Reële modellen ter bepaling van het BBP – Goederenmarkt
Monetair model ter bepaling van het BBP - Geldmarkt
DEEL 1: GOEDERENMARKT
Korte inhoud
Tijdens het hoorcollege werd al aangegeven dat het bbp, ondanks belangrijke beperkingen, nog steeds
de meest gebruikte macro-economische welvaartsmaatstaf is.
Tijdens het hoorcollege werden eerst enkele belangrijke macro-economische begrippen geïntroduceerd
en werd vervolgens gestart met een eenvoudig model (namelijk een gesloten economie zonder
overheid en constant prijspeil) om de macro-economische krachten en samenhangen goed te
begrijpen.
Tijdens deze onderwijsgroep wordt het macro-economische model steeds realistischer, maar ook
complexer gemaakt.
Eerst wordt de overheid en het buitenland geïntroduceerd (maar het prijspeil en de intrestvoet is nog
steeds constant). Net zoals bij het eenvoudig model is er een multiplicatief effect wanneer er een
wijziging optreedt in de bestedingen. Dit multiplicatief zal echter verschillend zijn naargelang de
oorzaak van de verandering.
Vervolgens stappen we over naar een veranderlijk prijspeil. Dit brengt ons tot het finale model van de
macro-economische aggregatieve vraag (AV) en het aggregatief aanbod (AA). Dit veronderstelt niet
langer een constant prijspeil. Integendeel, de evolutie van het algemeen prijspeil wordt uitdrukkelijk in
de analyse betrokken. Vraag- en aanbodschokken hebben vanaf nu dus niet enkel een effect op het
reëel nationaal inkomen, maar ook op het prijspeil. Voor het eerst kan dus het fenomeen inflatie
bestudeerd worden, in het bijzonder de inflatoire gevolgen van een vraagstimulerend overheidsbeleid.
Kernwoorden
Nationaal inkomen, potentieel inkomen, inkomenskloof, recessiekloof, inflatiekloof, inflatie,
aggregatieve bestedingen of totale bestedingen, marginale (consumptie)quote, evenwichtsinkomen,
multiplicator, potentieel inkomen, macro-economische vraag of aggregatieve vraag, aggregatief
aanbod, vraagschok, aanbodschok, fiscaal dividend, begroting.
Beknopte inhoud theorie HC:
▪ Bruto Binnenlands Product (bbp):
− Definitie:
− Meting: - Toegevoegde waarde
OG 5 & 6 Modellen ter bepaling van het bbp – goederen- en geldmarkt 1
, - Inkomensoptiek → Nationaal inkomen
- Bestedingsoptiek → Nationaal/Binnenlands Product
− Belang? - welvaartsmaatstaf
- maar onder- of overschatting van realiteit.
− Varianten: Bruto – Netto (geen detail kennen)
Nationaal – Binnenlands (geen detail kennen)
Marktprijzen – Factorprijzen
Reëel – Nominaal
Bbp per capita
Bbp volgens koopkrachtpariteit
▪ Verschil Ye en Ypot (of Y*)?
Betekenis Ypot?
Indien Y ≠ Ypot → inkomens- of outputkloof
● Y < Ypot → recessiekloof
● Y > Ypot → inflatiekloof
De overheid kan ingrijpen om deze kloof te dichten, om zo toch Y pot te bereiken (zie HC 5 en OG
6).
▪ Macro-economisch evenwicht indien AA = AV
→ Diverse modellen → systematisch complexer
- gesloten economie zonder overheid, bij constant prijspeil (HC)
- gesloten economie met overheid, bij constant prijspeil (video OG5)
- open economie met overheid, bij constant prijspeil (OG) - open economie met overheid,
bij veranderlijk prijspeil (video OG6)
- ….
Onderscheid Nationaal inkomen (Y) en Beschikbaar Inkomen (Y b)
OG 5 & 6 Modellen ter bepaling van het bbp – goederen- en geldmarkt 2
, p
nb
mp
p
Y nb
fp
p
nn
fp
p
NI
C
Yb
S
Bestedingsoptiek
Inkomensoptiek
- T (netto directe belastingen) met T = tY + T0 (- transferten)
→ Yb = Y - T
Macro-economisch evenwicht
ALGEMENE evenwichtsvoorwaarde: AA = AV
Toepepast op diverse modellen:
● Model 1: Gesloten economie zonder overheid én constant prijspeil (zie video)
→ Evenwicht volgens bestedingsoptiek:
AA = AV
Y = AE
Y = C + I + G + X - IM met C = c Y(b) + C0 vermits geen
overheid, geen T
→Yb = Y – T = Y
I= I0
OG 5 & 6 Modellen ter bepaling van het bbp – goederen- en geldmarkt 3