- Het hart: anatomie
o Het hart = de pomp
o De Bloedvaten = de brandstof leidingen
o Het bloed = De brandstof
o De cellen = de motor / functionele eenheid met brandstof behoefte
o Grote bloedvaten
Arteriën
Venen
o Kleppen
o Kamers
o Voorkamers
o Scheidingen
o Weefsel laagjes
o Prikkelgeleidend systeem
o
, o
- De bloedvaten: anatomie
o Venen
Diepe en oppervlakkige
Kleppen, spierpomp, inspiratie, diastole rechter atrium
Lage druk
Zuurstof arm
4-6mmHg centraal
80-85% van circulair volume
Vasodilatatie door nitraten of stikstof
o Arteriën
Elastische en gespierde arteriën
Meer spierweefsel en elasticiteit om bloed voort te stuwen
Hoge druk
Zuurstof rijk
120mmHg systole en 70mmHg diastole
15-20% van circulerend volume
Dilatatie door Ca+ antagonisten en nitraten
, Theoretische kader: cardiale cyclus
- Cardiale cyclus
o Elektrische activiteit
Ontstaan van de prikkel
Myocardcel vs pacemakercel
o Het hart werkt los van zenuwstelsel
o Eigen geleiding
Sinusknoop (60-70 BPM)
AV-knoop (50 BPM)
Bundels van His (30 – 40 BPM)
Vezels van purkinje (30 – 40 BPM)
o Pacemakercellen laten myocardcellen samen
trekken.
Hoe geven Pacemakercellen prikkels?
Actiepotentiaal
Door Na+ K+ & Ca2+
De cel is negatief geladen
Door instroom Ca2+ & Na+ = depolarisatie
= PRIKKEL!
Daarna repolarisatie = terug negatief
worden
Calcium & natrium gaat geleidelijk in de
cel trage depolarisatiefase
Plots is de drempel bereikt, het proces
versnelt depolarisatie
Repolarisatie door kalium reflux
Geen ‘rustfase’ met stabiele ‘lading’
Geen contractiefase
Refractaire periode
o Hartspiercel/myocardcel
Natrium komt cel binnen depolarisatie
Tijdens depolarisatie plateaufase met
calcium
Calcium zorgt voor contractie (mechanisch
antwoord op elektrische prikkel)
Kalium stroomt uit de cel
Repolarisatie
Terug naar rustpotentiaal & wachten op
nieuwe impuls van pacemakercel
Depolarisatie & repolarisatie
Beïnvloeden van de prikkel
Sympatisch systeem positief
Parasympatisch systeem negatief
Chronotropie = HF omhoog of omlaag
Inotropie = samentrekking van het hart remmen of
stimuleren
Dromotropie = doorgeleiding stimuleren/vertragen.