Burgerlijke aansprakelijkheid = valt uiteen in de contractuele
aansprakelijkheid, wat het bestaan van een contract vereist, en de
buitencontractuele aansprakelijkheid.
Buitencontractuele aansprakelijkheid = is de aansprakelijkheid voor
het ontstaan en de gevolgen van de verbintenis om de schade te
herstellen die een ander lijdt zonder dat een contract vereist.
Kan worden onderverdeeld in (A) de aansprakelijkheid voor eigen daad,
(B) de aansprakelijkheid voor andermans daad, (C) de aansprakelijkheid
voor zaken en dieren.
Voorwaarden: fout, schade en oorzakelijke/causaal verband (art. 6.5)
Regres = de aansprakelijke die het slachtoffer heeft vergoed.
Oefening 1
a) Een fout =bestaat uit de schending van een wettelijk regel die een
bepaade gedrag oplegd of verbied of de schending van de algemene
zorgvuldigheidsnorm doe geldt in het maatschappelijke verkeer.
(handboek + codex)
- Algemene zorgvuldigheidsnorm: vereist een gedrag dat
overeenkomt met dat van een voorzichtig en redelijk persoon in
dezelfde omstandigheden geplaatst als deze die zich voordeden
op het moment van het schadeverwerkend feit (criterium van de
voorzichtige en redelijke persoon)
vb. een plek aan een oudere geven in de bus (algemene
zorgvuldigheidsnorm) en rijden door rood licht (wettelijk regel)
Art. 6.6 BW (boek 6 – hoofdstuk 2 feiten die tot aansprakelijkheid
leiden, p. 1882-1883) zie hierboven
Art. 6.5 BW (Boek 6 – hoofdstuk 2 feiten die tot aansprakelijkheid
leiden, p. 1882)
Beginsel: eenieder is aansprakelijk voor de schade die hij door zijn
fout aan een ander veroorzaakt.
, Volgens art. 6.5 BW (vroeger art. 1382-1383 oud BW) is er sprake
van een fout wanneer iemand handelt in strijd met:
- De wet,
- De zorgvuldigheidsplicht (wat een normaal, voorzichtig en
vooruitziend persoon zou doen in dezelfde omstandigheden).
Er moet dus een toerekenbare schending van een
gedragsnorm zijn.
Er zijn 3 voorwaarden: verbetering vragen
1. Onrechtmatigheid: schending van een wettelijke of
maatschappelijke norm.
2. Toerekenbaarheid: de dader moet aansprakelijk kunnen worden
gesteld (schuld of nalatigheid).
3. Schade en oorzakelijk verband
Om de algemene zorgvuldigheidsnorm toe te passen kijken naar
de 5 puntjes in art 6.6
Gronden voor uitsluiten van aanprakkelijkheid voor fout: art. 6.7.1
(overmacht = natuurverschijnselen) en 6.8 (andere gronden van
uitsluiting van aansprakelijkheid voor fout, onoverwinnelijke dwaling
= da je zegt dat je de wet niet wist en het niet behoorden de weten)
onderafdeling 2
Fysieke of psychische dwang = art. 6.8.2 onderafdeling 2
Art. 6.8.3 bv. iemand valt op een treinspoor en je springt om hem te
redden
Art. 6.8.4 bv. lichten zijn kapot (dus rood) maar politie zegt rij verder
Art. 6.8.5 bv. zelfverdediging
Art 6.8.6 de benadeelde geeft je toestemming
Onderafdeling 3
Art 6.9 niet aansprakelijk
Art. 6.10 wel aansprakelijk maar de rechten kan echter oordelen dat
de minderjarigen geen schadeloosstelling verschuldigd is of deze
beperken.
Art. 6.11 wel aansprakelijk, maar de rechter kan oordelen dat die
persoon geen schadeloosstelling verschuldigd is of deze beperken
op de wijze bepaald in art 6.10.