DEONTOLOGIE
H1: INLEIDING
Deontologie =
o 1) DEONTOLOGIE IN DE ENGE ZIN = zijn de geschreven of ongeschreven regelen die
erover waken dat de jurist zijn functie op een maatschappelijk verantwoorde wijze
vervult en die hoofdzakelijk betrekking hebben op de verhouding tussen de jurist en
de rechtszoekende, rekening houdende met het algemeen belang
Het moet omdat het hoort
o 2) DISCIPLINAIRE REGELEN = regelen die ertoe strekken de interne cohesie of het
aanzien van het beroep naar buiten toe te handhaven
Het moet omdat het moet
TUCHTRECHT >< ORDEMAATREGEL
DEONTOLOGIE >< MORAAL
DEONTOLOGIE
o = rechtsnormen: gedragscodes, wettelijke bepalingen, belangrijkste deontologische
principes verankeren. Niet nageleefd? tuchtrechtelijke sanctionering
MORAAL
o = Niet handelen volgens bepaalde ethische/morale principes wordt op zich niet
gesanctioneerd
Applied Ethics = verband → de deontologie is toepassing in concrete regels van aantal
ethische principes, DEO regelt ni alles, soms ook beroep doen op eigen moraal
TUCHTRECHT >< STRAFRECHT
1
, EHRM 23 juni 1981, Le Compte, Van Leuven en De Meyere t België
o Ging over artsen die een tuchtsanctie opgelegd kregen
o 1) Het arrest liet voor het eerst toe aan het EHRM om zich uit te spreken over de
toepassing van art. 6 EVRM op een tuchtprocedure Een tuchtprocedure moet
aldus voldoen aan dezelfde minimale vereisten zoals een procedure voor de gewone
rechtscollege m.n. alle waarborgen van art. 6, §1 EVRM.
o 2) tuchtcolleges hoofdzakelijk samengesteld uit collega-artsen? creëert geen
schijn van partijdigheid, bovendien kan cassatieberoep worden ingesteld na hoger
beroep. Hoewel het geen derde aanleg is, vormt het wel een (marginale) controle
van beroepsrechters dat op zich volstaat.
o 3) Quid toepassing art. 6, §2 en §3 EVRM? Vormt een tuchtrechtelijke vervolging een
‘strafvervolging/criminal charge’ in de zin van art. 6 EVRM? Beoordeling a.d.h.v.
Engel criteria nee
Hof van Justitie – Wilson t. Ordre des avocats du barreau de Luxembourg (2006)
o HvJ oordeelt het tegenovergestelde van EHRM – ging over een Barrister uit Londen
die ook in Luxemburg wou werken
o Vraag of je rechtsmiddelen moet kunnen aanwenden tegen beslissingen van de raad
telkens bij dezelfde peers. Het waren blijkbaar altijd dezelfde peers waar hij
tegenover kwam te staan. HvJ: als de meerderheid uit peers (‘concurrenten van
de advocaten’) bestaat strookt dit niet met art. 6 EVRM. Creëert minstens schijn van
partijdigheid. Wat met cassatie? HvJ vereist dat minstens 1 van beide feitelijke
aanleggen de zaak zowel in feite als in rechte moet w beoordeeld door orgaan dat
voor een meerderheid bestaat uit niet-beroepsbeoefenaars.
Cass. 26 februari 2010
2
, o Het HvC blijft vasthouden aan de rechtspraak van het EHRM: ons Hof is een zeer
trouwe volgeling van het HvJ, maar bleef in dit geval bij de oudere rechtspraak: het
enkele feit dat het alleen beroepsbeoefenaars zijn volstaat niet om te beoordelen
dat er een gebrek aan onafhankelijk of onpartijdigheid is
Autonomie tuchtvordering
o “Tuchtvordering staat los vd strafvordering en van de burgerlijke rechtsvordering” =
beschouwd als algemeen rechtsbeginsel. (Art 415, derde lid Ger.W.)
o geen non bis in idem: er kan voor dezelfde feiten zowel strafrechtelijke als
tuchtrechtelijk vervolgd worden.
