1. ACTUEEL DEBAT: MOGEN KLEUTERS NOG KLEUTEREN?
1.1. DE VERSCHOOLSING VAN HET ONDERWIJS AAN JONGE KINDEREN
Het onderwijs komt de laatste tijd veel aan bod in de actualiteit. Minister Demir zegt dat de kleuterklas
meer klas moet worden en minder crèche. Ze willen graag minimumdoelen opstellen.
MAAR er wordt te veel gedacht vanuit de ontwikkelingsgebieden en niet meer vanuit de belangstelling
en belevingswereld van het kind. De waarde van spelen, spontane activiteiten en de vragen van de
kinderen zal te weinig aandacht meer krijgen.
1.2. DEBAT ROND PROGRAMMAGERICHT ONDERWIJS
Pedagogen en psychologen maken zich zorgen over het programmagericht onderwijs.
vb. pompom, sterretjes aan de hemel,…
De volwassenen zijn daardoor productgericht bezig en begeleiden niet meer het
proces
Enkele kenmerken van werken met methodes in het onderwijs
- Alles komt gestructureerd aan bod
- Leerachterstand wegwerken
- Klemtoon op cognitieve ontwikkeling
- Minder ruimte voor initiatief van de kleuters zelf
- Minder ruimte voor spel, fantasie en gevoelsverwerking
1.3. KLEUTERTOETSEN (ENKEL LEZEN)
Vanaf 2023 zijn kleutertoetsen verboden door de overheid in Nederland. Ze houden de ontwikkeling
van de kleuter enkel nog bij via observaties.
De toetsen zijn veel te productgericht, ze kunnen daarmee niet zien hoe een kind denkt, praat,
beweegt, waarneemt, fantaseert, speelt,… . Via observaties kun je wel waarnemen hoe een kleuter
functioneert binnen de klas context.
DE KOALA-TEST (3 E KLEUTERKLAS)
De koala-test dient om de taalachterstand bij de oudste kleuters te screenen
want uit onderzoek blijkt dat kleuters met onvoldoende schoolse taalvaardigheid
(Nederlands) een verhoogd risico op leerachterstand oplopen.
Ingevoerd vanaf schooljaar 2021-2022
Combineren met observaties (breder beeld op kleuters)
Ieder schooljaar tussen 10 oktober en 30 november door klasleerkracht
Anderstalige nieuwkomers niet screenen want ze krijgen sowieso een taalintegratietraject
De test
o Bestaat uit 7 opdrachten
o Gaat over herkenbare klassituaties
o Scores
Groene zone = voldoende taalvaardig
Oranje zone = extra ondersteuning
Rode zone = nood aan intensieve begeleiding
,CITO-TOETS: KLEUTER IN BEELD
De CITO-toets is een observatie instrument om de ontwikkeling van de kleuters te volgen op het
domein van: taal, motoriek, sociaal-emotionele, rekenen.
Het heel het schooljaar door afgenomen worden
3 observatieperiodes
o Begin (augustus tot novermber)
o Medio (december tot maart)
o Eind (april tot juni)
Word vaak in Vlaanderen gebruikt samen met leerlingenvolgsysteem
TOETERTEST IN VLAANDEREN (SCHOOLRIJHEIDSTEST)
De toetertest meet vooral het concentratievermogen van een kind. Het is vooral bedoeld om na te
gaan of het kind rijp is voor het eerste leerjaar. Het heeft een beter zicht op mogelijke problemen die
kleuters zullen ervaren in het eerste leerjaar.
Vanaf de jaren ’80 (nu verouderd)
De resultaten zijn bedoeld als houvast naar de ouders toe om problemen met schoolrijpheid te
melden (want de leerkracht kan dit ook al uit observaties halen)
Toetertest = slecht Kontrabas = hertesting
1.4. SPANNING IN CURRICULUMPRAKTIJK
Ontwikkelingsdoelen = kleuter Eindtermen = lager
Het onderwijs aan kleuters richt zich vooral op ontwikkelingsprocessen en minder op leerinhouden
(lager). Hierbij moet het kind zelf de inspanning leveren. Je kan een ander niet ontwikkelen maar je
kan wel de ontwikkeling van het kind stimuleren. HET KIND MOET HET WEL ZELF DOEN. De taak van de
kleuterleerkracht is dus niet een onderwijzer zijn maar wel een stimulator/ begeleider.
, 2. OVERGANG 3 E KLEUTERKLAS NAAR 1 E LEERJAAR
2.1. KLEUTERS EN LAGERE SCHOOLKINDEREN HEBBEN EEN EIGEN WIJZE OM TOT
ONTWIKKELING TE KOMEN
De kleuters en lagere schoolkinderen hebben allemaal een eigen manier en tempo van leren.
2.2. EEN VLOTTE OVERGANG NAAR
HET EERSTE LEERJAAR (ENKEL LEZEN)
3. SCHOOLRIJPHEID EN EEN KINDRIJPE SCHOOL
Schoolrijpheid= het bereiken van een bepaald ontwikkelingspeil voor vaardigheden die belangrijk zijn
bij het schoolse leren. Deze vaardigheden moeten veel ruimer zijn dan alleen de verstandelijke
ontwikkeling.
- Rond de leeftijd van 6 jaar heeft een kind voldoende leer- en werkhouding ontwikkeld en
beschikt het over de vaardigheden om te leren lezen, schrijven en rekenen.
- Een kind heeft geleerd om te functioneren in groep, een kind heeft voldoende zelfredzaamheid
opgebouwd om haarzelf veilig te voelen in de school
- In het eerste leerjaar moeten ze leren lang luisteren, zelfstandig kunnen werken, doorwerken aan
een taak tot het einde, verstaanbaar kunnen uitdrukken in goede zinnen,…
- De groei naar schoolrijpheid wordt al spelend, thuis en in de kleuterklas gestimuleerd
3.1. SCHOOLRIJPHEID IS EEN PROCES
Een kleuter is niet van de ene dag op de andere schoolrijp. Dit is namelijk een heel proces dat spontaan
en vanzelf komt, stap per stap en niet plotseling. Het is echter wel van belang om de kleuter kansen te
bieden wat betreft stimulering en uitdaging. Hier zijn de ouders en de school belangrijke factoren in.