1. Introductie
- Beschrijven van een landschap is subjectief, kan cultureel bepaald zijn
Vb: emotionele idyllisch landschap → patriottisme opwekken → overtuigen vechten in oorlog
- Verschillenden invullingen van een landschap zijn mogelijk, afhankelijk voor wat het zou moeten dienen zal de
invulling op een bepaalde locatie geplaatst worden
Vb: een fort → op een hoogte, landbouw → dicht bij water
Concept landschap?
- Oorsprong: Middelnederlands begrip ‘lantscap’ = verzamelterm voor een gebied (territorium) met eigen
inrichting door de mensen volgens de in dat gebied en in die samenleving geldende zeden en gewoonten
→ Ontstaan vanuit kunst
- 15de – 16de -eeuwse schilderkunst realiteitsgetrouwe afbeelding van land of natuurlijke scene (minachting door
Michelangelo)
- 16de eeuw: Pieter Bruegel de oude: in kunst onderschikte die de mens, landschap op de
voorgrond, hingen bij de adel → werd weergegeven wat er van de mens verwacht
werden, ook subjectief, geen religieuze afbeelding, mens weergegeven als Taskscapes:
wat moet de mens doen met het landschap
- DUS: heel complex begrip: verschillenden betekenissen, nadrukken, interpretaties,
manieren om het te bestuderen, veranderingen doorheen tijd (zeer dynamisch)
2. Landschap… een definitie
Definitie Europese Landschapsconventie: een gebied, zoals waargenomen door de mensen, waarvan het karakter het
resultaat is van de actie en de interactie tussen natuurlijke en menselijke factoren
→ zowel natuurlijke, economische, sociale en historische factoren belangrijk
2.1 natuurlijk component
- Beïnvloed door fysische processen (klimaat, geologie, bodem, vegetatie, grondstoffen, geomorfologische
processen)
- Mens heeft invloed op omgeving (elk landschap is beïnvloed door menselijk handelen) en omgeving heeft
invloed op mens (environmental determinisme)
- Vb: Sagalossos (Turkije) = gebied waar in hoog gebergte stad werd gebouwd → waarom?
1. Veel bronnen → water
2. Ontginning klei en kalksteen
→ Conclusie: natuurlijk component is dus heel belangrijk
2.2 economisch component
- Verandering in landschap als gevolg van economische omstandigheden
Vb: sociaal agrosysteem (doel gaat van subsistentie naar commercieel), bevolkingsdruk (uitbreiding bewoning,
toename landbouwproductie…)
- New geography = modelmatig landschap adhv socio-economische componenten (nadruk niet op landschap zelf)
2.3 sociale factoren
- Ook bepaald door bewuste vormgeving (bv adellijke villa’s met grote dreven)
- Ervaringen met landschap: identiteit, status, politiek, emotie, herinneringen
- Esthetische belevenis: visuele waarneming is subjectief beladen, soms zelfs politiek (bv posters WOI)
- Landschap als sociale constructie: bv. megalitische monumenten (Spanje) → nut?
• Hypothese: navigatiemarker
1
, • Resultaat na onderzoek: lagen wel langs de belangrijkste wegen, maar waren niet altijd zichtbaar →
conclusie: symbolische rol, ontmoetingsplaats, social memory?
- Landschapsfenomenologie = onderzoekt hoe mensen de omgeving rond zich ervaarden (↔ objectieve analyse).
Bv. Tilley onderzoek: afwandelen linear earthworks → hoe beleefden de mensen deze landschappen?
2.4 dynamisch
- Representatie van landschappen statisch → maar heel dynamisch
- Dimensies van landschapsdynamiek: frequentie, snelheid, magnitude,
reversibiliteit, oorzaak (natuurlijk/antropogeen)
- Throughscape = een manier om landschap te begrijpen als een opeenvolging
van verschillende historische lagen die doorheen de tijd met elkaar
verbonden zijn.
