KADER
- Uitleggen wat doelgericht werken betekent
- Uitleggen wat de voordelen en aandachtspunten zijn van werken met een eindopdracht.
- Toelichten hoe reflectie en evaluatie van proces en product een onmisbaar onderdeel is van je
activiteit
- Toelichten (in verschillende fases) hoe je een muzische activiteit best kan opbouwen
1. ACTIVITEITEN OPBOUWEN
1.1. DE CONCEPTCIRKEL
- Bij elke muzische activiteit de uitgewerkte conceptcirkel
- Sluit aan bij de doelen en de DBS
1.2. DOELGERICHT WERKEN
- Vooraf doelen selecteren
- De doelen realiseren via opdrachten
- Stap voor stap
- Je kan focus (doelen) bepalen met een eindopdracht
1.3. EINDOPDRACHT
1.3.1. VOORDELEN
- Doelgericht werken
- Hoofddoelstelling staat centraal
o Via bespreking nagaan of kinderen het doel hebben bereikt
, - Procesgericht werken via verschillende werkvormen
o Gevolgd door verwerking en toepassing
- Ruimte voor creativiteit
- Houvast in de opbouw van de activiteit
o Heldere structuur
1.3.2. AANDACHTSPUNTEN
- Concreet en open formuleren
o Concreet: zonder beperkend te zijn (gesloten)
o Open: ruimte voor creativiteit zonder te vaag te zijn
- Domeineigen doel realiseren (focus)
- = de bouwsteen waar je rond werkt
o Moet duidelijk aanwezig zijn in de eindopdracht
o 3 functies
▪ Leidraad van de eindopdracht
▪ Hulpmiddel bij het coachen (begeleidt in functie van je doel)
▪ Als kapstok bij de nabespreking= stel vragen over de vaardigheden en inzichten
die je met de activiteit bijbracht.
1.3.3. VOORBEELD OPBOUW
- Inleiding
▪ Introductie: motiverende instap
▪ Opwarming: Fysiek en mentaal in de les komen → creëer de sfeer die nodig is!
- Kern
▪ Verkenning: onderzoeken en experimenteren
▪ Technische opdrachten, inlevingsopdrachten of beschouwing,
experimenteeropdrachten
▪ Uitdieping: verdiepen en voorbereiding van de eindopdracht
▪ Samenwerkings- en creativiteitsstimulerende opdrachten
▪ Eindopdracht: laatste centrale, creatieve opdracht
- Slot
▪ Presentatie: toonmoment van de opdracht
▪ Bespreking: reflectie en evaluatie
• Eerste indrukken
• Bevraag proces en product
• Feedback geven (valkuil… alles is goed)
1.4 VRAGEN
Vragen product
Aan de makers - Hoe was het om dit product voor te stellen aan de anderen?
- Zijn er dingen anders gelopen dan je had afgesproken,
- Heb je het kunnen voorbereiden en afwerken zoals je wou?
- Hebben jullie nieuwe dingen gedaan?
Aan de bekijkers - Vond je het product mooi, nieuw, verrassend?
, - Beschrijf met eigen woorden wat je hebt gezien.
- Wat zul je onthouden en/of voort vertellen?
- Wat zorgde ervoor dat dit boeiend was?
Vragen proces
individueel - Heb je er plezier aan beleefd? Wat zorgde voor plezier/ergernis?
- Heb je kunnen volhouden? Heb je niet afgehaakt?
- Heb je zelf inbreng gehad?
- Stond je open voor de inbreng van iemand anders?
- Was het moeilijk om deze opdracht te doen? Waarom (niet)?
Groeps - Hoe zijn jullie te werk gegaan? Hebben jullie afspraken gemaakt? Hoe is
dat verlopen?
- Zijn jullie creatief geweest? Wat heeft jullie daarbij gestimuleerd, geremd?
- Werd er voldoende rekening gehouden met de inbreng van iedereen?
- Zijn jullie vlot op een idee kunnen komen?
leereffect - Wat heb je ‘geleerd’ uit deze opdracht?
- Waarop ga je de volgende keer meer letten?
- Wat zou je een volgende keer anders aanpakken?
1.4. FASEN VAN DE ACTIVITEITEN
- De inputfase → op twee manieren: denkend of actief, kenmerken: 1. Voldoende tijd nemen, 2.
Materiaal verzamelen met open geest
o Stap 1: een vaag basisidee zoeken
o Stap 2: Brainstormen
o Stap 3: Het concept vastleggen
o Stap 4: Doelen bepalen
- Het opbouwen van de activiteit
o Stap 5: Een eindopdracht bedenken: schrijf de eindopdracht concreet uit, zoals je het zult
verwoorden naar de groep
o Stap 6: Voorbereiding onderzoeken
▪ Wat hebben de kinderen nodig om de eindopdracht te realiseren?
▪ Wat moet de groep aangereikt krijgen om te slagen in wat van hun verwacht wordt.
▪ Afhankelijk van soort activiteit
• Technische aspecten
• Samenwerkingsvaardigheden
• Exploreer- en experimenteer kansen
• Thematische beleving (en beschouwing)
o Stap 7: Voorbereidende opdrachten bepalen
▪ Concrete opdrachten formuleren bij de items uit stap 6
▪ Alle opdrachten samen zorgen ervoor dat de eindopdracht haalbaar wordt
▪ Elke opdracht heel een concreet doel, een structuur en een inhoud
o Stap 8: Volgorde vastleggen
▪ Opwarming-verkenning-verdieping-eindopdracht
▪ Intro-slot
o Stap 9: Praktische organisatie
o Stap 10: Eindcontrole
, BEELD
- De bouwstenen, aspecten van elke bouwsteen en de werkvormen voor beeld herkennen,
benoemen en uitleggen
- De aspecten van de bouwstenen van beeld verwerken in een activiteit voor kinderen van de
kleuterschool of lagere school
- Werkvormen kiezen ifv het uitvoeren van een aspect van bouwstenen en dit rond een bepaald
onderwerp
- Een werkvorm bepalen en verwerken in een activiteit voor kinderen van de kleuterschool of de
lagere school
- De conceptcirkel uitwerken ifv een activiteit voor kinderen van de kleuterschool of lagere school
GWP: LAND-ART
- Kunstwerk in het landschap
- Ingrepen in het landschap zonder het landschap te kwetsen
- Concentrische vormen: vormen met hetzelfde middelpunt maar iets kleiner
WOORD
- De verschillende bouwstenen voor het domein ‘woord’ benoemen en uitleggen.
- De bouwstenen voor het domein ‘woord’ aanwenden bij een activiteit.
- De bouwstenen voor het domein ‘woord’ illustreren aan de hand van voorbeelden in een gegeven
tekst.
- De werkvormen voor het domein ‘woord’ benoemen en uitleggen.
- De werkvormen voor het domein ‘woord’ aanwenden bij een activiteit.
- De werkvorm ‘poëzie of tekst beschouwen’ toepassen bij een gegeven gedicht of tekst.
- Uitleggen hoe je met de werkvorm ‘poëzie beschouwen’ aan de slag kunt in de klas.
- Uitleggen hoe je vanuit associaties kinderen gedichten kunt laten creëren.
- Een drietal voorbeelden geven van de werkvorm ‘taalspel’ en uitleggen hoe je dat in de klas kunt
realiseren.