Overzicht van het respiratoir systeem
Het respiratoir systeem zorgt voor de opname van zuurstof (O₂) en de afgifte van koolstofdioxide
(CO₂). Het werkt samen met het cardiovasculair systeem om deze gassen te transporteren.
Belangrijke processen:
1. Ventilatie: in- en uitademen van lucht tussen de atmosfeer en de
longen.
2. Externe gasuitwisseling: uitwisseling van O₂ en CO₂ tussen
alveoli (longblaasjes) en bloed in de longcapillairen.
3. Transport: verplaatsing van O₂ en CO₂ via het bloed (door het
cardiovasculair systeem).
4. Interne gasuitwisseling: uitwisseling tussen bloed en
lichaamscellen.
Functies van het ademhalingsstelsel
• Gasuitwisseling: opname van O₂ uit de atmosfeer en afgifte van CO₂ aan de lucht.
• pH-regeling:
➔ CO₂ beïnvloedt de zuurtegraad (pH) van het bloed via het evenwicht: [CO₂
+ H₂O ⇌ H₂CO₃ ⇌ H⁺ + HCO₃⁻]
➔ Een stijging in CO₂ → meer H⁺ → lagere pH (zuurder).
➔ De ademhaling regelt dus indirect de pH door CO₂ te verwijderen of vast
te houden.
• Bescherming tegen ingeademde pathogenen:
➔ De luchtwegen zijn bekleed met slijm en trilharen die vreemde deeltjes
en micro-organismen tegenhouden.
➔ De longen hebben een vochtig oppervlak (natoppervlak) met
afweermechanismen zoals macrofagen.
➔ De huid heeft ook een immuunsysteem, maar de luchtwegen zijn het
grootste interne contactoppervlak met de buitenwereld.
• Stemvorming (fonatie): trilling van de stembanden bij uitademing zorgt voor geluid.
1
, Relatie met het cardiovasculair systeem
Het cardiovasculair systeem (hart en bloedvaten) is essentieel voor de ademhaling omdat:
• Het zuurstofrijk bloed van de longen naar de weefsels brengt.
• Het CO₂-rijk bloed van de weefsels naar de longen terugbrengt.
• De capaciteit van dit systeem bepaalt hoeveel zuurstof je kunt gebruiken en hoe efficiënt
je kunt leven of inspannen.
Kort gezegd:
Zonder het cardiovasculaire systeem zou zuurstof niet tot in de cellen geraken, en zou CO₂ zich
ophopen. Dit zou nadien voor problemen kunnen zorgen.
Grootste contactoppervlakken met de buitenwereld
• Huid: groot oppervlak, maar afgesloten met dode cellen; heeft een eigen
immuunsysteem.
• Longen: nog groter intern oppervlak (~70 m²!), in direct contact met de buitenlucht via
een vochtig, waterig oppervlak in de alveoli.
• Dit vochtige oppervlak maakt gasuitwisseling mogelijk, maar is ook een toegangspoort
voor microben, dus zijn er sterke afweermechanismen nodig.
Diffusie van gassen (pO₂, pCO₂)
• Doel: zuurstof (O₂) opnemen in het bloed en koolstofdioxide (CO₂) afgeven aan de lucht.
• Diffusie gebeurt via de alveolaire membraan in de longen, en hangt af van:
o Het oppervlak waarover diffusie kan plaatsvinden.
o Het concentratieverschil (partiële drukverschil, pO₂ en pCO₂).
o De dikte van het membraan.
• Groot diffusieoppervlak
o De longen bevatten miljoenen alveoli (longblaasjes) → totaal oppervlak ≈ 70
m²
o Dat grote oppervlak maakt gasuitwisseling efficiënt, maar ook kwetsbaar
(voor uitdroging en infectie).
2
,Wat is internalisatie?
Omdat een groot, vochtig oppervlak snel zou uitdrogen als het direct in contact zou komen met
de buitenlucht, heeft de evolutie ervoor gezorgd dat:
De gasuitwisseling intern plaatsvindt in de longen → internalisatie van het diffusieoppervlak!
Nood aan drie elementen voor ademhaling
Om het interne diffusiesysteem te laten werken, zijn drie dingen nodig:
1. Ventilatie (luchtflow):
In- en uitstromen van lucht tussen atmosfeer en alveoli.
Wordt gestuurd door drukverschillen (via de ademhalingsspieren).
2. Luchtwegen:
o Brengen de lucht naar de alveoli via trachea, bronchi, bronchiolen.
o Bevochtigen, filteren en verwarmen de ingeademde lucht.
Weetje
De bronchiën zijn de grotere luchtwegen die lucht geleiden van de luchtpijp (trachea)
naar de longen. Terwijl de bronchiolen de kleinste vertakkingen van de bronchiën
zijn. Ze leiden lucht tot aan de alveoli (longblaasjes) waar gasuitwisseling gebeurt.
3. Musculaire pomp (ademhalingsspieren):
o Zorgt ervoor dat de borstkas uitzet of samentrekt om lucht te verplaatsen.
o Belangrijk: de spieren zitten niet in de longen zelf (dat zou de gasuitwisseling
verstoren), maar rond de longen in de borstkaswand.
De ademhalingsspieren
➤ Hoofdspier voor inspiratie (inademing)
• Diafragma (middenrif):
o Belangrijkste ademhalingsspier.
o Bij contractie beweegt het naar beneden → de
borstholte wordt groter → onderdruk in de longen
waardoor de lucht naar binnen stroomt.
➤ Hulp- of secundaire spieren
• Externe intercostale spieren: trekken de ribben omhoog en naar buiten → vergroten
borstkasvolume (inademing).
3
, • Interne intercostale spieren: trekken de ribben naar beneden bij actieve uitademing
(bij inspanning).
• Musculus scalenus en Musculus sternocleidomastoideus: Zij helpen bij krachtige
inspiratie (bij inspanning).
• Abdominale spieren: helpen bij forceren van uitademing door de buikinhoud tegen het
diafragma te duwen.
Tijdens rust is uitademing meestal passief, waardoor de longen en borstkas vanzelf terugkeren
naar hun oorspronkelijke vorm.
Anatomie van het ademhalingsstelsel
Bovenste luchtwegen:
• Neusholte (nasale caviteit)
• Mondholte
• Farynx (keelholte)
• Larynx (strottenhoofd, stembanden)
Onderste luchtwegen:
• Trachea (luchtpijp)
• Bronchi → bronchiolen → alveoli
Diafragma:
scheidt de thoracale holte (borstkas) van de abdominale holte (buikholte) → logisch functioneel
verband tussen ademhaling en buikdruk.
Ontstekingen van de luchtwegen (-itis = ontsteking)
• Pharyngitis: ontsteking van de keelholte
• Laryngitis: ontsteking van de stembanden / strottenhoofd
• Bronchitis: ontsteking van de luchtwegen van de onderste luchtwegen (bronchi)
• Pneumonie: ontsteking van het longweefsel zelf (longontsteking)
4