Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting voedingsleer | Agro- en biotechnologie | Hogeschool Gent | 2025/26

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
59
Geüpload op
22-06-2026
Geschreven in
2025/2026

Zelfgeschreven samenvatting van het vak voedingsleer dat in het 1e jaar van de bachelor agro- en biotechnologie aan de HoGent wordt gegeven. Het is een uitgebreide samenvatting die mijn eigen notities uit de les, de cursus en de powerpoints combindeerd.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Voedingsleer H1: Algemene begrippen
1) Inleiding
 Voedingsleer = de studie van voeding in relatie tot het brede begrip van
gezondheid
o Kennis v/d voedingswaarde van verschillende soorten voedingsmiddelen
o Kennis v/d menselijke stofwisseling na voedselinname op niveau v/d weefsels
(fysiologisch), de cellen (biologisch) en de biomoleculen en mineralen
(biochemisch)
 De levensstijl > het voedingspatroon- en gedrag > voedingsmiddelen >
voedingsstoffen

2) Definities en toepassingen
 Voedsel = alles wat gegeten en gedronken kan worden als dusdanig of na de
bewerking; het geheel van voedingsmiddelen
 Voeding = het proces van kiezen en nuttigen van voedsel, het verwerken
daarvan door het menselijk lichaam en het effect daarvan op de gezondheid,
het voeden of gevoed worden
 Gezondheid = een toestand van volkomen fysiek, psychisch en sociaal
welbevinden (WHO, 1946) (en sinds 2011: ook het belang van zelfmanagement
van chronische aandoeningen)
 Optimale voeding = een evenwichtige voeding die alle noodzakelijke nutriënten
bevat, in een juiste hoeveelheid om ons lichaam optimaal te laten functioneren.
 Nutriënt = chemisch definieerbaar bestanddeel of groep van bestanddelen van
een voedingsmiddel
 3 groepen voedingsstoffen in ons voedsel:
o Essentiële voedingsstoffen/nutriënten
o Non-nutriënten/bioactieve nutriënten
o Xenobiotica/natuurlijk voorkomende toxinen

a) Essentiële voedingsstoffen of nutriënten
 Nutriënten = chemische stoffen die uit het voedsel moeten worden
opgenomen omdat ze noodzakelijk zijn voor de nutritionele ondersteuning
van het lichaam
 Voorzien het lichaam van energie en zorgen voor de aanmaak van
lichaamseigen stoffen met het oog op een optimale groei, onderhoud en
herstel van het lichaam
 Ze worden opgedeeld in 6 klassen: proteïnen, koolhydraten, lipiden,
vitamines, mineralen en sporenelementen (en water)
 Essentiële nutriënten: nutriënten die we nodig hebben voor de normale
fysiologische integriteit. Ons lichaam kan ze zelf niet aanmaken  3 criteria:
 Afwezigheid leidt tot problemen
 Herintroductie herstelt normale functies (behalve irreversibele schade)
 Biologische functie is gekend
 Anorganische nutriënten: bevatten geen koolstof
 Water, mineralen en sporenelementen
 Organische nutriënten: complexere verbindingen die koolstof, water en
zuurstof bevatten
 Koolhydraten, lipiden, proteïnen en vitamines

,  Energieleverende nutriënten:
 Essentiële nutriënten
 Koolhydraten, lipiden, proteïnen en alcohol
 Macronutriënten (gram) VS. micronutriënten (micro- en milligram)

b) Non-nutriënten en bioactieve stoffen
 Non-nutriënten = chemische stoffen in voedingsmiddelen die niet behoren
tot de klassieke “essentiële nutriënten” & die geen gekende nadelige invloed
hebben o/h menselijk lichaam
 Weinig direct voedingsdeskundig belang voor de mens

