Dierkunde examen
EXAMEN
Theorie (50%)
1 open vraag uit de 10 die in zijn document staan (zie ook hieronder)
5 termen verklaren (zie begrippenlijst met vaakst voorkomende begrippen)
10 meerkeuzevragen (geen giscorrectie of cesuur)
Practicum (25% dagelijks werk, 25% examen)
Dmv. preparaten en modellen peilen naar verworven inzichten
Afbeeldingen, meerkeuzevragen en inzichtsvragen
Document met voorbeeldvragen voor practicum examen onder opdrachten op bb
EXAMENVRAGEN
Open vragen
Bespreek de levenscyclus van:
- Fasciola hepatica
- Plasmodium vivax
- Taenia solium
- Entamoeba histolitica
En geef de risico’s voor de mens
Bespreek de typische eigenschappen van de levenscycli van parasitaire spoelwormen aan de
hand van de voorbeelden die we in de les besproken hebben.
Bespreek de ademhaling van de vertegenwoordigers van de protostomata die we in de
cursus besproken hebben. Tracht de verschillen tussen de groepen te verklaren op basis van
hun levenswijze.
Bespreek de excretie van de vertegenwoordigers van de protostomata die we in de cursus
besproken hebben. Tracht de verschillen tussen de groepen te verklaren op basis van hun
levenswijze.
Bespreek voeding en ademhaling bij de bivalven (morfologie en werking, inclusief vertering
van het opgenomen voedsel).
Bespreek de verschillende ademhalingsstelsels bij de arthropoda en het belang bij hun
specifieke levenswijzen.
Bespreek de vorming en ontwikkeling van het amniote ei (inclusief de structuur en
samenstelling van het ei, de eileg, bevruchting en embryonale ontwikkeling).
Bespreek de ademhaling bij de vogels (structuur van ademhalingsstelsel en werking plus
voordelen)
Welke aanpassingen hebben vogels aan hun vliegende levenswijze?
Welke aanpassingen hebben de spinachtigen en de insecten aan hun leven op het land?
Diagnoses (vraagt hij dus niet meer als vraag maar kunnen wel terugkomen bij meerkeuze)
, Platyhelminthes 10 Repitillia 5 Nematoda 1
Mollusca 7 Chondrichtyes 3 Porifera 1
Chordata 7 Osteictyes 2 Echinodermata 1
Cnidaria 5 Chondrichtyes 1 Vertebrata 1
Arthropoda 5 Mammalia 1 Annelida
Begrippen (dit zijn de vaakst voorkomende) (heeft gezegd dat hij orgaan van Johnston of Jacobson
zeker vraagt)
Orgaan van Johnston 3 Choanocyt 8
Nematocyst 8 Rectale klier 3
Orgaan van Jacobson 9 Spongocoel 5
Madreporenplaat 3 Teleostei 4
Pseudocoel 4 Digitigraad 4
Gnathobasen 4 Allantois 5
Amoebocyt 7 Vas deferens 3
Cnidaria 2 Receptaculum seminis 3
Schistosoma 5 Pinacocyt 2
Vesicula seminalis 7 Cnidocyl 2
Tympanum 2 Redia 2
Pedipalpi 3 Trofozoiet 2
Watervatenstelsel 3 Buisjes van malphigi 4
Spiraalplooi 2 Microfilariae 2
Radula 2 Cnidoblasten 1
Urochorda 8 Gamont 5
Chorda dorsalis 6
Open vragen
1) Bespreek de levenscyclus van:
- Fasciola hepatica
- Plasmodium vivax
- Taenia solium
- Entamoeba histolitica
En geef de risico’s voor de mens
Fasciola hepatica (grote leverbot)
Phylum Platyhelminthes, classis Trematoda
Algemene voorplanting en ontwikkeling bij de Trematoda:
aseksueel aseksueel aseksueel
ei miracidium sporocyste redia cercaria metacercaria adult
, Levenscyclus grote leverbot:
1
4
2
3
De grote leverbot is een endoparasiet die in galwegen van schapen en runderen leeft (soms mens).
Bevruchte eicellen gaan via galleider in darm faeces en dan naar de buitenwereld (1).
Hierna ontwikkelt de larve in een ei (dooiercellen). Wanneer het volgroeid is verlaat de larve het ei en zwemt
actief rond in het water, in vorm van een miracidium-larve. De larve heeft een sterk gereduceerde darm,
hersenganglia, ocelli, 2 protonephridia en veel reproductieve cellen (2).
De miracidium-larve boort zich nu in een slak. De slak is een tussengastheer. In de slak gaat de larve naar de
spijsverteringsklier, waar deze zich omvormt tot een sporocyste, een zak die reproductieve cellen omvat. Elke
reproductieve cel vormt een nieuwe larvale vorm, de redia-larve. Dit is een vorm van aseksuele voortplanting.
De redia-larve bevat germinatieve cellen, en germinatieve cellen in redia van 2e generatie vormen cercaria-
larven (3).
De cercaria komt in het water terecht, zwemt uit het water en komt op een plant (gras) te zitten. Hier worden
ze metacercariae. Het besmette gras wordt door een schaap gegeten en de cyste komt in de maag terecht.
Risico voor de mens: Fasciola hepatica kan de lever beschadigen, maar over het algemeen vooral gevaarlijk
voor runderen en schapen.
