EUROPEAN TAXATION
1
,I. GENERAL INTRODUCTION
1) LEGAL BASES OF “EUROPEAN TAXATION”
A) EU BUDGET: REVENUE/EXPENDITURE
Wanneer we spreken over European Taxation, moeten we eerst kijken naar de EU-begroting. Net zoals staten
heeft de EU geld nodig om haar taken uit te voeren, zoals beleid voeren, programma’s financieren en haar
administratie laten werken. Staten halen hun inkomsten vooral uit belastingen; bij de EU ligt dat complexer
omdat zij geen gewone staat is. Daarom is het belangrijk om te onderzoeken waar het EU-geld vandaan komt
en waaraan het wordt besteed.
De juridische basis voor de financiële werking van de EU staat is te vinden in deel 6 van het Verdrag
betreffende de Werking van de Europese Unie, het TFEU. Binnen dat deel is vooral Titel II, “Financial
provisions”, belangrijk – zijnde artikelen 310 tot en met 324 TFEU.
WHERE DOES THE MONEY GO TO?
ARTIKEL 312 TFEU: EXPENDITURE – the multiannual financial framework shall ensure that union
expenditure develops in an orderly manner and within the limits of its own resources. (…) the annual budget
of the Union shall comply with the multiannual framework.
- Dit artikel vormt de juridische basis voor het Multiannual Financial Framework (MFF). Het MFF
bepaalt hoeveel de Europese Unie over een langere periode ongeveer mag uitgeven en binnen
welke grenzen die uitgaven moeten blijven. Het zorgt ervoor dat de uitgaven van de Unie zich op
een ordelijke manier ontwikkelen en dat ze binnen de beschikbare middelen blijven. Het MFF is dus
geen gewone jaarlijkse begroting, maar een meerjarenplanning.
- Sinds 1993 werkt de EU meestal met periodes van zeven jaar. Het MFF maakt een planning voor
die volledige periode, maar die planning wordt daarna opgesplitst in afzonderlijke jaarlijkse
begrotingen. De jaarlijkse EU-begroting moet altijd passen binnen het meerjarig financieel kader.
- Het huidige MFF loopt van 2021 tot 2027. Voor deze periode bedraagt het ongeveer 1.200 miljard
euro. Dat bedrag geeft aan hoeveel financiële middelen de EU over die zeven jaar mag inzetten voor
haar beleidsdoelstellingen en administratie.
TYPICAL TYPES OF EU EXPENDITURES
I. EU-BELEIDSDOMEINEN (EU POLICY AREAS) – Dit zijn domeinen waarin de Europese Unie actief beleid
voert en waarvoor zij financiële programma’s opzet. Dat betekent dat voor een bepaald beleidsdoel een
budget wordt voorzien, waarna bijvoorbeeld universiteiten, onderzoeksinstellingen, ondernemingen,
overheden of andere organisaties financiering kunnen aanvragen. Zij moeten dan aantonen dat hun project
bijdraagt aan de doelstellingen van dat programma.
- Voorbeelden van zulke EU-beleidsdomeinen zijn de interne markt, innovatie, digitalisering,
milieubescherming, grenscontrole en defensie. Ook programma’s zoals Erasmus+ vallen hieronder.
II. EIGEN OPENBARE ADMINISTRATIE (EU PUBLIC ADMINISTRATION) – De Europese Unie heeft instellingen
zoals de Europese Commissie, het Europees Parlement, de Raad, agentschappen en andere organen. Die
personeelsleden moeten worden betaald en hebben ook recht op bijvoorbeeld ziekteverzekering,
pensioenen en andere sociale voordelen. Daarnaast moet de EU ook gebouwen huren of onderhouden en
algemene administratieve kosten dragen. Dit vormt een aanzienlijke uitgavenpost, aangezien een grote
administratie noodzakelijk is om het EU-beleid uit te voeren en de begroting te beheren.
2
,NEXTGENERATIONEU
Naast het gewone MFF bestaat er ook een uitzonderlijk en tijdelijk instrument: NextGenerationEU. Dit werd
ingevoerd naar aanleiding van de COVID-19-pandemie. De pandemie veroorzaakte zware economische
schade in de lidstaten, waardoor de EU een bijkomend herstelinstrument heeft opgezet. NextGenerationEU
loopt van 2021 tot 2026 en heeft een omvang van ongeveer 800 miljard euro. Het doel ervan is de
economische heropleving na de pandemie te ondersteunen.
- Het is geen normale, terugkerende uitgavenpost, maar een tijdelijke maatregel in reactie op een
uitzonderlijke crisis.
WHERE DOES THE MONEY COME FROM?
Naast de vraag waaraan de Europese Unie haar geld uitgeeft, is er ook de andere kant van de EU-begroting:
waar komt het geld vandaan?
- ARTIKEL 311 TFEU – dit artikel bepaalt dat de Unie zichzelf de nodige middelen moet verschaffen
om haar doelstellingen te bereiken en haar beleid uit te voeren. Het artikel zegt ook dat de EU-
begroting, behoudens andere inkomsten, volledig wordt gefinancierd uit zogenaamde “own
resources”, ofwel eigen middelen.
TYPES OF EU REVENUE
Ongeveer 90% van de EU-begroting komt uit deze eigen middelen. De overige ongeveer 10% bestaat uit
andere inkomsten.
