Notariële Deontologie Studiegids - Flashcards
Een ethische stroming die stelt dat de juistheid
van menselijke handelingen gebaseerd moet
worden op absolute gedragsregels in de vorm
Deontologie
van normen. Op basis van deze normen kan met
vaststellen of een bepaalde handeling moreel
juist is of niet.
De filosoof die de term deontologie gebruikte
Jeremy Bentham
voor het geheel van de ethiek.
Legt het bepalen van absolute gedragsregels vast
in het 'categorisch imperatief'. Men moet
handelen op basis van normen waarvan men
Immanuel Kant zou willen dat iedere andere persoon ernaar
zou handelen. De norm / gedragsregel waarop
de handeling gebaseerd is, dient de universele
wet te worden.
Het enige wat volgens een deontoloog echt goed
Intentie (Goede wil) kan zijn, mits het de aanvaarding van morele
wetten impliceert.
De plichtenleer voor een bepaalde beroepsgroep
die de vrijwaring van kernwaarden beoogt.
Beoogt de vrijwaring van de kernwaarden van
Moderne definitie van deontologie
vrije beroepen. Doel is bescherming van de
belangen van de beroepsgroep, de maatschappij
en de cliënt; NIET de beroepsbeoefenaar.
Het traditionele criterium voor professioneel
gedrag, vandaag vertaald als 'een voorzichtig en
Bonus pater familiae
redelijk notaris'. De burgerrechtelijke
aansprakelijk is manifest aanwezig.
Deontologie in de meest strikte zin, bestaande uit
plichten van een hogere morele orde die niet
noodzakelijk wettelijk gesanctioneerd zijn, of niet
Notariële ethiek
noodzakelijkerwijze rechtstreeks door de
rechtspraak op basis van burgerrechtelijke
aansprakelijkheid wordt gesanctioneerd.
, Waardigheid van het ambt en het vertrouwen van
Op wat valt men terug om te bepalen wat de de burger in de notariële instellingen (wordt ook
morele verplichtingen van de notaris zijn? uitdrukkelijk vastgesteld in art. 2 Deontologische
Code).
Men werkt hier vooral mee in de Deontologische
Code; zo is men verplicht om bij de interpretatie
Deontologische richtlijnen
steeds de norm achter de regel te zoeken (in
plaats van loutere strikte voorschriften).
= de eed van openbaar ambtenaar (dat hij de
grondwet en wetten zal naleven) én de bijzondere
ambtseed ( dat hij het ambt 'eerlijk en nauwgezet'
Ambtseed
uit zal oefenen: art. 47 OWN ;de begrippen zijn
tijdsgebonden en dynamisch. De basisnorm van
het beroep.
De handeling waarbij de hogere overheid de
deontologische code toetst aan de eigen
Bekrachtiging bij Koninklijk Besluit verwachtingen en in een breder maatschappelijk
perspectief plaatst. ! Bindende kracht reglement is
wel niet dezelfde als de wet
Deze binden enkel de leden van het korps waarop
ze slaan, in tegenstelling tot een wet die iedereen
Bindende kracht van reglementen bindt. Cliënten kunnen nooit verplicht worden
deze na te leven; wel deze inroepen als
beroepsfout bij een schending door de notaris .
De beoordeling van wat tot de notariële ethiek
behoort en hoe het beleefd moet worden is H
tijdsgebonden en moet openstaan voor nieuwe
maatschappelijke trends en waarden. Het moet
steeds geplaatst worden in het kader van de
Dynamiek van deontologie maatschappelijke waarden op een bepaald
ogenblik. Diegenen die de correcte
beroepsuitoefening moeten beoordelen
(tuchtraad) moeten hier steeds voor openstaan.
Vooral art. 47 OWN en 2 DC zijn hier aan
onderhevig.
