Vraag 1 1 punt
In 1956 ontwikkelde Frank Rosenblatt de 'Perceptron'. Wat was het meest vernieuwende aspect van dit
systeem in vergelijking met eerdere computationele methoden?
A Het was het eerste expertsysteem dat gebruikmaakte van een databank met expliciete 'if-then'
regels.
B Het was het eerste systeem dat de Turing-test met succes kon doorstaan.
C Het algoritme werd niet volledig geprogrammeerd, maar paste zijn interne stappenplan aan op
basis van feedback (leren).
D Het maakte gebruik van grafische verwerkingseenheden (GPU's) om complexe berekeningen
uit te voeren.
Vraag 2 1 punt
Binnen diepe neurale netwerken voor visuele gegevens (CNN's) spreekt men vaak over 'composition-
aliteit'. Wat wordt hiermee bedoeld?
A Dat betekenisvolle patronen overal in de afbeelding kunnen verschijnen zonder hun identiteit
te verliezen.
B Dat naburige pixels in een afbeelding sterk met elkaar gecorreleerd zijn.
C Dat lagen kunnen worden gecombineerd om een hiërarchie van kenmerken op te bouwen, van
eenvoudige randen tot complexe objecten.
D Dat het netwerk de input volledig moet kunnen reconstrueren in een latente ruimte.
Vraag 3 1 punt
Een techniek binnen 'Explainable AI' (XAI) is de contrafeitelijke verklaring (counterfactual explanation).
Welke vraag probeert deze techniek te beantwoorden?
A Op welke manier zijn de gewichten van het neurale netwerk geïnspireerd door menselijke
hersencellen?
B Hoe ziet de volledige wiskundige formule van het black-box model eruit?
C Welke data is er precies gebruikt tijdens de pre-training fase van het model?
D Wat moet er veranderen aan de invoerdata van een individu opdat het model een andere
beslissing zou nemen?
gegenereerd op 09-06-2026 2/9
Downloaded by Jasper ()
, Vraag 4 1 punt
Bij reinforcement learning (RL) wordt gebruikgemaakt van een kortingsfactor (discount factor, ).
Welk effect heeft een hoge waarde van (dichter bij 1) op het gedrag van de agent?
A De agent zal enkel letten op onmiddellijke beloningen en geen rekening houden met de
toekomst.
B De agent zal het leerproces sneller beëindigen zodra een lokaal optimum is bereikt.
C De agent zal onveilige acties in de simulator vaker vermijden door een grotere strafwaarde.
D De agent wordt aangemoedigd om verre toestanden te verkennen en waarde te hechten aan
toekomstige beloningen.
Vraag 5 1 punt
Het onmogelijkheidstheorema van Kleinberg (2016) met betrekking tot eerlijkheid in AI stelt dat:
A Discriminatie altijd indirect zal plaatsvinden via proxies zoals postcodes.
B Het onmogelijk is om bias volledig uit een dataset te verwijderen via 'fairness by unawareness'.
C Verschillende eerlijkheidsstatistieken (zoals gelijke kansen en kalibratie) wiskundig gezien vaak
niet tegelijkertijd gerealiseerd kunnen worden.
D Algoritmes inherent minder bevooroordeeld zijn dan menselijke besluitvormers omdat ze op
feiten gebaseerd zijn.
Vraag 6 1 punt
Wat is het fundamentele verschil tussen 'Duurzame AI' en 'AI voor Duurzaamheid'?
A Duurzame AI gaat over de economische winstgevendheid van AI-bedrijven, terwijl AI voor
Duurzaamheid gaat over natuurbehoud.
B Er is geen verschil; beide termen worden door elkaar gebruikt in de Europese AI Act.
C Duurzame AI focust op het minimaliseren van de ecologische en ethische impact van AI zelf,
terwijl AI voor Duurzaamheid AI gebruikt om duurzaamheidsproblemen op te lossen.
D Duurzame AI wordt enkel gebruikt in de landbouw, terwijl AI voor Duurzaamheid overal kan
worden toegepast.
Vraag 7 1 punt
Onder de Europese AI Act valt het gebruik van AI-systemen voor 'social scoring' door overheden onder
welke risicocategorie?
A Hoog risico
B Minimaal risico
C Beperkt risico
D Onaanvaardbaar risico
gegenereerd op 09-06-2026 3/9
Downloaded by Jasper ()