Thema 3 — Volledige Samenvatting
3.1 Zon, Maan en Sterren Bewegen | 3.2 Biomen & Klimaten | 3.3 Het Weer
,DEEL 1 — DE AARDREVOLUTIE (3.1.2)
Onderzoeksvraag: Wat verklaart de seizoensverschillen in tijd en ruimte?
Waarneming: Variatie in dagboog doorheen het jaar → Waarom?
1. Schijnbeweging van de Zon en Sterren
Schijnbeweging van de zon
De zon voert een schijnbeweging uit: ze lijkt elke dag van oost naar west te bewegen. Dit is te wijten aan de
aardrotatie, niet aan een echte beweging van de zon.
• De zon komt op in het oosten en gaat onder in het westen.
• De culminatiehoogte (hoogste punt van de zon) en de opkomst- en ondergangspunten variëren
doorheen het jaar.
• Op het noordelijk halfrond culmineert de zon in het zuiden; op het zuidelijk halfrond in het noorden.
• Op 22 december is de culminatiehoogte het laagst op het NH; op 21 juni het hoogst.
• Tijdsverschil voor exacte zodische stand: de aarde draait 360° in 23u 56min 4s (siderische dag). De
zonnedag duurt precies 24u.
Fig. 1 — Schijnbeweging van de zon doorheen het jaar op 50°N
Schijnbeweging van de sterren
De sterren verplaatsen zich nacht voor nacht iets ten westen van hun vorige positie (de
sterrenhemelbewegingen). Dit is doordat de aarde om de zon beweegt (aardrevolutie).
• De Poolster staat altijd op een hoek boven de horizon die gelijk is aan de breedtegraad (te België:
~51°).
• Sterren zoals de Grote Beer blijven het hele jaar op dezelfde hoogte boven de Poolster.
, Fig. 2 — Sterrenhemel met ecliptica en dierenriemconstellaties
2. Kenmerken van de Beweging van de Aarde Rond de Zon
De aarde beweegt rond de zon. Dit noemen we de aardrevolutie. Ze heeft drie belangrijke kenmerken:
A. Ellipsvormige baan (bijna cirkelvormig)
• De baan van de aarde is een ellips, met de zon in een van de brandpunten.
• Perihelium (dichtstbij zon): 3 januari — afstand: 147.500.000 km
• Aphelium (verst van zon): 4 juli — afstand: 152.500.000 km
• De duur van één jaar: 365 dagen, 5 uur, 48 minuten en 45 seconden (schrikkeljaar elke 4 jaar; 2000
was een schrikkeljaar). Eerstvolgende: 2100.
• Alle planeten bevinden zich in hetzelfde vlak: het eclipticavlak.
Fig. 3 — Ellipsvormige baan van de aarde met perihelium en aphelium
B. Ongelijke seizoenen
De seizoenen op het noordelijk halfrond zijn niet even lang omdat de aarde sneller beweegt in de buurt van
het perihelium (Kepler):