Het orgaan bestaande uit één professionele
rechter en twee notarissen-assessoren die
deontologische schendingen beoordelen. Ze
Tuchtraad beslissen discretionair of een gedraging
disciplinair gestraft dient te worden. Niet elke
overtreding van de code is een tuchtfout (zie art.
555/3 Ger.W.
, Bepaalt dat er sprake is van een tuchtfout
wanneer het gedrag van de notaris afbreuk doet
aan de waardigheid van het ambt of plichten
Artikel 555/3 Ger.W.
verzuimt. (Elke tuchtfout zal dus niet noodzakelijk
tuchtrechtelijk gesanctioneerd worden; ernst
overtreding speelt mee en de omstandigheden).
Deontologie is het preventief luik van de
beroepsethiek; finaliteit = waken over het feit dat
de leden van de beroepsgroep hun ambt op een
maatschappelijk verantwoorde manier vervullen.
Beroepsgroep, algemeen belang & cliënt staan
Onderscheid tussen tucht en deontologie centraal.
Tuchtrecht = repressief luik = wanneer de notaris
de deontologische plichten niet naleeft
(tuchtrechtelijke vervolging dan mogelijk). Maar
heeft ook een preventief doel: de ontradende
functie.
De omschrijving van deontologie met als finaliteit
Preventief luik van beroepsethiek het waken over maatschappelijk verantwoorde
ambtsvervulling.
De omschrijving van het tuchtrecht dat ontradend
Repressief luik van beroepsethiek
en sanctionerend werkt.
Verschil tuchtrecht en strafrecht Beiden repressief doel
Strafrecht van toepassing op alle burgers
<> tuchtrecht van toepassing op
beroepsgroep
Strafrecht inbreuk op strafwet en
maatschappelijke orde sanctioneren <>
tuchtrecht inbreuk op beroepsplicht
sanctioneren
Strafrecht = OPENBAAR BELANG staat voorop
(bescherming van de maatschappij)
maar via burgerlijke partijstelling kunnen
schadevergoeding vragen
specifieke strafbare feiten ivm het beroep:
- zwaardere sancties voor notarissen
- valsheid in geschrifte
- schending van het beroepsgeheim
- financiële misdrijven: verduistering, misbruik
van vertrouwen, …
, Wel link tussen de 3 aansprakelijkheden: zowel
strafrechtelijke, burgerrechtelijke en
tuchtrechtelijke sanctie mogelijk voor hetzelfde
vergrijp
Burgerlijkrecht
subjectieve rechten van een
partij in verhouding tot een ander
partij
Kan uitmonden in
schadevergoeding
Tuchtrecht
Gedraging van lid van
Tucht v Burgerlijk recht beroepsgroep toetsen
Heeft niet als doel om schade te
vergoeden
Werkt beteugelend, heeft
ontradend effect
Wel link tussen de 3 aansprakelijkheden: zowel
strafrechtelijke, burgerrechtelijke en
tuchtrechtelijke sanctie mogelijk voor hetzelfde
vergrijp
Alle verplichtingen die in verband staan met de
uitoefening van het beroep van notaris, rekening
houdend met het feit dat het een openbaar ambt
is.
In BREDE ZIN:
Alle verplichtingen die in verband staan
Notariële plichtenleer / deontologie met de uitoefening van het beroep
Gedeeltelijk in de wet
Verwachtingspatroon overheid en de
burger
In ENGE ZIN: eerlijk en nauwgezette
ambtsbeoefening (art. 47 OWN) waarvan de basis
de eed is.
De eed wordt afgelegd voor de rechtbank (art. 47
Eed (locaties) OWN) en op de eerste algemene vergadering van
het genootschap (art. 1, lid 3 DC).
Belofte tot naleving van de wetten en grondwet Houdt in dat hij zich niet buiten / naast de wetten
zal stellen. Niet enkel de bepalingen die
rechtstreeks op hem van toepassing zijn, maar
alle wettelijke bepalingen waarmee hij
geconfronteerd wordt moeten correct worden