Intro communicatiewetenschap:
Communicatie?
Wat is communicatiewetenschappen?
o Wetenschappelijke studie van relatie tussen media of communicatieprocessen en de
samenleving.
o Jong veld, maar zeer breed en divers.
Veel interdisciplinaire invloeden (= een gefragmenteerde discipline)
= (gebruikt inzichten uit verschillende andere disciplines.)
Doelstellingen van cursus
D1: overzicht van en kennismaking met brede veld
Actuacase 1
o Media is in continue verandering en zeer beïnvloedbaar.
o Invloed van coronacrisis en lockdown was groot.
Plots iedereen thuis en iedereen zit op sociale media.
o Sociale media zijn nu bijna onmisbaar en dit steeg alleen door corona.
o Vooral bij jongeren is de schermtijd alleen maar in stijgende lijn.
Generatie van ‘digital natives’?
o Generatie die van kleins af aan met technologie en sociale media is opgegroeid.
o Heeft grote invloed op het leven van jongeren.
Goed of slecht?
o Deze media hebben zowel goede als slechte gevolgen.
o Goed:
Zorgen dat jongeren verbonden blijven met elkaar
Zorgt voor ontspanning
…
o Slecht:
Kan verslavend zijn.
Zorgt ervoor dat je je in je eigen wereld zit.
D2: Hedendaags belang van communicatie-wetenschappen
‘Effect’ van media:
o Media heeft veel effect op de maatschappij, zowel goed als slecht.
o Media geeft gebeurtenissen op bepaalde manieren weer, en zo beïnvloeden ze hoe mensen
en samenlevingen die gebeurtenissen beleven, interpreteren en erop reageren.
o Media, zoals films of video’s kunnen mensen emotioneren, ontroeren
MAAR ook choqueren
Zie foto van Aylan (jonge vluchteling)
1
,Propaganda:
o Media worden bewust ingezet om een bepaalde boodschap te verspreiden, vijandbeelden te
creëren of steun voor oorlogspolitiek te winnen.
o Dit toont hoe media niet neutraal zijn, maar actief ingezet kunnen worden in conflicten.
Invloed Trump op sociale media:
o Heeft grote invloed en veel mensen geloven alles wat hij zegt.
Zeer gevaarlijk!
Zorgt voor verspreiding fake news!
2
,Communicatiewetenschap: hoofdstuk 1:
Hoofdstuk 1: bouwstenen:
Vergelijking lego en communicatiewetenschap:
o Je krijgt ‘legoblokken’ of concepten om zelf iets te bouwen.
o Niet iedereen zijn eindresultaat ziet er hetzelfde uit, je kiest zelf welke blokken je gebruikt.
1. Teken en betekenisvol communiceren:
1.1.basisconcepten
Teken en betekenis:
o Verschil tussen 2625 en 1981.
o Je spreekt 1981 uit als een geboortejaar.
o Hier zie je hoe een teken een verschillende betekenis kan hebben.
Het teken:
o Allerkleinste component van een communicatieproces.
Semiotiek:
o Overkoepelende term
o = De leer van tekens
o Bestudeert de wijze waarop tekens functioneren en hoe ze betekenis doen ontstaan.
Grondleggers van de discipline:
o Ferdinand de Saussure (1857-1913)
o Charles Sanders Peirce (1839-1914)
4 subdomeinen semiotiek:
Fonologie o De studie van klanken en de kleinste eenheden.
Syntaxis o = zinsbouw
o Het gaat over de regels van volgorde en combinatie van woorden.
Semantiek o Gaat over de betekenis van woorden, woordgroepen en zinnen.
o Het gaat over de inhoud van een zin.
Pragmatiek o De betekenis in context, dus hoe taal echt gebruikt en begrepen wordt
in een situatie.
Verschil tussen semantiek en pragmatiek:
o Semantiek gaat over de letterlijke betekenis van woorden en zinnen, terwijl pragmatiek gaat
over de bedoelde betekenis in de context.
o BV: Jij zegt tegen een vriend die net uitglijdt: "Nou, dat ging soepel."
Semantiek: letterlijk dat iets soepel ging.
Pragmatiek: in context is dit ironisch bedoeld, want het ging juist niet soepel.
Intensie:
o Gaat over criteria die bepalen of een term wel kan worden toegepast.
3
, o BV: een romcom moet voldoen aan: grappig zijn, over liefde gaan…
Extensie:
o De klasse van zaken waarop de term correct is toegepast.
Alles voldoet aan de criteria.
o BV: Notting hill, Love actually …
o Meningen over de extensie kunnen verschillen.
2 kernelementen teken:
o Betekenaar: materiële vorm (foto, schrift, uitspraak, tekening, …) (Sa)
o Betekende: dat waar de tekenvorm naar verwijst (betekenis, concept, object, …) (Se)
Definitie van iets
o Relatie tussen beide: op basis van afspraak
2 kernelementen teken:
Betekenaar o = Signifiant (Sa) of betekenisdrager
o Materiële tekenvorm of verschijningsvorm van een teken
Foto, schrift, uitspraak, tekening, …
Betekende o = signifié
o Het (mentale) concept, begrip, beeld of idee waar de materiële
tekenvorm naar verwijst.
o = de definitie van het concept.
VOORBEELD: Signifiant en signifié:
o Hond
Signifiant: het woord ‘hond’, de tekening van een hond, een foto …
Signifié: het concept van een dier met 4 poten en een staart dat het woord oproept
bij mensen.
