Les 1: wat is rechtssociologie?
- Route 1: vanuit verschillende empirische benaderingen
● Benaderingen
○ 1) rechtsinstrumentalisme
■ stromingen
● begin 20ste eeuw: sociological jurisprudence
○ aandacht voor verschil law in the books - law in
action (POUND) - kritiek: louter intern juridisch
perspectief
○ geldende recht komt niet overeen met
heersende sociale normen?
○ bv: strenge bepalingen echtscheiding > evolutie
● begin 20ste eeuw: legal realism
○ streven om de maatschappelijke positie van
achtergestelde groepen te verbeteren door
middel van het recht
○ empirisch onderzoek ten dienste
hervormingsagenda
● 1980: empirical legal studies - opmars in NL
■ eigenschappen
● recht als instrument om doelen te bereiken
● focus op het geldende recht en op de actoren en
instituties die daarbij betrokken zijn
● focus op problemen die voor rechtspraktijk relevant zijn
● meerwaarde ten opzichte van doctrinaire benadering:
meer bij sociaalwetenschappelijke methoden dan bij
theorieën
● top-down benadering
1
, ○ 2) rechtspluralisme
■ eigenschappen
● kritiek op de centrale rol in instrumentele benadering
van het geldende statelijk recht
● meerdere rechtssystemen (normenstelsels; statelijk
recht, religieus recht, inheems recht, sterke culturele
normen; andere sociale normen die als bindend
worden ervaren)
● formele rechtsorde niet noodzakelijk voor sociale orde
● sterk verplichtend karakter van informele regels
● bottum-up benadering
● bv: regels geloof dwingender dan COVID-maatregelen
■ stromingen en auteurs
● MALINOWSKI, EHRLICH, MOORE (V)
● nationale, postkoloniale en transnationale context
○ 3) recht-en-samenleving
■ eigenschappen
● recht als uitkomst van sociale verhoudingen en
culturele denkbeelden
● wisselwerking tussen recht en samenleving
● bv: regels besnijdenis vs strafrecht
■ stromingen en auteurs
● DURKHEIM: collectieve denkbeelden en
maatschappelijke waarden
● MARX: recht is van de heersende klasse, ze maken het
recht om hun positie vast te leggen; materiële belangen
en ongelijke sociale verhouding; rol van het recht bij
reproductie van sociale ongelijkheid;
● LUHMANN
- Route 2: vanuit de disciplinaire positionering van rechtssociologie
● Eigenheid en plaats tussen andere disciplines
○ sub-discipline van sociologie
○ interdisciplinair: tussen recht en sociologie
2
, ○ zelfstandige discipline en onderzoeksterrein (na 1950) met meerdere
benaderingen
○ andere benaderingen?
■ law and society → nog breder!
■ empirical legal studies (ELS)
● van kwantitatieve benadering (enge zin) naar bredere
betekenis
● juristen doen aan empirisch onderzoek
● kritiek: vooropleiding, te veel meedenken met
beleidsmakers, onvoldoende kritisch
○ in deze cursus
■ extern perspectief
■ empirische en sociaalwetenschappelijke methoden
■ sociaalwetenschappelijke theorieën
■ beschrijven en analyseren van juridische fenomenen
■ open benadering t.a.v. theorie en methodologie
Les 2: vervolg inleiding
- Route 3: vanuit paradigma’s
● Paradigma’s
○ = samenhangende zienswijzen waarop we de samenleving kunnen
kennen en moeten begrijpen ⇒ manieren om aan wetenschap te
doen
○ benadering, perspectief, traditie
○ verschillen inzake:
■ ontologische vooronderstellingen over de aard van menselijke
gemeenschappen: wat weten we? – het zijn
■ epistemologische assumpties over hoe kennis te vergaren
over de sociale wereld: hoe onderzoeken we het? –
kennisname van dat zijn
○ overzicht
■ 1) positivisme
● wortels
○ exacte wetenschappen als positieve
wetenschappen (natuurkunde, biologie, fysica)
○ empirische onderzoeksmethoden → geldig
falsifieerbare kennis → resultaat wordt steeds
bevestigd
○ rond 1900: sociale wetenschap als empirische
wetenschap
● centrale figuur: E. DURKHEIM
● eigenschappen
○ de wereld bestaan onafhankelijk van onze
kennisname ervan; sociale feiten hebben een
neutrale betekenis
3
, ○ ontdekken van patronen en wetmatigheden
○ methoden: objectief en neutraal; kwanitiatief;
causale verbanden zoeken; macroniveau
○ bv: de correlatie tussen werkloosheid en
strafblad
● sleutelperspectief: functionalisme
○ elk onderdeel, dus ook het recht, vervult een
functie binnen de samenleving
○ vier functies van het recht
■ 2) interpretivisme
● centrale figuur: M. WEBER
● eigenschappen
○ de wereld bestaan niet onafhankelijk van onze
kennis maar is sociaal geconstrueerd; er is
geen objectief bestaan van de wereld
○ methoden: subjectief; kwalitatief; verstehen;
microniveau
○ bv: wat is de maatschappelijke betekenis van
een strafblad
● sleutelperspectief: symbolisch interactionisme
○ in interactie met anderen ontstaan symbolische
betekenissen
○ bv: eermoord
■ 3) kritisch realisme
● centrale figuur: K. MARX
● eigenschappen
○ critical theory: kritisch nadenken over
traditionele sociale constructies; dragen ze bij
aan opstand?
○ methoden: geen bijkomende methode;
meerwaarde is actief engagement onderzoeker
○ ‘klasse’: sterk ideologisch gekleurd (=
haves/have-nots, heersende klasse,...): hoe
onderdrukken kapitalistische sociale instituties
individuen?
● sleutelperspectief: conflicttheorie
○ analyseert hoe machtsstrijden maatschappelijke
verandering teweegbrengen
○ conflict (niet consensus) is drijvende kracht in
samenleving
○ MARX: conflict komt uit tegenstelling
kapitalist/proletariaat: proletariaat moet werken
om te overleven, dus ze moeten zich
onderwerpen aan de bourgeoisie
○ andere benaderingen: conflict komt uit
tegenstelling gezaghebbenden/onderworpenen
● Kwaliteitscriteria - strategieën
4