= Het gaat over de invloed die anderen op ons hebben.
Bijvoorbeeld: wat doe je als jij iets wilt doen, maar de meerderheid doet iets
anders? Of: hoe overtuig je een hele groep?
Twee vormen van sociale invloed:
Impliciete sociale invloed (dit hoofdstuk)
Je voelt een soort druk van de groep, zonder dat iemand dat expliciet zegt.
Conformisme: je gedraagt je zoals de meerderheid.
Bijvoorbeeld: iedereen staat op in de wachtzaal na een piepje, jij doet dat
ook zonder dat iemand het je vraagt.
Innovatie: invloed van een minderheid. Eén of twee personen kunnen de
groep overtuigen om iets anders te doen.
Expliciete sociale invloed / gehoorzaamheid (volgend hoofdstuk)
Je wordt letterlijk gevraagd iets te doen of te laten.
Bijvoorbeeld: iemand zegt dat je moet opstaan of een taak moet uitvoeren.
Belangrijk:
Bij impliciete invloed leer je wat de groep ‘juist’ of ‘gepast’ gedrag vindt
door te observeren.
Bij expliciete invloed word je rechtstreeks gevraagd iets te doen, soms met
beloning of straf.
Conformisme en innovatie zijn technische termen:
Conformisme = volgen van de meerderheid.
Innovatie = invloed van een minderheid.
De termen zijn neutraal in de psychologie, zonder negatieve of positieve
connotatie.
Samengevat:
Impliciete sociale invloed draait om observeren en volgen van groepsgedrag,
terwijl expliciete sociale invloed draait om letterlijk gevraagd worden om iets te
doen. Dit hoofdstuk bespreekt vooral conformisme en innovatie.
1
, 1: inleiding
1.1: autonoom denken en handelen is verkieslijk
Mensen denken vaak dat autonoom handelen, dus zelf beslissen en niet meegaan
met de groep, altijd beter is dan conformisme. Dit is een misverstand. In de
praktijk volgen we vaak sociale normen omdat ze nuttig zijn en rust geven.
Voorbeelden uit het dagelijks leven
Sociale norm bij berichten: Als je ziet dat iemand je bericht heeft gelezen,
voelt het soms alsof je direct moet antwoorden. Dit doen we omdat het ‘normaal’
is en onzekerheid voorkomt.
Rijgedrag of zitplaatsen: We steken niet voor in de rij of vragen niet zomaar
een stoel op, omdat we de sociale regels volgen en afkeuring willen vermijden.
Waarom mensen soms autonoom blijven
In sommige situaties kan het beter zijn om je eigen oordeel te volgen,
bijvoorbeeld bij een taak maken of een moreel dilemma.
Alcoholconsumptie: Iemand zou zelf water bestellen, maar in een groep die
alcohol drinkt, kan die persoon onder druk van de meerderheid ook alcohol
nemen.
Onderzoeksmethodologie:
Om te bestuderen hoe sociale invloed werkt, creëren onderzoekers vaak situaties
waarin groepsdruk en persoonlijke voorkeur conflicteren:
Ze vergelijken wat iemand uit zichzelf zou doen versus wat diezelfde
persoon in een groepssituatie doet. = contrast
Voorbeeld: Emiel bestelt water, de rest van de groep kiest alcohol. Als
Emiel toch alcohol bestelt, zie je duidelijk het effect van sociale invloed.
Misverstanden over autonoom handelen:
1. Autonoom denken is niet altijd beter dan meegaan met de groep.
2. Niet meegaan met anderen betekent niet altijd dat iemand autonoom
handelt.
3. Mensen staan zelden voor een eenvoudige keuze: volledig autonoom zijn
of volledig meegaan.
2
, Belangrijk inzicht:
Onderzoekers willen vaak situaties onderzoeken waarin groepsdruk iemand
kan beïnvloeden tegen wat hij of zij zelf logisch of moreel vindt.
Dit betekent niet dat sociale beïnvloeding altijd slecht of dom is. In veel
dagelijkse situaties helpt conformisme juist: het zorgt voor rust, veiligheid
en voorspelbaarheid.
Onderzoek kan hierdoor een vertekend beeld geven dat mensen die zich
laten beïnvloeden altijd ‘dom’ handelen, terwijl dit vaak functioneel is.
Kortom: Autonoom denken en handelen is niet altijd beter dan conformisme.
Sociale normen en groepsgedrag zijn vaak nuttig en helpen ons veilig en efficiënt
te functioneren. Onderzoek richt zich vooral op situaties waarin groepsdruk tegen
persoonlijke voorkeuren ingaat, waardoor de rol van sociale invloed duidelijk
zichtbaar wordt.
1.2: je blijft autonoom of je doet wat ze van je willen
Autonoom handelen, conformisme en reactantie
Bij sociale invloed denken we vaak aan twee opties:
1. Autonoom blijven: je doet wat je zelf wilt, ongeacht de groep.
2. Conformisme: je doet mee met wat de meerderheid doet.
Maar Aronson (2012) wijst op een derde mogelijkheid: reactantie.
Wat is reactantie?
Psychologische reactantie is een ongemakkelijke gemoedstoestand die ontstaat
wanneer iemand je iets verbiedt of je vrijheid beperkt.
Omdat autonomie een basisbehoefte is, willen we juist het verboden
gedrag uitvoeren.
Dit gedrag is niet echt autonoom, want het is een directe reactie op de
groep of autoriteit, juist om tegen te zijn.
Bij reactantie kies je niet voor wat je zelf wilt, maar voor het tegengestelde
van wat de groep doet of wil.
3