OWN RESOURCES (90%)
De term “eigen middelen” is misleidend: het gaat meestal niet om belastingen die de EU rechtstreeks heft
op burgers of ondernemingen. In de praktijk worden deze middelen vooral door de lidstaten geïnd of
berekend en daarna doorgestort naar de EU-begroting. De EU-financiering verloopt vooral via bijdragen en
middelen die door de lidstaten worden afgedragen.
I. TRADITIONAL OWN RESOURCES – Deze bestaan vooral uit douanerechten op invoer uit derde landen. De
douaneautoriteiten van de lidstaat waar de goederen binnenkomen, innen die douanerechten. De lidstaat
mag meestal een bepaald percentage houden als vergoeding voor de administratieve kosten van inning,
maar de rest wordt doorgestort naar de Europese Unie.
II. FIXED SHARE OF NATIONAL VALUE ADDED TAKS (VAT): CALL RATE – Dat betekent dat een bepaald
percentage wordt toegepast op de geharmoniseerde btw-basis van elke lidstaat. Op basis daarvan moet elke
lidstaat een bijdrage leveren aan de EU-begroting.
- = 2/3 of the total budget!
III. FIXED AMOUNT BASED ON GROSS NATIONAL INCOME – Ook hier wordt een vast bedrag of percentage
berekend op basis van de economische draagkracht van de lidstaat. Hoe groter en rijker de economie van
een lidstaat is, hoe groter deze bijdrage normaal gezien zal zijn.
IV. CONTRIBUTION BASED ON THE AMOUNT OF NON-RECYCLED PLASTIC PACKAGING WASTE - Sinds 2021
moeten lidstaten bijdragen op basis van de hoeveelheid plastic verpakkingsafval die niet wordt gerecycleerd.
Lidstaten moeten nagaan hoeveel niet-gerecycleerd plastic verpakkingsafval er is, en op basis daarvan een
bedrag bijdragen aan de EU-begroting.
3
, OTHER REVENU (10%)
Naast deze eigen middelen is er ook een categorie van andere inkomsten, goed voor ongeveer 10% van de
EU-begroting. Dit is een gemengde categorie waarin verschillende soorten ontvangsten terechtkomen die
niet onder de klassieke eigen middelen vallen:
- Boetes in het kader van het mededingingsrecht – Wanneer grote ondernemingen deelnemen aan
kartels, prijzen onderling afspreken of misbruik maken van een machtspositie, kan de Europese
Commissie boetes opleggen. Zulke boetes gaan niet naar de lidstaat waar de onderneming
gevestigd is, maar naar de EU-begroting.
- Interestinkomsten – Wanneer EU-geld tijdelijk op bankrekeningen staat, kan dat interest opleveren.
Die interest moet ergens in de begroting worden geboekt en komt daarom terecht bij de andere
inkomsten. Ook terugbetalingen van ongebruikte financiële steun vallen hieronder.
Verder kunnen ook allerlei andere ontvangsten in deze categorie vallen, zoals bijdragen van niet-EU-landen
aan bepaalde programma’s, donaties of uitzonderlijke inkomsten. In de les werd bijvoorbeeld verwezen naar
de Nobelprijs voor de Vrede die in 2012 aan de Europese Unie werd toegekend. Ook dat geld moest ergens
worden geboekt en kwam terecht onder de categorie andere inkomsten.
TAX ON SALARY OF EU OFFICIALS
Een bijzondere vorm van inkomsten is de belasting op de salarissen van EU-ambtenaren. Dit is belangrijk
omdat dit eigenlijk een van de weinige echte belastingen is die rechtstreeks op basis van EU-recht wordt
geheven.
- EU-ambtenaren ontvangen hun salaris van de Europese Unie, maar daarop wordt een belasting
ingehouden. De EU betaalt dus het brutoloon, maar krijgt een deel ervan terug via deze belasting.
De EU heeft in het algemeen geen eigen belastingstelsel zoals een lidstaat. Burgers en ondernemingen
betalen meestal geen belasting rechtstreeks aan de EU. De financiering van de EU gebeurt vooral via de
lidstaten en via specifieke eigen middelen. Dit verandert ook de manier waarop we naar “European Taxation”
moeten kijken: het gaat minder om klassieke directe EU-belastingen en meer om de vraag hoe EU-recht
nationale belastingsystemen beïnvloedt en hoe de EU haar begroting financiert.
DISCUSSION CONCERNING “OWN RESOURCES”
Er bestaat al lange tijd discussie over de hervorming van de eigen middelen. De EU heeft steeds meer
uitgaven, onder andere door grote beleidsprogramma’s, crisismaatregelen en instrumenten zoals
NextGenerationEU. Daardoor zoekt de EU voortdurend naar nieuwe financieringsbronnen.
- Een recent voorstel is COM(2025) 574 van 16 juli 2025, dat nog hangende is in de Raad.
o Dit voorstel bouwt voort op eerdere voorstellen uit 2021 en 2023. Het bevat onder meer
nieuwe bijdragen gebaseerd op inkomsten van lidstaten uit de handel in milieucertificaten.
Daarbij gaat het vooral om het Emissions Trading System (ETS) en het Carbon Border
Adjustment Mechanism (CBAM).
o Daarnaast bevat het voorstel nieuwe call rates voor lidstaten op basis van elektrisch en
elektronisch afval, en op basis van tabak en tabaksproducten die voor consumptie worden
vrijgegeven.
o Ten slotte is er het voorstel voor een jaarlijkse forfaitaire bijdrage door grote
ondernemingen met een jaarlijkse omzet van meer dan 100 miljoen euro. Dit wordt de
Corporate Resource for Europe, of CORE, genoemd.
4