c) Xenobiotica en natuurlijk voorkomende toxines
 Xenobiotica en natuurlijk voorkomende toxines = stoffen die een potentieel
toxisch effect uitoefenen op het menselijk organisme
 Xenobiotica = alle stoffen aanwezig i/h voedsel die normaal niet i/d voedsel
voorkomen
 Adhv een intentioneel proces: bv. kleurstoffen, smaakstoffen,
bewaarmiddelen…
 Adhv een niet-intentioneel proces:
 Onvermijdbaar: bv. pesticidenresidu
 Vermijdbaar: bv. kwik/dioxine in vis door waterverontreiniging
 Natuurlijke toxines: stoffen die van nature in ons voedsel voorkomen en
potentieel toxisch kunnen zijn.
 Vb: Solanine in tomaten en aardappelen, toxines door besmetting met
M.O…

d) Voedingswaarde van een voedingsmiddel
 Onderscheid maken tss voedingsmiddelen obv de hoeveelheid nutriënten die
zij bevatten:
 Voedingswaarde wordt bepaald door: gehalte aan nutriënten en energie
en door de gebruikshoeveelheid
 Nutriëntendensiteit: beschrijjft de hoeveelheid micronutriënten tov de
energie
 Geen gezond VS. Ongezond, maar noodzakelijke VS. Niet-noodzakelijk
voedingsmiddel
 Voedingsmatrix: belang v/d interactie tussen de verschillende nutriënten (en
niet alleen de verschillende componenten) binnen 1 voedingsmiddel op zich.
 Voedingsmiddelentabel = tabel die de concentraties van de nutriënten i/e
voedingsmiddel bevat, gemeten volgens een chemische analysemethode.
 NUBEL: NUtriënten BELgië
 Data wordt generisch weergegeven: de data is de beste benadering van
de werkelijkheid, maar er kunnen variaties voorkomen als gevolg van
natuurlijke variaties.

3) Biobeschikbaarheid
 Biologische beschikbaarheid = metabolisme = de efficiëntie/graad waarmee
een nutriënt geabsorbeerd en gebruikt kan worden door en in het lichaam

, o Procentueel deel van de totale hoeveelheid nutriënten, aanwezig i/e
voedingsmiddel/ maaltijd dat daadwerkelijk gebruikt wordt voor de metabole
functies (rest i/h toilet)
o Wordt gestuurd door interne factoren (bv: geslacht,
leeftijd…) en externe factoren (bv: voedingsmatrix,
chemische vorm…)
o Is vaak vrij laag!
 Chemische structuur: nutriënt kan voorkomen in meerdere
vormen, sommige vormen zijn beter absorbeerbaar dan
andere
o Chelaatvorming: door aminozuren omringde nutriënt  10x betere absorptie
o Medicatie, alcohol en cafeïne  negatieve invloed op de absorptie
 Nutritionele status: hoe grotere nood a. bepaalde nutriënten, hoe efficiëntere
absorptie ervan
 Matrix = de fysische en chemische structuur van het voedsel waarin een
nutriënt ingebed zit
 ANF’s = Anti-nutritionele factoren = stoffen in voeding (vooral plantaardig) die
de vertering, opname of benutting van nutriënten verminderen. (vb: fytinezuur)
 Reductionistische benadering: focus op nutriënten
 Holistische benadering: focus op voedingsmiddelen en
levensstijl

4) Voedingsbehoefte
 Optimale inname voedingsstoffen wordt langs 2 zijden begrensd
 Regio van homeostase = “window of opportunities” = “window of clinical
treatment”
 Voedingsaanbevelingen: geeft weer hoeveel een persoon van een bepaalde
nutriënt moet consumeren
 Dietary Reference Values DRV (EU) = een geheel van minstens 4 op de voeding
gebaseerde referentiewaarden voor het plannen en evalueren van
voedingspatronen
o Behoefte (fysiologische noden) <-> Referentiewaarden (voor bepaalde groep
mensen)
o Behoefteverdeling met gemiddelde behoefte (basis voor andere DRV’s)
o Dietary Reference Intakes DRI (USA)
o 6 soorten:
 EAR = Estimated Average Requirement = geschatte
gemiddelde behoefte
o Het niveau van dagelijkse inname dat voldoende wordt
geacht om, bij een normale verdeling, de behoefte te dekken van +- 50%
van de gezonde personen in een populatie.
 RDA = Recommended Dietary Allowences = Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid
(ADH)
o PRI = Population Reference Intake
o Het niveau van dagelijkse inname dat voldoende
wordt geacht voor de dekking van de behoeften
van vrijwel alle (97,5%) gezonde individuen in de

