0. introductie
Biodiversiteit
= De variëteit van leven op aarde op alle levels van biologische organisatie (van de level genen tot ecosystemen)
3 hiërarchische levels:
1. Ecologisch = variëteit van ecosystemen
2. Organismen = aantal soorten
3. Genetisch = genetische verschillen binnen & tussen soorten
Hoeveel soorten zijn er vandaag gekend? 1,75 miljoen
Hoeveel moeten er nog worden ontdekt? 7-20 miljoen
Uitstervingspercentages zijn: 50-100 keer hoger dan de natuurlijke achtergrond
Soorten reeds uitgestorven: 99,9% van alle soorten die ooit hebben geleefd
Soorten bedreigd met extinctie in de toekomst: 5-20 %
Waarom sterven soorten uit? Omdat ze zich niet kunnen aanpassen aan snelle veranderingen in hun omgeving
Soorten
= veel definities, onder andere:
Biologische soort Een groep kruising van natuurlijke populaties die niet succesvol paren of
reproduceren met andere dergelijke groepen
Morfologische soort De kleinste natuurlijke populaties permanent van elkaar gescheiden door een
duidelijke discontinuïteit in erfelijke kenmerken (bv morfologie, gedrag, biochemie)
Fylogenetische soort De kleinste groep organismen die diagnostisch verschilt van andere dergelijke
clusters en waarin er een ouderlijk patroon van afkomst is
The tree of life
Morphological & development data Molecular data
Lichaamssymmetrie:
Radiale symmetrie Bilaterale symmetrie
Diploblastisch Triploblastisch
2 kiemlagen: endoderm, ectoderm 3 kiemlagen: endoderm, mesoderm, ectoderm
1
,Lichaamsholten
Ontwikkeling:
1. Klieving
2. Coeloomvorming
3. Lot van blastopore
Porifera
Diversiteit:
Kenmerken:
- Metazoa – Parazoa (cellen niet gedifferentieerd in weefsels) → meeste cellen omnipotent → Reaggregeren
(aseksuele reproductie)
- Asymetrisch lichaamsplan – acoelomata
- Parafyletische groep
2
, Voorouders: choanoflagellata (= clade binnen protozoa)?
Ecosysteem: vooral marien, 150 zoetwater
# Beschreven soorten: 8000
Klasse # bestaande soorten Spicules Design
Demospongia 6400-7200 (80-90%) SiO2 + spongine Leucon
Calcarea (enkel marien) 500 CaCO3 Leucon, sycon, ascon
Hexactinellida 400 SiO2 Leucon
Groeivormen
1. Massive sponges = groeien vrij
2. Encrusting sponges = groeien boven koraal → overhang, spleten, grotten
3. Boring sponges = boren in substraat
Fylogenie
(2 mogelijke fylogenieën):
Designs aquifeer systeem
Design Wat? Diameter Anatomie Afbeelding
Ascon Hol cilinder 1mm
Sycon Oppervlakte-volume-ratio↑ Centimeters Prosopyles: kanalen tussen incurrent kanaal en
Door alterneren surface choanocyte chambers
inpockets (incurrent kanaal) Apopyles: opening tussen choanocyte chamber en
met interior outpockets excurrent kanaal (die naar atrium gaan)
(choanocyte chambers) Secondary chambers = choanocyte chambers
Leucon Flagellaire pompen in Enkele cm – Prosopyles
duizenden bolvormige kamers 1m Apopyles
Tertiary chambers
3
, Gevaarlijke soorten voor mensen:
Clathria prolifera:
Symptomen: brandend, 2 weken lang, alleen lokaal
Behandeling: verwijder slijm (zeep en schoon water), spicules (kleefband), later: corticosteroïdcrèmes en
koude kompressen
Anatomie
Lichaamswand
1 Lophocyt Secretie collageen 7 Archeocyt/ Totipotente cel:
amoebocyt differentieert in andere
celtypen, voedselopname,
afscheiding afvalstoffen,…
2 Pinacocyt Vormt de pinacoderm 8 Sclerocyt Secretie spicules
3 Oocyt Eicel 9 Spicule
4 Choanocyt Waterstroom creëren 10 Flagel
Voedseldeeltjes vangen
5 Porocyt Controle water door ostia 11 Choanoderm Epitheelachtig
6 Ostium Incurrent pore 12 Mesohyl Bindweefsel
13 Pinacoderm Epitheelachtig Osculum Uitgang water
Spongocoel/ Grote centrale caviteit
atrium
Choanocyte chamber → dwarsdoorsnedeoppervlakte↑ → Stroomsnelheid↓ → goed voor filtering
Fagocytose:
- Vertering door archeocyten
- Verwerpen van nutteloze moleculen
Spicules:
Materiaal: SiO2 of CaCO3
Types:
- microscleres
- megascleres
o # assen: -axon → monoaxon, triaxon
o # punten: -actine → triactine, hexactine
Spongine: met of zonder spicules
Sclerosponges = zeldzame spons met hard CaCO3 skelet, groeit heel langzaam, kan heel oud worden = archieven klimaat
Spicules vorming:
Divers
Bio erosie:
- Enkel op CaCO3 (want lost op in zuur)
- De etching cells gebruiken een zuur (zie afb.)
Andere feiten:
- Competitie (koraal-spons, spons-spons)
- Sommigen gebruiken toxines
- Predators: filefish, maanvis, schildpad
- Commercieel: belangrijkste producent = Tunesië; belangrijkste importeur = Frankrijk
Reproductie & ontwikkeling
- Aseksueel: budding & fragmentatie
4