WCO 1: Een introductie in de statistiek
1. STATISTIEK
= kunst + wetenschap v/ verzamelen, organiseren, presenteren, analyseren,
interpreteren v/ data + doel: inzicht verwerven obv data (door databos de bomen
zien)
Onderzoeksvragen beantw obv data streven nr objectiviteit (cijfers),
maar nooit volledig bereiken
Wetenschap: objectief, onafhankelijk beoefenaar
Kunst: creatief, interpretatief, afhankelijk beoefenaar
Gebruikt in psychologie (anders niet in staat om gegrond werken) data
voorbeelden:
Nieuws data + survey data
Mentale gezondheid (hoe hoger opgeleid, hoe minder depressieve stoornis
hierdoor gaat psycholoog vaker werken met lager opgeleiden)
2 vormen:
Beschrijvende = gegevens v/ onderzoek voorstellen via kengetallen
statistiek en/of grafische weergaven (data beschrijven)
Inductieve = op grond steekproefgegevens iets besluiten over
statistiek populatie
Univariate = over 1 variabele iets zeggen
statistiek vb. frequentieverdeling, centrummaten, variabiliteitsmaten,
normale verdeling, vorm v/ verdeling
Bivariate = verbanden tss 2 variabelen
statistiek vb. kruistabellen, correlatie, regressie
Multivariate = werken met verschillende variabelen tegelijk
2. THEMA 3: OPERATIONALISEREN EN METEN VAN VARIABELEN
Variabelen moeten gemeten kunnen worden om te onderzoeken
2.1 WAT IS OPERATIONALISERING?
= precies aangeven hoe variabelen gemeten
welk criterium hanteren om diverse waarden toe
te kennen aan variabele
Voorkeur: gepubliceerde
meetinstrumenten
1
, Diverse waarden aannemen (variëren) waarden = individuele uitslagen:
Kwantitatief = waarden bestaan uit getallen/scores
Discreet: aantal waarden vr variabele beperkt
(gehele getallen)
Elke waarde kan beschouwd worden als
resultaat telling
Vb. aantal kinderen
Continu: tssliggende waarde = onbegrensd
Elke waarde v/ variabele gelijk aan
resultaat meting
Vb. lengte
Kwalitatief/ = indeling in categorieën
categorisch
2.2 WAT ZIJN MEETNIVEAUS?
Goed inzicht! wijze presentatie, berekening kerngetallen, wijze analyse
gegevens afhankelijk v/ meetniveau
4 meetniveaus (SPSS = 3: nominal, ordinal, scale)
Zie samenvatting onderzoeksmethode!
2.3 BETEKENIS VAN MEETNIVEAUS
Meestal nominaal, ordinaal, interval ratio = weinig
2.4 WAT ZIJN DE CONSEQUENTIES VOOR SURVEYONDERZOEK?
Opstellen enquêtes!!:
Variabele kan v/ niveau wijzigen naargelang vraagstelling
DUS wijze bevraging heeft impact op meetniveau (verkregen gegevens)
Minder ervaren onderzoekers:
Rangorde vragen meetniveau verlaagd + analysemogelijkheden
verminderd
Hoe hoger meetniveau, hoe meer bewerkingen kunnen uitvoeren
MAAR aandacht formulering vraagstelling!
Onderzoekers willen zo hoog mogelijk meetniveau
Bezinning op vraagstelling voor enquête kan meetniveau + analyses pos.
Beïnvloeden
Afhankelijke variabele intervalniveau
Kwantitatieve variabelen kunnen optellen, gemiddeld, … rekenkundige
bewerkingen
2
1. STATISTIEK
= kunst + wetenschap v/ verzamelen, organiseren, presenteren, analyseren,
interpreteren v/ data + doel: inzicht verwerven obv data (door databos de bomen
zien)
Onderzoeksvragen beantw obv data streven nr objectiviteit (cijfers),
maar nooit volledig bereiken
Wetenschap: objectief, onafhankelijk beoefenaar
Kunst: creatief, interpretatief, afhankelijk beoefenaar
Gebruikt in psychologie (anders niet in staat om gegrond werken) data
voorbeelden:
Nieuws data + survey data
Mentale gezondheid (hoe hoger opgeleid, hoe minder depressieve stoornis
hierdoor gaat psycholoog vaker werken met lager opgeleiden)
2 vormen:
Beschrijvende = gegevens v/ onderzoek voorstellen via kengetallen
statistiek en/of grafische weergaven (data beschrijven)
Inductieve = op grond steekproefgegevens iets besluiten over
statistiek populatie
Univariate = over 1 variabele iets zeggen
statistiek vb. frequentieverdeling, centrummaten, variabiliteitsmaten,
normale verdeling, vorm v/ verdeling
Bivariate = verbanden tss 2 variabelen
statistiek vb. kruistabellen, correlatie, regressie
Multivariate = werken met verschillende variabelen tegelijk
2. THEMA 3: OPERATIONALISEREN EN METEN VAN VARIABELEN
Variabelen moeten gemeten kunnen worden om te onderzoeken
2.1 WAT IS OPERATIONALISERING?
= precies aangeven hoe variabelen gemeten
welk criterium hanteren om diverse waarden toe
te kennen aan variabele
Voorkeur: gepubliceerde
meetinstrumenten
1
, Diverse waarden aannemen (variëren) waarden = individuele uitslagen:
Kwantitatief = waarden bestaan uit getallen/scores
Discreet: aantal waarden vr variabele beperkt
(gehele getallen)
Elke waarde kan beschouwd worden als
resultaat telling
Vb. aantal kinderen
Continu: tssliggende waarde = onbegrensd
Elke waarde v/ variabele gelijk aan
resultaat meting
Vb. lengte
Kwalitatief/ = indeling in categorieën
categorisch
2.2 WAT ZIJN MEETNIVEAUS?
Goed inzicht! wijze presentatie, berekening kerngetallen, wijze analyse
gegevens afhankelijk v/ meetniveau
4 meetniveaus (SPSS = 3: nominal, ordinal, scale)
Zie samenvatting onderzoeksmethode!
2.3 BETEKENIS VAN MEETNIVEAUS
Meestal nominaal, ordinaal, interval ratio = weinig
2.4 WAT ZIJN DE CONSEQUENTIES VOOR SURVEYONDERZOEK?
Opstellen enquêtes!!:
Variabele kan v/ niveau wijzigen naargelang vraagstelling
DUS wijze bevraging heeft impact op meetniveau (verkregen gegevens)
Minder ervaren onderzoekers:
Rangorde vragen meetniveau verlaagd + analysemogelijkheden
verminderd
Hoe hoger meetniveau, hoe meer bewerkingen kunnen uitvoeren
MAAR aandacht formulering vraagstelling!
Onderzoekers willen zo hoog mogelijk meetniveau
Bezinning op vraagstelling voor enquête kan meetniveau + analyses pos.
Beïnvloeden
Afhankelijke variabele intervalniveau
Kwantitatieve variabelen kunnen optellen, gemiddeld, … rekenkundige
bewerkingen
2