1) casus over het rookverbod:
1.1 Nee: 4 voorwaarden
- Parlementen moeten instemmen met het verdrag parlement neemt een
instemmingswet (die wordt bekend gemaakt in het BS) (art 167 GW)
- Bekendmaking BS
- Ratificatie: wordt bekrachtigd door de koning
- Moet op internationaal vlak in werking treden
1.2 Geen
-Objectief criterium: duidelijk geformuleerd NEE (passende maatregelen,
zoveel mogelijk, andere ziekten,…)
-Subjectief criterium: betrekking op rechtssubjecten nee, maatregelen door
overheden genomen
1.3 Weinig gevolg, de Europese norm heeft geen directe werking en staat
daarom niet boven de wet van 22 december 2009. De wet zal dus boven de
Europese norm gaan waardoor er geoordeeld wordt dat elke werknemer gewoon
het recht heeft op werkruimten die vrij zijn van tabaksrook. Hij kan zich hier dus
niet op beroepen.
1.4 Hij zou artikel 23 2° (4°) GW aanhalen, want die gaat wel boven een wet. Hij
kan een prejudiciële vraag laten stellen om art 23 GW te toetsen aan de
internationale norm. (Prejudiciële vraag: GWH kijkt niet naar directe werking dus
je kan art 23 in samenhang met de norm aan GWH) naar het GWH gaan en een
beroep tot vernietiging van de wet van 22 december 2009 vorderen.
2) Casus over migratiepact:
2.1 + 2.2 NEE
-Objectief criterium: duidelijkja (inbegrip van)
-Subjectief criterium: betrekking op rechtssubjecten nee (normen voor
staten)
(Bredere context, doelstelling= niet zo rechtsreeks als een specifiek art,…)
2.3
RVS kijkt enkel naar het objectief criterium, als het niet voldoende duidelijk
is gaan ze er niet mee verder
Gewone hoven en rechtbanken: beide criteria worden beoordeeld, die gaan
er niet mee verder als het geen rechtstreekse werking heeft
GWH directe werking maakt niet uit, hij toetst altijd
1.1 Nee: 4 voorwaarden
- Parlementen moeten instemmen met het verdrag parlement neemt een
instemmingswet (die wordt bekend gemaakt in het BS) (art 167 GW)
- Bekendmaking BS
- Ratificatie: wordt bekrachtigd door de koning
- Moet op internationaal vlak in werking treden
1.2 Geen
-Objectief criterium: duidelijk geformuleerd NEE (passende maatregelen,
zoveel mogelijk, andere ziekten,…)
-Subjectief criterium: betrekking op rechtssubjecten nee, maatregelen door
overheden genomen
1.3 Weinig gevolg, de Europese norm heeft geen directe werking en staat
daarom niet boven de wet van 22 december 2009. De wet zal dus boven de
Europese norm gaan waardoor er geoordeeld wordt dat elke werknemer gewoon
het recht heeft op werkruimten die vrij zijn van tabaksrook. Hij kan zich hier dus
niet op beroepen.
1.4 Hij zou artikel 23 2° (4°) GW aanhalen, want die gaat wel boven een wet. Hij
kan een prejudiciële vraag laten stellen om art 23 GW te toetsen aan de
internationale norm. (Prejudiciële vraag: GWH kijkt niet naar directe werking dus
je kan art 23 in samenhang met de norm aan GWH) naar het GWH gaan en een
beroep tot vernietiging van de wet van 22 december 2009 vorderen.
2) Casus over migratiepact:
2.1 + 2.2 NEE
-Objectief criterium: duidelijkja (inbegrip van)
-Subjectief criterium: betrekking op rechtssubjecten nee (normen voor
staten)
(Bredere context, doelstelling= niet zo rechtsreeks als een specifiek art,…)
2.3
RVS kijkt enkel naar het objectief criterium, als het niet voldoende duidelijk
is gaan ze er niet mee verder
Gewone hoven en rechtbanken: beide criteria worden beoordeeld, die gaan
er niet mee verder als het geen rechtstreekse werking heeft
GWH directe werking maakt niet uit, hij toetst altijd