HOOFDSTUK 1: KOSTENBEGRIPPEN..........................................................6
1.1 Het begrip kosten............................................................................6
1.2 De doeleinden van de kostenberekening.........................................6
1.2.1 Planning op lange termijn..........................................................6
1.2.2 Planning op korte termijn..........................................................7
1.3 De standaardkostprijsberekening....................................................7
1.3.1 Bepaling van de standaardkostprijs...........................................7
1.3.2 Belang van de standaardkostprijs.............................................7
1.3.3. PowerPoint................................................................................8
1.4 Kostenindeling.................................................................................8
HOOFDSTUK 2: DE KOSTENSOORTEN.....................................................10
2.1 De kosten van grond- en hulpstoffen.............................................10
2.2 De arbeidskosten...........................................................................11
2.3 De kosten van de duurzame productiemiddelen...........................12
2.3.1 Algemeen................................................................................12
2.3.2 Afschrijvingssystemen.............................................................13
2.3.3 PowerPoint...............................................................................13
2.4 De kosten van de grond.................................................................14
2.5 De kosten van de diensten van derden.........................................15
2.6 De kosten van de belastingen.......................................................15
2.7 Rentekosten...................................................................................16
HOOFDSTUK 3: CONSTANTE EN VARIABELE KOSTEN..............................18
3.1 De totale constante kosten............................................................18
3.2 De totale variabele kosten.............................................................18
3.3 De totale kosten............................................................................19
3.4 De gemiddelde en marginale kosten.............................................19
3.5 De semivariabele kosten (= gemengde kosten)............................22
3.6 Constante en variabele kosten en de standaardkostprijs..............22
HOOFDSTUK 4: DIRECTE EN INDIRECTE KOSTEN....................................28
4.1 Het begrip directe en indirecte kosten...........................................28
4.2 Toewijzing van kosten in functie van tijd.......................................29
1
, 4.3 Verbijzonderingsmethoden............................................................32
4.3.1 De delingscalculatie................................................................32
4.3.2 De equivalentiecijfermethode..................................................32
4.3.3 Opslagmethoden.....................................................................32
4.3.4 De kostenplaatsen- of productiecentramethode.....................33
4.3.5 De activity-based costing (ABC)..............................................34
HOOFDSTUK 7: INVESTERINGSVRAAGSTUKKEN......................................39
7.1 Investeringen.................................................................................39
7.1.1 Wat is investeren?...................................................................39
7.1.2 Soorten investeringen en investeringsbehoeften....................39
7.2 De optimale vestegingsplaats.......................................................39
7.3 De optimale bedrijfsgrootte of -capaciteit.....................................40
7.4 De optimale gebruiksduur = economische levensduur.................42
7.5 Rendement van de investeringen: selectiecriteria........................42
7.5.1 De terugverdientijdmethode (= pay-back periode).................43
7.5.3 De methode voor de netto contante waarde (= net present
value)................................................................................................44
HOOFDSTUK 8: ANALYSE VAN DE FINANCIËLE STRUCTUUR VAN EEN
ONDERNEMING.......................................................................................45
8.1 De jaarrekening.............................................................................47
8.1.1 Wie moet zijn jaarrekening publiceren?...................................47
8.1.2 Wie zijn de potentiële bestemmelingen van de jaarrekening? 49
8.1.3 Aan de informatie te stellen eisen?.........................................50
8.2 Begrippen van dubbel boekhouden...............................................50
8.2.1 De balans.................................................................................50
8.2.2 De resultatenrekening.............................................................53
8.3 Cashflowtabel................................................................................55
8.3.1 Wat zijn mogelijke cashbronnen in een onderneming? EN......56
8.3.2 Cashflow, verschillende benaderingen....................................56
8.4 Ratio-analyse.................................................................................58
8.4.1 De liquiditeit............................................................................59
8.4.2 De efficiëntieratio’s.................................................................62
8.4.3 De rentabiliteit.........................................................................63
2
, 8.4.4 De solvabiltieit.........................................................................65
3
, INLEIDING
Bedrijfseconomie
- Economie binnen een bedrijf
- Studie van het economisch handelen in het raam van de
bedrijfshouding
- Bedrijf: eenheid die preferenties combineert om goederen en
diensten te produceren
Economisch principe
- Tussen de behoeften en middelen van de consumenten moeten
onderneming een keuze maken.
- De gegeven middelen zoveel mogelijk behoeften trachten te
bevredigen
Schaarste probleem
- Schaarse middelen
- Zonder schaarste zouden noch economie, noch waarde bestaan
Winstmaximalisatie
- Onderneming moet trachten de vooropgestelde
productiehoeveelheid te realiseren met een minimum aan kosten.
Bedrijf
- Technisch-organisatorische eenheid
- Productiefactoren: natuur, arbeid en kapitaal combineren
- Goederen te produceren of diensten te presteren
- Voorbeeld: staalfabriek, vervoersbedrijf …
Onderneming
- Economisch-juridische eenheid
- Bedient het bedrijf om haar kapitaal zo renderend mogelijk te maken
Ondernemingsvormen
- Een eenmanszaak = zelfstandig natuurlijk persoon
- Een vennootschap = met of zonder rechtspersoonlijkheid
4 basisvennootschappen
1. Besloten vennootschap (bv) => kleine en (middel)grote
ondernemingen
2. Naamloze vennootschap (nv) => grote en beursgenoteerde
ondernemingen
4