3. Historisch component
- Metafoor: landschap is palimpsest = manuscript waarvan de oorspronkelijke tekst is weggewassen of
afgeschraapt, waarna het vel opnieuw is beschreven → sommige sporen blijven
- Landschap = erfgoed = alles uit verleden dat waardevol wordt geacht om te bewaren → want landschap heeft
een informatiewaarde dat elementen bevat over verleden
Vb: delen van Zoniënwoud, koloniën van weldadigheid
- Landschapsbiografie = geïntegreerd verhaal dat de ontstaansgeschiedenis en ontwikkeling van een gebied
beschrijft, gebaseerd op de wisselwerking tussen natuurlijke processen en menselijk handelen.
Methode: retrogressieve reconstructie = van actueel naar oud landschap → gelaagd landschap:
• Toegevoegde landschapselementen
• Verdwenen landschapselementen
• Fossiele elementen = nog aanwezig maar zonder betekenis
Vb: Middeleeuwse Handelsweg Brugge-Calais nabij Slijpe (Middelkerke): nu slecht een spoor
• Doorlevende elementen = nog aanwezig maar met nieuwe functie
Vb: Middeleeuwse handelsweg Brugge-Calais ter hoogte van Leffinge: nu tractorpad, holle wegen, Groot
Vleeshuis (Gent) (vleeshuis → fietsenstalling)
2. Archeologische Bronnen
1. Toponomie/plaatsnaamkunde
Wat? Studie van plaatsnamen als taaltekens
- Perceptie: van culturele, topografische of ecologische eigenschappen
- Historische dimensie: betekenis en taal verandert
- Via mondelinge overerving
Macro niveau Steden, eilanden… Vb testerep (= rechterreep) Oostende
Micro niveau Straatnamen, huisnamen… Vb Camp (Brits kamp WOI) Ieper
Factoren:
Occupatiegeschiedenis Ecologie & topografie
Moeras in Kempen Bos Bouwland
Maar opgepast: sommigen verdwijnen of verbasteren
2
,Instrumenten: Middelnederlandse woordenboeken en repertoria, toponymische woordenboeken
2. Archeologische repertoria
Repertoria = inventarissen v/d archeologie v/e gebied of land (→ Schetst beeld van vroegere menselijke activiteiten
binnen je onderzoeksgebied)
Niveaus van bescherming in Vlaanderen:
1 Beschermde archeologische sites Weinig, vb Kesselberg, aquaduct Tongeren
2 Archeologische zones Middeleeuwse stadscentra, # rijke archeologische
gebieden, toekomst miss ook dorpscentra
3 Overige Rest Vlaanderen (landbouwzones, natuurgebieden…)
4 Gebieden geen archeologie (GGA) Bewezen ‘vrij van archeologie’ vb reeds opgegraven, oude
groeven
Preventieve archeologie:
- Grootste bedreiging archeologische sites: bouw-en graafwerkzaamheden (eg nieuwbouw, landbouw)
- Europese Malta wetgeving: in situ bewaren als kan, ex situ als moet of vanuit wetenschappelijk onderzoek
- Ontstaan commerciële archeologie: Arch. bedrijven onderzoeken gebied in samenspraak met Agentschap
Onroerend Erfgoed
- Factoren wanneer opgraven: oppervlakte (klein/groot), zone (stadskern/beschermde site/landbouwgebied),
opdrachtgever (privaat/overheid), voorkennis gebied
- Vb archeologische inventaris: Centrale Archeologische Inventaris (= CAI) = databank gekoppeld aan GIS
3. Luchtfotografie
Opstaande/ uitgegraven features
Earthworks = mens heeft oppervlakte aarde veranderd (met opzet of door toevalligheden)
Onderliggende features
1. Soilmarks
Wat? Verandering in eigenschappen bodem (kleur, textuur, vochtigheid, voedingswaarde)
- Kalkstenen (licht) vs organisch materiaal (donker)
- Verschillende vochtigheden → licht/donker