HvC 12 januari 2001
o Apotheker zowel administratieve- als tuchtrechtelijke sanctie non bis in idem?
o Cassatie: “strafrecht en tuchtrecht leggen sancties op van uiteenlopende aard, dit
kan voor dezelfde feiten de mate dat de feiten enerzijds gesanctioneerd worden
door het tuchtrecht en anderzijds onderworpen zijn aan administratieve sancties”
o Achterliggend idee: het tuchtrecht en strafrecht hebben een verschillende finaliteit
Strafrecht = boeten – minimale mpp orde handhaven >< Tuchtrecht = zorgen dat
bepaald beroep correct wordt uitgeoefend, vertrouwen in beroepsgroep ni schaden
HvC 23 januari 2013
o Arts reeds tuchtmaatregel dan ook nog strafrechtelijk vervolgd
o Toepassing Engel criteria: 1) Volgens het interne recht beantwoordt deze inbreuk
niet aan een strafrechtelijke kwalificatie, maar is duidelijk tuchtrechtelijk van aard. 2)
Deze inbreuk betreft niet alle burgers, maar richt zich slechts tot een beperkte
categorie van personen, met name de geneesheren. 3) Voorts houdt de opgelegde
tuchtrechtelijke sanctie van schorsing geen hoge geldboete of vrijheidsberoving in en
houdt ze evenmin een verbod in om diverse beroepen gedurende een bijzonder
lange periode uit te oefenen, zodat ze niet strafrechtelijk van aard is Verschillende
finaliteit tussen tuchtrecht en strafrecht
Wanneer tuchtrechtelijke procedure als strafrechtelijk wordt beoordeeld, blijft
strafrechtelijke sanctionering mogelijk wnr 4 vw voldaan (EHRM):
o materiële complementariteit: viseren de onderscheiden procedures verschillende
aspecten van het te beteugelen gedrag? Tuchtrechtelijk: vertrouwen beroepsgroep
vs. strafrechtelijk: handhaven
o temporele complementariteit: parallelle, gelijktijdige en op elkaar afgestemde
procedures en dus niet afzonderlijke, consecutieve procedures met afzonderlijke
bewijsgaring
o van belang dat voorzienbaar is dat het gedrag kan leiden tot meerdere procedures
o bestraffing in zijn geheel dient proportioneel te zijn: bij het opleggen van de tweede
bestraffing dient best expliciet rekening te worden gehouden met de eerste
bestraffing bij het bepalen van de strafmaat
3
, Principe: een strafrechtelijke vervolging schorst een tuchtrechtelijke vervolging niet
nuancering: 2 redenen waarom rechter in praktijk zou kunnen kiezen om strafrechtelijke
uitspraak af te wachten
o Gezag van gewijsde strafrechtelijke uitspraak wat betreft de vastgestelde feiten -
Tuchtrechter kan sancties opleggen zolang de tuchtrechter eerbiedigt wat de
strafrechter heeft beslist.
o Soms is het verantwoord de uitslag van de strafvordering af te wachten: tuchtrechter
heeft vaak minder onderzoeksmogelijkheden dan in een strafprocedure
Feiten worden niet betwist; geen reden om de strafvervolging af te wachten
Feiten worden wel betwist; wel verantwoord gelet op onduidelijkheid
/onderzoeksmogelijkheden
Arbitragehof 7 december 1999 (tuchtrecht rijkswacht) + GwH 4 februari 2010, 08/2010
o Ging over tuchtrecht bij GDW, waarvoor geen verjaringstermijn was voorzien
o GwH: “het is niet omdat het tuchtrecht van de gerechtsdeurwaarders niet in een
bepaalde verjaringstermijn voorziet dat men als gerechtsdeurwaarder niet
beschermd is tegen een buitensporig late / lang aanslepende tucht vervolging ->
rechtsbeginsel van redelijke termijn
Cass. (1e k.) AR D.23.0011.N, 18 april 2024
o Ging over tuchtrecht bij dierenartsen en de redeiljke termijn
o Bij het beoordelen van of het al dan niet verantwoord is om te wachten op de
uitkomst van het strafrechtelijk onderzoek: in concreto onderscheid twee
hypotheses: 1) Zij die fout heeft begaan geeft die fout toe: in dat geval is er geen
reden om te wachten tot de uitkomst van het strafrechtelijk onderzoek 2) feiten
worden wel ernstig betwist: dan kan je als tuchtrechter, tegen strijdige uitspraken
om uitkomst strafvervolging af te wachten
Termijnen - 4 belangrijke momenten bij procedure:
o Feiten start gemeenrechtelijke
verjaringstermijn (5j en 20j)
o Tuchtoverheid krijgt kennis start
tuchtrechtelijke verjaringstermijnen (6-24
maanden)
o Tuchtvervolging wordt opgestart door
kennisgeving aan betrokkene start
redelijke termijn
o Uitspraak
Rechtszekerheidsbeginsel
o = Laat toe om binnen tuchtrecht rekening te houden met feit dat iemand niet meer
vervolgd kan worden wanneer de periode tussen gebeurtenis feiten en kennisname
door tuchtoverheid onredelijk lang zou zijn
TUCHTRECHT >< BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEIDSRECHT
4