Taal- en letterkunde - 3sp - 2025-2026
Literatuurwetenschappen 3
Poëzie 3
Nobelprijs 4
Literaire canon 4
Landjuweel 5
Petrarca 5
Driehoek van Petersen 6
ontstaanscontext van literatuur 6
Geschiedenis vd wereldliteratuur 7
verandering vanuit marge 8
Dekoloniseren 8
Tools in theorie 9
soorten teksten 9
Close reading 10
opmaak 10
vertelsituatie en vertelmanieren 10
context 11
Beeldspraak 12
postuur en framing 13
ideologiekritiek 13
Verhaallijn en spanning 13
Setting 13
het gouden ei 14
motieven: 14
close reading 15
receptie van literatuur 18
De consequenties - Niña Weijers 19
Algemeen 19
Fabel 23
Intertekstualiteit 24
Context 26
Receptie 26
Nina 26
Essays (sec lit) 27
Kortverhalen (prim lit) 28
inleiding tot Spoken word (sec) 30
Jeugdliteratuur (prim) 30
Poëzieanalyse 32
vorm/opmaak: 33
stijlfiguren 33
1
, metrum: 34
Genres 34
Voorbeelden 36
Voc 48
2
,Literatuurwetenschappen
historisch (, cultureel, sociaal, institutioneel, …) bepaald
nu:
- descriptief (maar soms wel in jury)
- objectief (moeilijk door ambiguïteit)
- tekst- en literatuurgericht
metataal nodig om te communiceren en discussiëren
doel: interpreteren
er is een wisselwerking tussen tekst en lezer (of tussen lezer en auteur:
discussieerbaar)
exacte/juistheid is niet belangrijk, argumentatie wel
literatuurgericht
vb:
- historische ontwikkeling
- poëtica’s (diachroon of synchroon → stromingen)
waar legt de mens de nadruk (vorm, originaliteit, fictionaliteit)
- literaire dynamiek (gender en literatuur, receptie van literatuur, …)
- narratologie
Poëzie
Wat? Geen eenduidige definitie
- straatpoëzie/formele poëzie (dichtbundels etc)
- interpretatie
- persoonlijk
afhankelijk van poëtica
poëtica: individueel bv van auteur, criticus, wetenschapper of lezer
of collectief:
- historisch: stromingen
- cultureel: bv Engels nu veel prestige
- sociaal: elite, leeftijd, gender, …
- institutioneel: unief, uitgevers, tijdschriften, …
Herkennen VS Erkennen
Herkennen: Ik zie het als poëzie (observatie)
Erkennen: IK vind dit ECHTE poëzie (mening)
Goede poëzie: persoonlijk
- kenmerken zoals bv. beeldspraak, vormelijk aantrekkelijk, bewust geschreven,
innoverend, …
- motief: uit hart geschreven, emotiverend, activerend, ..;
- moeilijkheidsgraad, …
3
, HERKENNEN:
- opmaak: witregels (-->strofen), kort, titel, regelafbreking (--> verzen)
- beeldspraak
- stijlfiguren
- genre-aanduidling
- thematiek
- readymade: gewone tekst interpreteren als poëzie
ERKENNEN:
- persoonlijk
- in dichtbundel
- motief
- vorm en inhoud
Herman de Coninckprijs: criteria
- gepubliceerd in dichtbundel
dus: jury kijkt alle gepubliceerde dichtbundels van dat jaar na en selecteert 44 gedichten tot
bloemlezing.
Nobelprijs
nominatie: op uitnodiging
- vroegere winnaars
- letterkundigen
- schrijvers die voorzitter zijn van organisatie bv PEN
selectie door commissie
criteria:
- kwaliteit
- buikgevoel
- genomineerde moet leven
diversiteit:
- 121 x sinds 1901
- nationaliteit: meeste uit Frankrijk (16): vroeger dominant in literaire wereld
- taal: Engels, Frans, Duits, Spaans
- gender: evolutie! eerst vooral mannen, nu veel gelijker
België: 1x gewonnen (1911, Maurice Maeterlinck, Gentenaar, in Frans)
Literaire canon
criteria: je moet dood zijn
descriptief en prescriptief
descriptief: objectief vastgesteld ahv onderzoek, kranten, ..
hoe bekend is het werk? wat voor invloed heeft het?
prescriptief: volgens autoriteiten
wat zou iedereen moeten kennen? literaire must?
vaak tussenin
grootte: verschillend (nationaal/regionaal, schoolgericht, wereld, …)
4