OG 7: Fundamentele rechten en vrijheden:
1. VEU: verdrag betreffende Europese unie: titel 1, art 6
1) het Handvest van de grondrechten van de Europese unie: titel 1-7
2) Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de
fundamentele vrijheden, EVRM: art 1-59 ( van de raad van Europa)
3) Grondwet, art 8-32
(VN)
2. Categorieën:
1) Burgerlijke rechten/afweerrechten: rechten die de burger beschermen
tegen het onrechtmatig optreden van de overheid
2) Politieke rechten: rechten die bedoeld zijn om de burger te laten
deelnemen aan het staatsgezag
3) Economische, sociale en culturele rechten: rechten die de overheid niet
zozeer verplichten om zich van bepaalde handelingen te onthouden, als
wel een aantal voorwaarden te scheppen opdat de burger in
waardigheid zou kunnen leven.
4) Collectieve en solidariteitsrechten: rechten met als doel om ten aanzien
van bepaalde groepen van personen een bepaalde globale toestand te
waarborgen. Collectieve rechten zijn rechten die de gemeenschappen,
de groep of collectiviteit bezit terwijl solidariteitsrechten, rechten zijn
waarvoor de actieve medewerking van de volledige
statengemeenschap vereist is. (bv. Recht op ontwikkeling, recht op
eigen grondstoffen?)
(Onderscheid is gebaseerd op de tijd waarin ze opbloeiden)
generaties:
1) Eerste generatie: Burgerlijke en politieke rechten: ontstaan als reactie
tegen het vorstelijk absolutisme voor de Franse revolutie. Tijdens de
Frans-Amerikaanse revolutie zijn ze verder geëvolueerd. 18 de eeuw.
2) Tweede generatie: Economische, sociale en culturele rechten:
ontstonden in het begin van de 20ste eeuw. Eerst tijdens de Mexicaanse
revolutie, daarna in Rusland bij de Oktoberrevolutie, daarna volgden de
Oostbloklanden en Duitsland. Tot slot was er dekolonisatiegolf waardoor
er ook weer nadruk werd gelegd op deze rechten.
3) Derde generatie: Collectieve en solidariteitsrechten: de collectieve
rechten ontstonden in het begin van de jaren 90 door het ontvoogden
en de emancipatie van de derdewereldlanden. De solidariteitsrechten
groeiden tijdens de tweede helft van de 20 ste eeuw
-volle rechten/absolute rechten: geen enkele afwijking
toegelaten
-gekwalificeerde rechten: door wetgever om wettelijk bepaalde
motieven aan beperkingen onderworpen voor openbare orde of bescherming van
grondrechten
1. VEU: verdrag betreffende Europese unie: titel 1, art 6
1) het Handvest van de grondrechten van de Europese unie: titel 1-7
2) Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de
fundamentele vrijheden, EVRM: art 1-59 ( van de raad van Europa)
3) Grondwet, art 8-32
(VN)
2. Categorieën:
1) Burgerlijke rechten/afweerrechten: rechten die de burger beschermen
tegen het onrechtmatig optreden van de overheid
2) Politieke rechten: rechten die bedoeld zijn om de burger te laten
deelnemen aan het staatsgezag
3) Economische, sociale en culturele rechten: rechten die de overheid niet
zozeer verplichten om zich van bepaalde handelingen te onthouden, als
wel een aantal voorwaarden te scheppen opdat de burger in
waardigheid zou kunnen leven.
4) Collectieve en solidariteitsrechten: rechten met als doel om ten aanzien
van bepaalde groepen van personen een bepaalde globale toestand te
waarborgen. Collectieve rechten zijn rechten die de gemeenschappen,
de groep of collectiviteit bezit terwijl solidariteitsrechten, rechten zijn
waarvoor de actieve medewerking van de volledige
statengemeenschap vereist is. (bv. Recht op ontwikkeling, recht op
eigen grondstoffen?)
(Onderscheid is gebaseerd op de tijd waarin ze opbloeiden)
generaties:
1) Eerste generatie: Burgerlijke en politieke rechten: ontstaan als reactie
tegen het vorstelijk absolutisme voor de Franse revolutie. Tijdens de
Frans-Amerikaanse revolutie zijn ze verder geëvolueerd. 18 de eeuw.
2) Tweede generatie: Economische, sociale en culturele rechten:
ontstonden in het begin van de 20ste eeuw. Eerst tijdens de Mexicaanse
revolutie, daarna in Rusland bij de Oktoberrevolutie, daarna volgden de
Oostbloklanden en Duitsland. Tot slot was er dekolonisatiegolf waardoor
er ook weer nadruk werd gelegd op deze rechten.
3) Derde generatie: Collectieve en solidariteitsrechten: de collectieve
rechten ontstonden in het begin van de jaren 90 door het ontvoogden
en de emancipatie van de derdewereldlanden. De solidariteitsrechten
groeiden tijdens de tweede helft van de 20 ste eeuw
-volle rechten/absolute rechten: geen enkele afwijking
toegelaten
-gekwalificeerde rechten: door wetgever om wettelijk bepaalde
motieven aan beperkingen onderworpen voor openbare orde of bescherming van
grondrechten