LES 1: KOPROL, EN TIK EN LOOPSPELLETJES (25/02) PRAKTIJK
Differentiatie
- De leerkracht past de oefening aan aan het niveau van de leerlingen.
- Sommige leerlingen krijgen een eenvoudigere opdracht, anderen een moeilijkere
uitdaging.
- Zo kan iedereen succes ervaren.
Variatie
- De leerkracht zorgt voor afwisseling in oefeningen, materialen en spelvormen.
- Dit houdt de leerlingen gemotiveerd en actief.
Gradatie
- De oefeningen worden stap voor stap moeilijker opgebouwd.
- Leerlingen beginnen met een eenvoudige beweging en gaan daarna
naar complexere bewegingen.
ORGANISTATIE ZIE KRACHTIGE LEEROMGEVING
1) Voldoe aan bewegingsdrang
2) Organisatie tips
3) Veiligheid
4) Materiaal opstellen en opbergen
5) Soorten opstellingsvormen
LES 2: HANDSTAND EN TREFBAL (11/03) PRAKTIJK
+ zie leerlijnen handstand op LEHO
zie leerlijnen handstand LEHO
LES 2: THEORIE
REFERENTIE KADER
VISIE OP BEWEGEN P8
De 5 invloeden van beweging
Positief beeld van bewegen
GEZONDHEID
- Slapen verbeterd
- Mentale gezondheid = voelt het kind zich goed
Mens sana in corpore sano= gezegde
Dopamine stijgt= geluk hormoon hoge nood
- Sterkere botten
- Weerstand, immuniteit
- Uitlaatklep, voor kinderen die niet kunnen stil zitten
COGNITIE
, - Zuurstof naar hersenen + hersenactiviteit stijgt
SOCIAAL
- Interactie met anderen (sociaal)
- Teamgevoel
FITHEID p. 31
- Conditie = KLUSCE
Kracht
Lenigheid
Uithouding
Snelheid
Coördinatie
Evenwicht
Laatste 2 zijn techniek
MOTORISCHE COMPETENTIES
- Motoriek capaciteit BREED = succeservaring
- Inzichten van bewegingen
Sport waar de eerste 4 zijn heel belangrijk zijn= lopen
Sport waar de laatste 2 belangrijk is = acro
Wat zijn redenen waarom mensen niet meer bewegen: negatieve invloeden
- Geen tijd
Huishouden
Gezin onderhouden
- Geen motivatie
Kennis
Succes ervaring
- Mobiliteit gaat naar beneden
- Veel geld
Fitness abonnementen
Geen toegang: je komt er niet mee in contact. Er zijn geen rolmodellen
- Sociaal gebruik
- Zelfvertrouwen: de commentaren die opkomen van anderen
- Corona is ook een factor
- Instap is te hoog, je bent te oud en daarom is het basisniveau op dat moment heel
hoog
- Schermtijd = zittend
- Een omgeving waar geen rolmodellen zijn die niet sporten
REFLECTIE OP JE EIGEN SPORTIEVE SCHOOLBAAN
Angstgevoel bij een kind niet gaan pushen.
o Je moet je angstgevoel gaan erkennen en dan de oorzaak zoeken
Meestal eentonige sporten die aan bod komen.
o Bij lopen kan men oriëntatieloop doen, gebruik variatie
o Zoek ook haalbare succeservaringen
,Geel en blauw gaan niet werken als het rode niet goed zit
BEWEGEN VS. SPORTEN
Bewegen Sporten
Beweging staat voor alle activiteiten Een sport kan omschreven worden als een
waarbij energieverbruik en spierwerking fysieke krachtmeting (bijvoorbeeld
nodig is. Bijvoorbeeld naar school zwemmen), fysiek spel (bijvoorbeeld
wandelen, voetbal) of denkspel (bijvoorbeeld
Tuinieren, voetballen tijdens de pauze, schaken) dat op reglementaire wijze in
een fietsuitstap maken competitieverband of recreatief gespeeld
kan worden.
Bewegen is alles Sporten is één element van bewegen
Niet te lang stilzitten is even belangrijk als voldoende bewegen.
DE BEWEGINGSDRIEHOEK
Niet te lang stil zitten aan 1
stuk (VERMIJDEN)
Elk half uur proberen bewegen
dan zie je al gezondheid
veranderingen
Oranje = stil zitten
Lichtgroen = dagdagelijkse
activiteiten, je hartslag gaat
iets omhoog maar je
ademhaling is hetzelfde
Groen = intensiever, er is
verhoogde hardslag maar je
gaat niet zweten
Donkergroen = intensief, hartslag heel hoog en ademhaling stijgt
Grootste deel van de dag proberen bewegen
Dagelijks een intensieve activiteit
= hartslag omhoog
1 keer per week vol intensief bewegen
Bedenk een gezonde beloning voor jezelf zodat je het volhoudt = beter in je vel in en je
hoofd
VERSCHILLENDE ZONES IN CONTEXT VAN DE SCHOOL
Lang stil zitten = om de 30 minuten iets doen (Energizer of een tussendoortje), dit
vermindert het zitten.
Afstand is zowel kleiner als groter geworden = je kan voor 4 dagen ergens naartoe gaat
en voor het einde van het weekend. Denk aan de bakker iedereen gaat met de auto het is
beter te voet
, Lichtgroene zone = trappen, buiten spelen
Groene zone = naar school komen op een actieve manier, spelen op de
speelplaats
Donkergroene zone = sportlessen
Opdracht volgens de 3 profielen.
1) Koala
2) Gorilla
3) Zebra beter dan ze gloria, de zebra is de hele dag bezig op een lage intensiteit
4) Bezige bij
4 CONTEXTEN OM TE BEWEGEN
Thuis School
- Bewegingsruimte in thuisomgeving - Doorheen alle lessen
- Kansen om te bewegen - Beweging opvoeding lessen
- Ouders die stimuleren - Actieve pauzes
Actieve verplaatsing Vrijetijd
- Te voet, per fiets, … - Sportclub
- Veiligheid traject thuis – school - Jeugdbeweging
- Tijdsinvestering – vaardig? - Reizen
= een dynamische schooldag
- Geel = wat er doorheen de dag gebeurt
- Blauw = wat er kan veranderen
Spontane beweging =
roze
Invloed op het
ontwikkelen = blauw