ongedifferentieerd mesenchymaal
weefsel
- Ontwikkeling van articulair kraakbeen indien nodig →
regeneratie
Zara Smets 2
,Fibrocartilagineuze zone → stevigheid bieden & krachten opvangen
- Kruisende vezels, radiaal georganiseerde bundels
- 3D netwerk om compressie te weerstaan
- (chondroprogenitorcellen)
Gecalcificeerde zone → vorming van botcellen
- Chondrocten & chondroblasten
DISCUS ARTICULARIS (= MENISCUS)
→ collageenbundels, matig georganiseerd en “wolpluisjes”
- Deelt het gewricht op in bovenste en onderste gewrichtsruimte
- Vloeiend verloop van rotatie en translatie
- “Meniscus” / discus – ligt rondom volledig vast aan kapsel en ligamenten
- Kraakbeen, vooral fibreus weefsel, maar enkele kraakbeencellen, weinig recuperatie
VORM → wigvormig; stabilisatie & fixatie vn kaakkopje
HISTOLOGIE EXAMEN !!!! ( elk jaar)
3 macroscopische zones;
• Posterieure band (PB)
• Intermediaire zone (IZ)
• Anterieure band (AB)
Microscopisch
- Collageenbundels
- Weinig organisatie
- Schuin/parallel verloop
Elektronenmicroscoop → wolpluisjes; weeping lubrification
BILAMINAIRE ZONE VAN REES
- Achteraan discus voor vasthechting
- Stratum superior → Richting schedelbasis + sphenomandibulair
ligament + malleus
< collageen + elastische vezels
- Stratum inferior → Vast thv dorsale rand articulair oppervlak condylus
< dik collageen + dunne elastische vezels
- Retroarticulair kussen ( = losmazig bindweefsel met zenuwuitenden;
bloedvaten, caverneuze plexus, glomus)
→ voeden van synoviale vloeistof
→ mogelijke bron van pijn/ontsteking
Zara Smets 3
, LIGAMENTEN
KAPSULAIR LIGAMENT
→ Versterken het gewrichtskapsel; dislocatie verhinderen & synoviaal vocht vasthouden
DISCALE / COLLATERALE LIGAMENTEN (mediaal & latteraal)
Van de mediale / laterale rand van de dicus naar de mediale / laterale rand van de condyl
→ hinge-movement: rotatie van de discus naar anterieur of posterieur
→ stabilisatie van de discus op de condyl
TEMPOROMANDIBULAIR LIGAMENT
Buitenste schuine band: condyl kan niet te ver naar beneden & beperking van
de rotatie tot 2,5mm
Horizontale band zorgt voor beperking in rotatie; anders zouden de vitale regio’s
van hals en nek geplet worden in rechtstaande potisie,
Binnenste band verhinderd beweging nr posterior van de condyl, bij extreem
trauma eerder breuk dan condyl in de centrale fossa → verhinderen dat het
systeem naar achter schiet
Stukje bot is maar heel dun, dus ligamenten zorgen ervoor dat het kaakgewricht niet aan de hersenen kan
inschieten bij een fractuur van de kaak
SPHENOMANDIBULAIR & STYLOMANDIBULAIR LIGAMENT
Sphenomandibulair: van spina sphenoidalis en mediale banden van het kapsel
naar de spinula op de mandibula geeft → weinig beperkingen
Stylomandibulair: van processus styloideus naar de posterieure wand van de
mandibula → beperkt de protrusie
BEZENUWING & BEVLOEIING
→ Innervatie: V 3
- n. auriculotemporalis ; laterale/dorsale zones
- n. temporalis profundus posterior ; mediale & anterolaterale zone
- n. masseter ; anterieur & anteromediaal
→ Bevloeiing: a. temporalis superficialis
Zara Smets 4