Plasmodium vivax (malariaverwekker)
Phylum Protozoa, superclassis Sporozoa
EXAMEN
Theorie (50%)
1 open vraag uit de 10 die in zijn document staan (zie ook hieronder)
5 termen verklaren (zie begrippenlijst met vaakst voorkomende begrippen)
10 meerkeuzevragen (geen giscorrectie of cesuur)
Practicum (25% dagelijks werk, 25% examen)
Dmv. preparaten en modellen peilen naar verworven inzichten
Afbeeldingen, meerkeuzevragen en inzichtsvragen
Document met voorbeeldvragen voor practicum examen onder opdrachten op bb
EXAMENVRAGEN
Open vragen
Bespreek de levenscyclus van:
- Fasciola hepatica
- Plasmodium vivax
- Taenia solium
- Entamoeba histolitica
En geef de risico’s voor de mens
Bespreek de typische eigenschappen van de levenscycli van parasitaire spoelwormen aan de
hand van de voorbeelden die we in de les besproken hebben.
Bespreek de ademhaling van de vertegenwoordigers van de protostomata die we in de
cursus besproken hebben. Tracht de verschillen tussen de groepen te verklaren op basis van
hun levenswijze.
Bespreek de excretie van de vertegenwoordigers van de protostomata die we in de cursus
besproken hebben. Tracht de verschillen tussen de groepen te verklaren op basis van hun
levenswijze.
Bespreek voeding en ademhaling bij de bivalven (morfologie en werking, inclusief vertering
van het opgenomen voedsel).
Bespreek de verschillende ademhalingsstelsels bij de arthropoda en het belang bij hun
specifieke levenswijzen.
Bespreek de vorming en ontwikkeling van het amniote ei (inclusief de structuur en
samenstelling van het ei, de eileg, bevruchting en embryonale ontwikkeling).
Bespreek de ademhaling bij de vogels (structuur van ademhalingsstelsel en werking plus
voordelen)
Welke aanpassingen hebben vogels aan hun vliegende levenswijze?
Welke aanpassingen hebben de spinachtigen en de insecten aan hun leven op het land?
Diagnoses (vraagt hij dus niet meer als vraag maar kunnen wel terugkomen bij meerkeuze)
, Platyhelminthes 10 Repitillia 5 Nematoda 1
Mollusca 7 Chondrichtyes 3 Porifera 1
Chordata 7 Osteictyes 2 Echinodermata 1
Cnidaria 5 Chondrichtyes 1 Vertebrata 1
Arthropoda 5 Mammalia 1 Annelida
Begrippen (dit zijn de vaakst voorkomende) (heeft gezegd dat hij orgaan van Johnston of Jacobson
zeker vraagt)
Orgaan van Johnston 3 Choanocyt 8
Nematocyst 8 Rectale klier 3
Orgaan van Jacobson 9 Spongocoel 5
Madreporenplaat 3 Teleostei 4
Pseudocoel 4 Digitigraad 4
Gnathobasen 4 Allantois 5
Amoebocyt 7 Vas deferens 3
Cnidaria 2 Receptaculum seminis 3
Schistosoma 5 Pinacocyt 2
Vesicula seminalis 7 Cnidocyl 2
Tympanum 2 Redia 2
Pedipalpi 3 Trofozoiet 2
Watervatenstelsel 3 Buisjes van malphigi 4
Spiraalplooi 2 Microfilariae 2
Radula 2 Cnidoblasten 1
Urochorda 8 Gamont 5
Chorda dorsalis 6
Open vragen
1) Bespreek de levenscyclus van:
- Fasciola hepatica
- Plasmodium vivax
- Taenia solium
- Entamoeba histolitica
En geef de risico’s voor de mens
Fasciola hepatica (grote leverbot)
Phylum Platyhelminthes, classis Trematoda
Algemene voorplanting en ontwikkeling bij de Trematoda:
aseksueel aseksueel aseksueel
ei miracidium sporocyste redia cercaria metacercaria adult
, Levenscyclus grote leverbot:
1
4
2
3
De grote leverbot is een endoparasiet die in galwegen van schapen en runderen leeft (soms mens).
Bevruchte eicellen gaan via galleider in darm faeces en dan naar de buitenwereld (1).
Hierna ontwikkelt de larve in een ei (dooiercellen). Wanneer het volgroeid is verlaat de larve het ei en zwemt
actief rond in het water, in vorm van een miracidium-larve. De larve heeft een sterk gereduceerde darm,
hersenganglia, ocelli, 2 protonephridia en veel reproductieve cellen (2).
De miracidium-larve boort zich nu in een slak. De slak is een tussengastheer. In de slak gaat de larve naar de
spijsverteringsklier, waar deze zich omvormt tot een sporocyste, een zak die reproductieve cellen omvat. Elke
reproductieve cel vormt een nieuwe larvale vorm, de redia-larve. Dit is een vorm van aseksuele voortplanting.
De redia-larve bevat germinatieve cellen, en germinatieve cellen in redia van 2e generatie vormen cercaria-
larven (3).
De cercaria komt in het water terecht, zwemt uit het water en komt op een plant (gras) te zitten. Hier worden
ze metacercariae. Het besmette gras wordt door een schaap gegeten en de cyste komt in de maag terecht.
Risico voor de mens: Fasciola hepatica kan de lever beschadigen, maar over het algemeen vooral gevaarlijk
voor runderen en schapen.
Plasmodium vivax (malariaverwekker)
Phylum Protozoa, superclassis Sporozoa