Introductie tot de grondwet en de grondwettelijke rechtspraak:
1. Krantenartikel:
https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2025/10/01/hoogste-rechtbanken-van-ons-land-
bezorgd-over-recente-uitspraken/
Inhoud: Artikel gaat over de rechterlijke bezorgdheid over de uitspraken van
minister van asiel en migratie. De minister stelt dat ze weigert de
dwangsommen te betalen die zijn opgelegd aan de overheid voor het niet
opvangen van asielzoekers. Dit betekent volgens de rechterlijke macht een
rechtstreekse aantasting van de rechtstaat en de scheiding der machten.
Grondwettelijke kwestie: De uitspraken van de minister tast de scheiding der
machten aan doordat ze de uitspraken van de rechterlijke macht negeert
terwijl rechterlijke uitspraken bindend zijn voor burgers en overheden. De
scheiding der machten staat niet letterlijk als beginsel in de grondwet maar je
kan het wel uit de grondwet afleiden en het is een basisprincipe van onze
rechtstaat. De rechterlijke macht doet uitspraken en die gelden ook voor deze
minister. De uitvoerende macht (en dus de minister) mag enkel doen
waarvoor ze bevoegd zijn nl. wetten verder uitvoeren
2. Rechtspraak:
A. Arrest van het grondwettelijk hof:
In A: meningen en argumenten van partijen, B: meningen en beslissingen van
GWH
Ten aanzien van bestreden van bepaling: GWH geeft weer wat er wordt
aangevochten
B.18.1= gelijkheidsbeginsel
Feiten + hoe bij GWH terecht gekomen? Er word een taks ingevoerd voor de
inscheping van luchtvoertuigen door de federale overheid maar er zijn
verschillende verzoekende partijen die stellend dat deze taks in strijd is met
andere wetten/decreten.
Partijen? Verzoeker: de vennootschap Ryanair D.A.C. + VZW Belgische federatie
voor luchtvaart + Paul Windey + Michel, verweerder: ministerraad?
Wat wordt er aangevochten? Er wordt een beroep tot vernietiging ingesteld voor
de artikelen 30-32 van de wet houdende verlaging van lasten op arbeid en voor
de artikelen 28-42 van de wet betreffende taks op de inscheping van een
luchtvaartuig. Verzoekende partij voert een schending van bevoegdheid aan
(federale overheid vaardigde de norm uit maar ze zegt dat het bevoegdheid van
gewesten is)
Argumenten (ongrondwettigheid/toetsen aan welke norm/waarom norm
geschonden)? . 1)Verzoekende partij voert een schending van bevoegdheid aan
, (federale overheid vaardigde de norm uit maar ze zegt dat het bevoegdheid van
gewesten is) en dus schending van artikel 141 GW. Ministerraad zegt dat
gewesten geen beroep hebben aangetekend en dat overleg niet verplicht is
2)Schending van artikelen 10,11 en 172 GW eventueel in samenhang gelezen
met het verdrag van Chicago, verschillende situaties worden volgens
verzoekende partij op dezelfde manier behandeld terwijl hier geen redelijke
verantwoording voor bestaat. Ministerraad stelt dat de wetgever door in alle
gevallen rekening te houden met de eindbestemming, zich op een objectief en
pertinent criterium heeft gebaseerd.
3) Schending van artikelen 10-11 GW in samenhang gelezen met art 16-52 van
het Handvest van de grondrechten Eu want het doet op onevenredige wijze
afbreuk op de vrijheid van ondernemen van de luchtvoerders. De ministerraad
stelt dat de taks wordt verantwoord door het drievoudige doel.
Beslissing rechtscollege? Het hof verwerpt de beroepen (overeenkomstig artikel
65 van de bijzondere wet op het grondwettelijk hof)
Motieven voor beslissing?
1) Het eerste onderdeel van het eerste middel is ongegrond (er was overleg
volgens wet van 8/8/1980)
Het eerste onderdeel van het tweede middel is eveneens niet gegrond
(concurrentiepositie van luchtvaartmaatschappijen door de taks is niet
juist)
Het tweede onderdeel van het tweede middel is niet gegrond (na
onderzoek bleek dat de bestreden bepalingen niet op discriminerende
wijze afbreuk doen aan het verdrag van Chicago)
Het derde middel is niet gegrond. (de bestreden bepalingen kunnen de
vrijheid van ondernemers van de luchtvoerders beperken aangezien zij de
economische rentabiliteit van bepaalde luchtlijnen kunnen aantasten)
2) Het eerste deel van enige middel is niet gegrond (het zijn geen
onevenredige gevolgen)
Het tweede deel van het enige middel is niet gegrond (de bestreden
bepalingen doet niet op discriminerende wijze afbreuk aan het verdrag van
Chicago)
B. Arrest van het Hof van Cassatie:
Feiten + hoe bij GWH terecht gekomen? Een vrouw geeft brochures af aan
personen die het abortuscentrum binnengaan met daarin informatie tegen
abortus. De politie stelt hiervoor een GAS-boete op, op basis van artikel 69 van
de codex politieverordeningen van de stad Hasselt.
