1. Filmruimte
De filmruimte is de denkbeeldige wereld die de kijker vormt tijdens het
kijken.
Moet altijd geloofwaardig zijn → elke fout breekt de illusie.
Establishing shots situeren de arena.
2. Arena
De totale wereld waarin het verhaal zich afspeelt.
Je snijdt een kader uit de arena, je vult het niet.
Alles buiten beeld moet “kloppen”.
3. Mise-en-scène
Alles wat zichtbaar is in beeld: decor, licht, kostuum, rekwisieten, acteurs,
weer, beweging.
Bepaalt sfeer, energie en betekenis.
4. Decoupage
Het opdelen van een scène in shots: beeldgrootte, hoek, hoogte,
beweging.
Kan vooraf of op de set.
5. Productiedocumenten
Synopsis; Treatment; Scenario (1 pag. = 1 min.); Draaiboek; Storyboard;
Shotlijst; Moodboard.
6. Masterscene – Triple Take – Plan Séquence
Masterscene: 1 brede shot eerst, daarna close-ups.
Triple-take: volledige scène telkens opnieuw → goed voor improvisatie.
Plan séquence: hele scène in 1 shot zonder knip.
7. Camerainstelling
Bestaat uit:
1. Hoek (links/rechts)
2. Hoogte
3. Afstand
Samen bepalen ze de onderwerpgrootte.
8. Het oog – kijkvelden
, 3 zones:
1. Periferisch zicht: breed, wazig, detecteert beweging.
2. Aandachtszicht (±40°): normaal kijkveld (MS/MLS).
3. Acuut zicht (±1°): extreem scherp detail.
Waar kijkers automatisch naar kijken: gezichten, ogen, handen, beweging.
Belangrijk = subjectief groter (Hitchcock-regel).
9. Beeldgroottes
ELS – LS – MLS – MS – MCU – CU – ECU.
Varianten: H&S CU, HCU, Choker, 2S, OS.
10. Camerastandpunten rond personages
3/4 positie: meest driedimensionaal.
Frontaal: neutraal.
Profiel: minst flatterend.
Getrokken shot: nadruk op 1 personage.
11. Ruimtes rond het hoofd en lichaam
Hoofdruimte: juiste afstand boven hoofd.
Kinruimte: onderkant hoofd niet te strak.
Kijkruimte: ruimte in blikrichting.
Bewegingsruimte: ruimte in bewegingsrichting.
12. Verandering kijkrichting
Bij draaien van hoofd moet extra ruimte achter hoofd → natuurlijke pan.
13. Assen (180°-regel)
De as is de denkbeeldige lijn tussen personages of objecten.
Je blijft binnen 180° aan één kant van de lijn.
As breken → links/rechts wisselt → verwarring.
As mag veranderen wanneer:
• personages verplaatsen
• duidelijke nieuwe richting
• via een neutraal shot (bijv. topshot)
14. Raccords (continuïteit)
Raccords zijn verbindingen tussen shots: positie, houding, props, licht,
beweging, kijkrichting.
Foute raccords → rommelige, onlogische montage.
15. Ooghoogte