VAN LEERPROCESSEN
,Leereenheid 1:
Componenten in de onderwijsleeromgeving
INLEIDING
De drie teksten (Biggs (2003), Biggs (2012) en Elen et al. (2020)) behandelen elk vanuit een eigen
invalshoek de vraag hoe goed onderwijs ontworpen en gegeven kan worden. Ze delen een
fundamentele veronderstelling: leeruitkomsten zijn primair het resultaat van wat de lerende zelf doet,
niet van wat de onderwijsgevende doet.
Rond die gedeelde kern bouwen de drie teksten complementaire modellen op die het leren en het
onderwijzen systematisch in kaart brengen.
- Bouwstenen van onderwijzen (Elen et al., 2020)
- Constructive alignment (Biggs, 2003)
- Het 3P-model (Biggs, 2003)
Deel 1: De Bouwstenen van Onderwijzen (Elen et al., 2020)
Wat is onderwijzen?
onderwijzen is het geheel aan maatregelen en interventies die in een leeromgeving worden genomen
om het leerproces van lerenden doelgericht te ondersteunen ongeacht de context waarin dit gebeurt
en wat er geleerd wordt. Onderwijzen is geen persoon maar een functie, die kan worden opgenomen
door een leerkracht, medeleerlingen, een handboek, een digitaal platform of een combinatie daarvan.
Leren gebeurt ook voortdurend incidenteel. Leren vindt steeds plaats in een specifieke context: de
leeromgeving.
De maatregelen en interventies rond onderwijs situeren zich op drie niveau’s:
- Macroniveau: beleid, eindtermen
- Mesoniveau: schoolbeleid, infrastructuur
- Microniveau: de concrete interactie tussen onderwijsgevende en lerende
Het schema: De Bouwstenen van Onderwijzen
Het model bestaat uit drie groepen van bouwstenen die met elkaar in wisselwerking staan, ingebed in
een bredere context. In evaluatie wordt opgevolgd of en zo ja in welke mate de doelen gerealiseerd
worden (1). De leertaken richten de activiteiten op de doelen en de leerinhouden bepalen het voorwerp
van de keertaak (2). De werkvormen zijn de manieren om leertaken (met leerinhouden) aan lerenden
aan te bieden en de media/technologie betreffen het middel waarmee dit gebeurt.
Beslissingen over de invulling van de bouwstenen worden niet zomaar genomen. Leren gebeurt
namelijk in een context. Een analyse van de beginsituatie is essentieel. Hiertoe behoren onder meer
- de materiele infrastructuur
- de organisatie waarop bij het onderwijzen beroep kan worden gedaan
- het schoolbeleid
- de pedagogische visie
- de kenmerken van de groep lerenden
- de kenmerken van de leerkracht.
,Groep 1: Doelen en Evaluatie
Onder evaluatie verstaan we alle inspanningen die erop gericht zijn na te gaan of de doelen worden
gerealiseerd. De evaluatie is afgestemd op de doelen en operationaliseren deze. Lerenden richten hun
leeractiviteiten op de evaluatie eerder dan op de doelen. In het geval van evaluaties met ingrijpende
gevolgen (high stake tests) blijkt dat ook onderwijsgevenden dat doen.
Terugkoppeling of feedback: Op basis van een vergelijking tussen de activiteiten en leerresultaten van
de lerenden en de beoogde doelen, krijgen ze commentaar, felicitaties, bijkomende hulp of richtlijnen.
Soorten doelen
- Onderwijsdoelen vs. leerdoelen: wat het onderwijs nastreeft vs. wat de lerende zelf beoogt
- Algemene vs operationele doelen
- Formele vs. feitelijke doelen: wat gezegd wordt na te streven vs. wat effectief getoetst wordt.
Feitelijke doelen worden vaak niet expliciet gemaakt (hidden curriculum)
- Eindtermen, ontwikkelingsdoelen, leerplandoelen, lesdoelen:
o Eindtermen zijn de door de overheid vastgestelde doelen.
o Ontwikkelingsdoelen zijn ook door de overheid vastgelegd. hier geldt een
inspanningsverbintenis
o deze worden vertaald door onderwijskoepels in leerplannen we krijgen dan
leerplandoelen
o de vakwerkgroep of de individuele leerkracht bepaalt de lesdoelen.
Classificaties van doelen verhelderen hoe specifieke doelen zich tot algemene onderwijsdoelen
verhouden. De classificatiesystemen maken ook een gesprek mogelijk tussen verschillende
betrokkenen.
- Grove indeling in Cognitieve, psychomotorische en affectieve doelen:
o Cognitieve doelen betreffen het weten en het denken
o Psychomotorische doelen het handelen
o Affectieve doelen het gevoelsleven
- Klassieke indeling van Gagné
o Kunnen reproduceren van geleerd materiaal
o beschikken over intellectuele vaardigheden
, ▪ maken van onderscheidingen
▪ hanteren van concrete begrippen
▪ hanteren van gedefinieerde begrippen
▪ hanteren van regels om een probleem op te lossen
▪ hanteren van hogere order regels om complexe problemen op te lossen
o beschikken over cognitieve strategieën
o beschikken over de attitudes
o beschikken over een motorische vaardigheden
- herziene taxonomie van Bloom maakt een onderscheid tussen processen en soorten kennis
o processen
▪ onthouden
▪ begrijpen
▪ toepassen
▪ analyseren
▪ evalueren
▪ creëren
o inhoudelijke dimensie
▪ feitelijke kennis
▪ conceptuele kennis
▪ procedurele kennis
▪ metacognitieve kennis
Soorten evaluatie
- doel van de evaluatie
o Formatief: gericht op het ondersteunen van het leren (assessment for learning). Op
basis van wat In de evaluatie naar boven komt kan de lerende het eigen leerproces
aanpassen
o Summatief: gaat na of en in welke mate de lerende de gestelde leerdoelen heeft
bereikt en legt dat vast (assessment of learning).
- Voorwerp van de evaluatie
o Productevaluatie: geïnteresseerd in het feitelijke resultaat
o Procesevaluatie: geïnteresseerd In de wijze waarop de leerling een bepaald resultaat
tot stand heeft gebracht
- wie verricht de evaluatie
o de leraar
o externen in een jury
o lerenden (peer assessment)
o zowel de lerenden als de leraar (co assessment)
Evaluatie instrumenten
- toetsen, overhoringen en examens: ze brengen declaratieve kennis in beeld. Ze kunnen zowel
formatief als summatief zijn
- vraagvormen: de vraagvormen zijn afhankelijk van de doelen. Er is een verschil tussen weet
vragen en inzicht vragen
- observaties: systematisch beschrijven van het gedrag van lerenden.
- Portfolio: verzameling van materialen en documenten die het bewijs vormen van de beheersing
van bepaalde competenties. De permanente registratie van prestaties is belangrijk alsook
reflectie op gedrag in relatie tot de vereiste competenties. Reflectie op het leerproces vormt
de rode draad van portfolio assessment.