Partijen? Eiseres: M.V.M, verweerder: stad Hasselt
Wat wordt er aangevochten? Vonnis van politierechtbank
1. Krantenartikel:
https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2025/10/01/hoogste-rechtbanken-van-ons-land-
bezorgd-over-recente-uitspraken/
Inhoud: Artikel gaat over de rechterlijke bezorgdheid over de uitspraken van
minister van asiel en migratie. De minister stelt dat ze weigert de
dwangsommen te betalen die zijn opgelegd aan de overheid voor het niet
opvangen van asielzoekers. Dit betekent volgens de rechterlijke macht een
rechtstreekse aantasting van de rechtstaat en de scheiding der machten.
Grondwettelijke kwestie: De uitspraken van de minister tast de scheiding der
machten aan doordat ze de uitspraken van de rechterlijke macht negeert
terwijl rechterlijke uitspraken bindend zijn voor burgers en overheden. De
scheiding der machten staat niet letterlijk als beginsel in de grondwet maar je
kan het wel uit de grondwet afleiden en het is een basisprincipe van onze
rechtstaat. De rechterlijke macht doet uitspraken en die gelden ook voor deze
minister. De uitvoerende macht (en dus de minister) mag enkel doen
waarvoor ze bevoegd zijn nl. wetten verder uitvoeren
2. Rechtspraak:
A. Arrest van het grondwettelijk hof:
In A: meningen en argumenten van partijen, B: meningen en beslissingen van
GWH
Ten aanzien van bestreden van bepaling: GWH geeft weer wat er wordt
aangevochten
B.18.1= gelijkheidsbeginsel
Feiten + hoe bij GWH terecht gekomen? Er word een taks ingevoerd voor de
inscheping van luchtvoertuigen door de federale overheid maar er zijn
verschillende verzoekende partijen die stellend dat deze taks in strijd is met
andere wetten/decreten.
Partijen? Verzoeker: de vennootschap Ryanair D.A.C. + VZW Belgische federatie
voor luchtvaart + Paul Windey + Michel, verweerder: ministerraad?
Wat wordt er aangevochten? Er wordt een beroep tot vernietiging ingesteld voor
de artikelen 30-32 van de wet houdende verlaging van lasten op arbeid en voor
de artikelen 28-42 van de wet betreffende taks op de inscheping van een
luchtvaartuig. Verzoekende partij voert een schending van bevoegdheid aan
(federale overheid vaardigde de norm uit maar ze zegt dat het bevoegdheid van
gewesten is)
Argumenten (ongrondwettigheid/toetsen aan welke norm/waarom norm
geschonden)? . 1)Verzoekende partij voert een schending van bevoegdheid aan
, (federale overheid vaardigde de norm uit maar ze zegt dat het bevoegdheid van
gewesten is) en dus schending van artikel 141 GW. Ministerraad zegt dat
gewesten geen beroep hebben aangetekend en dat overleg niet verplicht is
2)Schending van artikelen 10,11 en 172 GW eventueel in samenhang gelezen
met het verdrag van Chicago, verschillende situaties worden volgens
verzoekende partij op dezelfde manier behandeld terwijl hier geen redelijke
verantwoording voor bestaat. Ministerraad stelt dat de wetgever door in alle
gevallen rekening te houden met de eindbestemming, zich op een objectief en
pertinent criterium heeft gebaseerd.
3) Schending van artikelen 10-11 GW in samenhang gelezen met art 16-52 van
het Handvest van de grondrechten Eu want het doet op onevenredige wijze
afbreuk op de vrijheid van ondernemen van de luchtvoerders. De ministerraad
stelt dat de taks wordt verantwoord door het drievoudige doel.
Beslissing rechtscollege? Het hof verwerpt de beroepen (overeenkomstig artikel
65 van de bijzondere wet op het grondwettelijk hof)
Motieven voor beslissing?
1) Het eerste onderdeel van het eerste middel is ongegrond (er was overleg
volgens wet van 8/8/1980)
Het eerste onderdeel van het tweede middel is eveneens niet gegrond
(concurrentiepositie van luchtvaartmaatschappijen door de taks is niet
juist)
Het tweede onderdeel van het tweede middel is niet gegrond (na
onderzoek bleek dat de bestreden bepalingen niet op discriminerende
wijze afbreuk doen aan het verdrag van Chicago)
Het derde middel is niet gegrond. (de bestreden bepalingen kunnen de
vrijheid van ondernemers van de luchtvoerders beperken aangezien zij de
economische rentabiliteit van bepaalde luchtlijnen kunnen aantasten)
2) Het eerste deel van enige middel is niet gegrond (het zijn geen
onevenredige gevolgen)
Het tweede deel van het enige middel is niet gegrond (de bestreden
bepalingen doet niet op discriminerende wijze afbreuk aan het verdrag van
Chicago)
B. Arrest van het Hof van Cassatie:
Feiten + hoe bij GWH terecht gekomen? Een vrouw geeft brochures af aan
personen die het abortuscentrum binnengaan met daarin informatie tegen
abortus. De politie stelt hiervoor een GAS-boete op, op basis van artikel 69 van
de codex politieverordeningen van de stad Hasselt.
Partijen? Eiseres: M.V.M, verweerder: stad Hasselt
Wat wordt er aangevochten? Vonnis van politierechtbank