2. Cropmarks
Wat? versterkte/verminderde groei gewas
Oorzaak: vochtigheid, voedingswaarde
- Greppels → vochtiger + meer organische sedimenten → positieve cropmarks t.g.v. negatief reliëf: grotere
planten & donkere kleuren
- Muren onder oppervlak → minder vocht vasthouden → negatieve cropmarks t.g.v positief reliëf: kleinere
planten & lichtere kleuren in het gewas
3. Shadowmarks
Wat? Laaghangende zon geeft slagschaduw + contrast met de zonnige zijde → vergroot zichtbaarheid reliëf &
earthworks
4. Weer → frostmarks (sneeuw)
4. Actieve aardobservatie
= Opmeten van gereflecteerde energie v/e eigen lichtbron
LIDAR
= Light Detection And Ranging
Wat? Laserscanner in vliegtuig/drone → bepaling afstand tot object door tijd tussen zenden en
ontvangen van reflectie van licht (absolute hoogte bepalen door dGPS)
Voordelen: hoge resolutie & eliminatie bovenliggende features (vb vegetatie)
3
, In Vlaanderen: Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen (II) = bodemhoogtemodel van Vlaanderen + Brussel via LIDAR met
hoge resolutie (1-3 cm)
RADAR
= Radio detection and ranging
Wat? Uitzending microgolven → registratie reflectie mbv antenne (in satelliet/ vliegtuig)
Veel verschillende soorten: vb SIR-A, SIR-C, SLAR, X-SAR
Voordelen Nadelen
- Hoge resolutie (bijna LIDAR) - Dekking aarde afh van type radar beeld
- Onafh. Weer, tijd (dag/nacht), vegetatie - Kost: afh van beschikbaarheid
- Subsurface detectie (max 2m) - Veel verschillende data → complexe
- Gevoelig voor parameters: vochtigheidsgraad, verwerking & interpretatie
topografie
Gebruik: bestuderen paleo-landschap, detectie archeologische sporen
4. Veldkarteling
= Het opsporen van archeologische resten aan de oppervlakte (ruïnes, artefacten (aardewerk, vuursteen, glas),
wallen, greppels, grafheuvels…)
Hoe? Aflopen van een landschap om oppervlakte vondsten te documenteren
Voordeel: snelle en goedkope manier om basisinformatie te verkrijgen over archeologische sites zonder dat er direct
gegraven hoeft te worden
Doelen:
- Bepalen van locatie, ouderdom, functie, bewoningsintensiteit van archeologische site
- Bepalen omvang & ontwikkeling site over langere periode (= diachronische verschillen)
- Regionale gegevens over nederzettingspatronen
Extensive survey (1ste stap) Intensive survey (2de stap)
- Niet systematisch - Systematisch
- Grote ruimtelijke schaal - Kleine ruimtelijke schaal
- Lage resolutie - Hoge resolutie
Vervormende factoren:
- Zichtbaarheid
- Lichtinval
- gesteldheid v/d bodem
- gangbaarheid + reliëf
- kunde & gesteldheid veldloper
5. Geofysische Onderzoeksmethoden
= Detectie van anomalieën in diverse fysische/ natuurkundige eigenschappen v/d aarde
→ Levert info over: paleo-omgeving en archeologische resten
Absolute voorwaarde: contrast in geofysische eigenschappen → anders geen detectie (vb als huis gemaakt uit zelfde
materiaal als archeologische opgraving ernaast → geen detectie)
4 principes (bij voorkeur combinatie):
Aardmagnetisch veld Via magnetometer
Elektrische weerstand Via weerstandmeter
Elektromagnetische inductie Via oa EMI en metaaldetectie
Golven Via grondRADAR en SONAR
6. Dateringsprincipes
Relatieve Chronologische positie v/e fenomeen tov een ander bepalen, zonder tijdsinterval
datering zelf te meten
4