Referent:
o Fysiek object waar het teken naar verwijst.
o Referent hoeft niet aanwezig te zijn.
Je kan over een ‘auto’ praten zonder er een te zien.
Tekens zonder concrete referenten:
o Liefde, engel, waarheid, leven, …
Hoe komt men tot de volledige betekenis of significatie van een teken?
o Roland Barthes (1968) gebruikt hiervoor denotatie en connotatie.
Denotatie:
o = primair betekenisniveau
o De letterlijke of objectieve betekenis van een teken.
= de ‘wikipedia-definitie’
= de standaard, neutrale betekenis van een woord.
Connotatie:
o =secundair betekenisniveau
o Verwijst naar de figuurlijke of subjectieve betekenis van een woord.
o = bijbetekenis of associatie die iemand kan maken
4
, o Bijbetekenis kan goed of slecht zijn.
Evaluatieve lading: welke emotie of waardering het woord oproept.
Referentiële lading: naar welk object/feit wordt verwezen.
Toepassing op Davidster:
o Denotatie = zespuntige ster, symbool van jodendom.
o Connotatie = gevoelens/associaties zoals trots, religie, identiteit, maar ook vervolging en
discriminatie.
o Evaluatieve lading = positief of negatief geladen (afhankelijk van perspectief).
o Referentiële lading = verwijzing naar joodse religie, cultuur, geschiedenis, Israël.
Niveau van ideologie?
o Kijkt naar de grotere maatschappelijke ideeën en machtsverhoudingen die achter de
betekenissen van woorden of symbolen schuilgaan.
1.2.Tekensystemen
Tekensystemen:
o Tekensysteem van Peirce.
o Tekensysteem van De Saussure.
Tekensysteem van Peirce:
Tekensysteem van Charles Peirce: (VSA)
3 onderdelen:
o Representamen = tekenvorm = het teken
o Interpretant = de betekenis die het woord krijgt
o Object = waar het teken naar verwijst
Interpretant?
o Wordt bepaald door persoonlijke ervaring
o Kan positief of negatief zijn
Eigen ervaring zorgt voor bijbetekenis
Voorbeeld: ‘Student’:
o Object: iemand die studeert
o Interpretant: jouw associatie bij het woord ‘student’
Iemand die hard werk aan een bureau voor zijn studie.
Examenvraag Lukaku:
o Representamen: vreemdelingen
o Object: een groep mensen afkomstig uit een ander land
o Interpretant: frustratie, #zijn we vreemd ofzo
5
, Tekensysteem van De Saussure:
Tekensysteem van De Saussure:(1966)
o Geïnteresseerd in de relatie tussen tekens en hun tegengestelden.
Ene betekende van een teken, kan meer betekenis geven aan een ander teken.
o Betekenaar en betekende
o Indelen en categoriseren
o Belang van de rol van de tekengebruiker
Onderlinge relaties tussen tekens:
BV: kleuter:
o Het woord haalt betekenis uit het
feit dat het een andere betekenis
heeft dan
o Tiener
o Volwassene
o Bejaarde
Veranderende betekenaar?
o ‘Betekenaar’ in zin van drager van betekenis van een bepaald teken
o Signifié wordt extra signifiant voor een ander teken
2 soorten relaties tussen tekens:
o Syntagma: een betekenisvolle combinatie van tekeneenheden volgens een volgorde.
‘Ik drink koffie’ = betekenisvolle horizontale relatie tussen tekens.
‘Drink koffie ik’ = niet betekenisvol
Kan ook bij niet taalkundige relaties: voorgerecht, hoofdgerecht, dessert
o Paradigma: selectie en verticale relatie tussen de tekens, keuze tussen elementen.
De man staat stil. = De vrouw/ persoon
staat stil.
Visueel voorbeeld:
6
, 1.1.Tekenindelingen
Tekenindelingen:
o Tekenindeling van Peirce.
o Tekenindeling van Peters.
Tekenindeling van Peirce:
Tekenindeling van Charles Peirce:
o 3 soorten of types tekens
Icoon
Index
Symbool
Icoon:
o Een teken dat op visueel, auditief of zelfs olfactorisch vlak een gelijkenis vertoont met het
object waarnaar het verwijst.
o Haalt betekenis uit gelijkenis.
o BV: een foto, een landkaart, een klanknabootsing, bepaalde pictogrammen (bordje met
mes en vork)
Index:
o Verwijst naar een teken met een rechtstreeks of natuurlijk verband met een object.
o Moet aangeleerd worden via ervaring en kennis.
o Haalt betekenis uit relatie tussen oorzaak en gevolg.
o BV: foto van iemand met koortsenmeter, je denkt dat de persoon ziek is .
o BV: wit zin in december en ervan uit gaan dat het gesneeuwd heeft.
Symbool:
o Een teken dat betekenis heeft op basis van een conventie of afspraak.
Het is een artificieel verband.
o Symbool vervangt een ander gecompliceerd of abstract begip.
Is makkelijker te interpreteren dan hetgene waarnaar het verwijst.
o BV: kruisteken: teken van religie van Christendom.
o BV: 5 ringen naast elkaar: olympische ringen.
Altijd duidelijk welk soort teken het is?
o Nee, vaak kunnen ze zelfs elkaar overlappen.
Tekenindeling van Peters:
Tekenindeling van Jan Marie Peters:(1979)
7