Attitude ≠ mening kan geen mening hebben over onderwerp
Mening Attitude
= persoonlijke uitspraken, ideeën, = manier waarop je staat tegenover
hypothesen hebben evaluatief iets, iemand, groep, gedachtegoed,
karakter idee houdt oordeel in
8.1 INLEIDING
8.1.1 WAT ZIJN ATTITUDES?
= door ervaring gevormde, duurzame, georganiseerde wijze waarop iem gericht
op object
Object = leven(loos) stoffelijke zaken, abstracte kwesties
Kan ook mening over jezelf = subject
Door Attitudes = aangeleerd
ervaring Geconfronteerd met object oordeel vormen
gevormd Attitude overgeërfd v/ anderen
Overnemen door opvoeding, vrienden
Kritiek: sommige aangeboren + niet alleen door
leerprocessen, ervaringen
Vb. afkeer pijn
Duurzaam Attitudes moeilijk veranderen
Hardnekkig
Overeenkomst impliciete persoonlijkheidstheorieën
(tegenstrijdige info negeren/omvormen)
Nuancering: kan wijzigen!! (voldoende aanwijzingen)
Georganise Attitudes vormen netwerk samenhangend geheel + niet
erd tegenspreken
Gevolg (gestalt, onlosmakelijk geheel): moeilijkheden
oordelen moeten wijzigen om voorkomen dat organisatie
in logisch geheel onder druk staat
Soms in nesten werken met tegenstrijdige attitudes NIMBY-instelling:
Voorstander meer windturbines MAAR als naast huis dan protesteren
Ambivalent gevoel, paradoxaal probleem ander attitude
8.1.2 DE TRIPARTITE VAN ATTITUDES
3 domeinen waarop attitudes zich manifesteren:
Cognitief = attitudes hebben gedachten tot gevolg + zijn gevolg
component v/ gedachten
, Attitudes = gedachten: idee over iets heeft te
maken met rationele argumenten
Kennis beïnvloedt attitude
OOK omgekeerd: attitude tegenover object
beïnvloed kennis (minder open vr bepaalde
argumenten)
Affectieve = attitudes brengen emoties mee + gevolg v/ emoties
component Reclame!
Vb. gelukkige kinderen door schone kleren
moeder wilt dat eigen kind even gelukkig
(onmogelijk met concurrerende merken)
Conatief/ = attitudes zetten je aan tot handelen (sturen gedrag)
gedragsmatig ≠ objectief waarneembaar hypothetische
component constructen (intelligentie, persoonlijkheid,
persoonlijke constructen)
MAAR onrechtstreeks achterhalen: verraden via
gedrag
Niet altijd aanwezig MAAR kan elk op zich eigen invloed
Vb. reclame invloed gedachten, overtuigingen, emotioneel ≠ koopgedrag
Tegenargumenten
MAAR kan ook door invloeden product kopen ≠ overtuigd
meerwaarde
8.2 ONTSTAAN EN VERVORMING VAN ATTITUDES
Nature-nurture-debat: door ervaring gevormd MAAR sommige aangeboren
Persoonlijkheid ≠ of-ofverhaal: wie je bent = gevolg genetische bepaaldheid,
ervaringen doorheen leven ondergaan + veroorzaakt
Bepaald wie/wat aangenaam + waar neg. Tegenover
8.2.1 COGNITIEVE INVLOEDEN
Middel- Neg. Attitude tegenover object die jou verhinderd doel
doeltheorie bereiken
Pos. Attitude tegenover object die jou helpt doel
bereiken
Rationele afweging voor attitude
Betekent niet altijd bewust: zonder besef
persoon, situatie, … appreciëren/verafschuwen
Vb. Promotieacties spelen in op aankoopgedrag (korte termijn)
iets gratis krijgen bij aankoop
Nadeel: volgende x ander merk 1 die in promotie,
voorkeur, …
Antireclame maken
OOK onrechtstreeks: gevoel afkeer tegenover vrouw uiterlijke