Oefening 1:
I:
a) nee, WZZ is wel de aansteller van Miet
b) ja, eigen fout: 6.5 BW (kan ook voor rechtspersonen), aansteller van Miet (art
6.14 BW), WZZ staat in voor de fouten van zijn bestuursorganen (art 6.15 BW)
c) nee, de fout van Joris kan niet leiden tot de persoonlijke aansprakelijkheid van
WZZ
d) nee, art 6.5 BW is ook van toepassing op rechtspersonen
II:
a) nee, Miet kan, naast de aansprakelijkheid voor WZZ voor Miet als hulppersoon,
nog steeds zelf aansprakelijk gesteld worden voor haar eigen fout.
b) nee, Miet geniet door art 18 WAO van een gedeeltelijke immuniteit maar die is
enkel voor niet-herhaalde lichte fouten (hier gaat het om een zware
fout/meerdere lichte fouten)
c) nee, het gedrag van Sander is een oorzaak maar geen fout, er is dus ook geen
aansprakelijkheidsverdeling en Sander is minderjarig dus hij kan nooit persoonlijk
aansprakelijk gesteld worden.
d) ja, Miet kan zich, als hulppersoon, niet beroepen op het bevrijdingsbeding
want het kan haar nooit bevrijden van een opzettelijke fout (art 5.89, §2, 3° BW).
En ze kan zich er niet op beroepen volgens art 6.3, §2 BW ze kan zich in principe
erop beroepen maar niet als het ingaat tegen de fysieke integriteit bij
schadeloosstelling.
III:
a) nee, het gaat hier over een verlies van een kans kan wel vergoed worden (art
6.22 BW)
b) nee, de rechter moet zich afvragen wat er gebeurd zou zijn als de chauffage
nieuw was, of als het raam had opengestaan (art 6.29 BW). Je mag de
voorbeschiktheid niet wegdenken
c) ja, ‘wrongdoers must take their victims as they take them.’ Het is niet omdat
Sander zijn longen slecht dat Miet daardoor minder schadeloosstelling zou
moeten betalen. (art 6.29 BW)
d) nee, volgens de equivalentieleer zijn alle oorzaken gelijk
1