Deel 1: Introductie
Thema 1: Introductie
• Toxicologie onderzoekt schadelijke effecten van xenobiotica: stoffen die vreemd zijn voor het lichaam.
• Niet alleen de stof zelf telt; ook dosis, blootstellingsduur, route, individu en metabolisme bepalen het effect.
Thema 2: Toxicokinetische fase
1) Indeling volgens duur en patroon van blootstelling
Type intoxicatie Betekenis Voorbeeld/risico
Acuut 1 of meerdere blootstellingen in korte Heroïne
tijd; effect binnen korte periode.
Subacuut Herhaalde inname van op zichzelf Salicylaten
niet-toxische doses
Chronisch Langdurige blootstelling Lood, cadmium.
Laattijdig Effect verschijnt pas veel later Dioxines
2) Determinanten van expositie
1. Toedieningsvorm en beschikbaarheid (opgeloste vorm, farmaceutische en biologische beschikbaarheid)
2. Externe factoren (voedsel, vetgehalte, deeltjesgrootte, vochtigheid …)
Deel 2: Toxicokinetische fase
Thema 3: Opname van xenobiotica
1) Passieve diffusie
𝑑𝑋 𝑂
Wet van Fick: = 𝑘 ∙ 𝑃 ∙ ∙ (𝑋1 − 𝑋2 ) = 𝑘 ′ ∙ (𝑋1 − 𝑋2 )
𝑑𝑡 𝑑
[𝑆𝑣 ]
Met 𝑃 = en ook dat het niet-geïoniseerde substantie is die door het membraan kan, via
[𝑆𝑤 ]
[𝑧𝑢𝑢𝑟]
𝑝𝐾𝑎 − 𝑝𝐻 = 𝑙𝑜𝑔
[𝑏𝑎𝑠𝑒]
2) Filtratie via poriën of transcellulair transport
Kleine, polaire moleculen zoals ethanol
3) Actief transport
Gebeurt via carriër, en gebruik van energie omdat het tegen concentratiegradiënt ingaat. Snelheid van transport via:
𝑣𝑚𝑎𝑥 ∙𝐶
𝑣= dit toont dat er verzadiging kan optreden.
𝐾𝑚 +𝐶
Inhibitie van actief transport kan ook toxisch zijn, bv. oubaïne die Na/K-pomp inhibeert.
, 4) Gefaciliteerde diffusie
Carrier-gemedieerde passage, ook verzadigbaar
5) Fago-/pinocytose
Opname van deeltjes/vloeistof., bv. asbest
6) Opname via orale weg
Via voeding, overdosis geneesmiddelen, accidentele inname van chemicaliën, pesticiden en reinigingsproducten. En
opname via mond/tongslijmvlies en maag-darm-stelsel. pH is een belangrijke factor voor de opname.
7) Opname via de huid
• Huidbarrière: epidermis (cornea) → dermis → hypodermis
moeilijk doorgangbaar
• Factoren: Molecuulgrootte, lipofiel karakter, vochtigheid, temperatuur, huidtype, beharing, zweetsecretie …
8) Opname via ademhalingswegen
• Longen hebben groot alveolair oppervlak en dunne diffusiebarrière: snelle opname mogelijk.
Voorbeeld van nicotine, THC (anadamide en 2-AG analoog), CBN
• Dosisformule
1
𝐷𝑡 = 𝑓 ∙ 𝑉𝑡 ∙ (𝐶𝑖 − 𝐶𝑢 ) ∙ 𝑡 en 𝑉𝑡 = 𝑉𝑎 + 𝑉𝑑 en 𝑉𝑎 ~
𝑘𝑔
Gassen, dampen en oplosbaarheid
Type gas/stof Gedrag
Zeer hydrofiel Dringen niet diep binnen.
Minder hydrofiel Kan dieper in longen doordringen.
Zeer lipofiel Systemische effecten
Inert gas Biologisch niet afbreekbaar; Ci = Cu.
Industrieel niet-inert gas Blijft opgenomen worden zolang
blootstelling duurt.
Aerosolen, nevels en stof
= stabiele suspensie van vaste of vloeibare deeltjes in lucht. Belangrijke factoren; frequentie, deeltjesgrootte,
hygroscopiciteit (vermogen om water uit lucht/luchtwegen op te nemen)
Mechanisme Waar? Makkelijk beeld
Impactie Neus-keel, grote Vliegen uit de bocht en botsen
vertakkingen tegen slijmvlies.
Sedimentatie Kleine Deeltjes krijgen tijd om door
bronchiën/alveolen zwaartekracht neer te slaan.
Diffusie Alveolaire regio Bewegen als moleculen