, populatie (houdt rekening met individuele variaties in behoeften en
beschikbaarheid)
o ADH = gemiddelde behoefte + 2 standaarddeviaties
 AI = Adequate Inname
o Wordt op dezelfde manier als ADH gebruikt indien er niet voldoende
gegevens over bepaalde nutriënten aanwezig zijn om ADH te berekenen
 NOAEL = No Observed Adverse Effect Level
o Hoogste niveau van inname waarbij geen effecten van overdosering worden
waargenomen
 MTI = Maximum Toelaatbare Inname
o AB = Aanvaardbare Bovengrens = UL = tolerable Upper intake Level
o Hoogste niveau van inname waarbij, volgens de huidige beschikbare
gegevens, geen schadelijke effecten worden waargenomen/te verwachten
zijn.
 LTI = Lowest Treshold Intake = Laagste OpnameDrempel
o De ondergrens van de hoeveelheid van een nutriënt dat moet worden
geconsumeerd
o LTI = gemiddelde behoefte – 2 standaarddeviaties
 Elk Europees land heeft zijn eigen nationale voedingsreferentiewaarden
vastgelegd.
o Deze verschillen zijn er doordat: er verschillende concepten worden gebruikt,
er andere nutritionele status- en gezondheidsindicatoren worden
gehanteerd, er studieresultaten verschillend worden geïnterpreteerd en
doordat de terminologie anders ingevuld wordt
o België: hoge gezondheidsraad publiceert eigen voedingsaanbevelingen
o Optimale behoefte = kleinste hoeveelheid die moet worden ingenomen om
de stofwisselingsfuncties normaal te laten verlopen
5) Voedingsstatus of voedingstoestand
 Voedingstoestand = het resultaat in het lichaam van de samenstelling en
hoeveelheid van ingenomen voedsel en de vertering, resorptie, verwerking en
excretie ervan
o Als inname = optimale behoefte  optimale voedingstoestand
o Als inname < optimale behoefte  eerst latente deficiëntie (reserves worden
gebruikt), daarna volgt deficiëntie (biochemische storingen)
o Als inname > optimale behoefte  eerst compenseren adhv verhoogde
uitscheiden, daarna volgt intoxicatie (vergiftigingsverschijnselen)
 Manieren om de voedingstoestand te bepalen: lettercode ABCDE of ABCDF
o A = Antropometrie: voedingsstatus meten obv het lichaam
o B = Biochemische data: biomerkers/statusmarkers i/h bloed of de urine
geven beeld van de behoefte aan bepaalde nutriënten
o C = Klinische symptomen: adhv klinisch onderzoek diagnose (te kort of
overschot) stellen
o D = Diet: Voedingsinname, bevragen en registreren wat de persoon eet
o E = Exercise: Energiebalans, energieverbruik meten
o F = Functioneel: functionele testen om de energiebalans te meten

Documentinformatie

Geüpload op
22 juni 2026
Aantal pagina's
59
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING
€12,99
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
KlaraS2007

Ook beschikbaar in voordeelbundel

Thumbnail
Voordeelbundel
samenvattingen van ALLE vakken uit 2e semester v/d 1e bachelor agro- en biotechnologie: dierenzorg a/d HoGent
-
7 2026
€ 40,99 Meer info

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
KlaraS2007 Hogeschool Gent
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1
Lid sinds
3 weken
Aantal volgers
0
Documenten
8
Laatst verkocht
2 weken geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen