Course introduction & site design................................................................................................................................ 2
Principes & theoretische achtergrond.............................................................................................................................. 2
Sunshine & Sunlight............................................................................................................................................................2
Wind.............................................................................................................................................................................................2
Temperature............................................................................................................................................................................2
Precipitation............................................................................................................................................................................2
Humidity................................................................................................................................................................................... 2
Cultuur & geschiedenis............................................................................................................................................................. 2
Huidige praktijk............................................................................................................................................................................ 3
Site selection...........................................................................................................................................................................3
Solar Access.............................................................................................................................................................................3
Shadow patterns................................................................................................................................................................... 3
Site planning........................................................................................................................................................................... 3
Physical models..................................................................................................................................................................... 3
Wind & site design................................................................................................................................................................3
Detaillering...................................................................................................................................................................................... 3
Climate conceptualisation...............................................................................................................................................3
Climate design priorities.................................................................................................................................................. 3
Climate design parameters............................................................................................................................................. 3
Orientation...............................................................................................................................................................................3
Duurzaamheidsbeoordeling.................................................................................................................................................. 3
Stairs & elevating systems.............................................................................................................................................. 4
Energy in building.............................................................................................................................................................. 4
Project deliveries................................................................................................................................................................ 4
,begrippenlijst
sunlight = zonlicht
= deel van de elektromagnetische straling dat door de zon wordt uitgestraald en onze atmosfeer
bereikt, o.a. infrarood, zichtbaar licht, UV
- summer solstice = 21 juni = meest licht
- winter solstice = 21 dec = minst licht
solar irradiance = intensiteit van de zonnestraling
= hoeveelheid energie per m² van de zon in elektromagnetische straling in W/m²
- globaal gemiddelde = 164-340 W/m² over 24 uur
solar exposure - solar insolation - solar irradiation = zonnestraling
= hoeveelheid zonnestraling geïntegreerd over een bepaalde periode in J/m²
pyranometer
= meetapparaat dat solar irradiance meet , de intensiteit van de zonnestraling in W/m²
wind
= natuurlijke beweging van lucht en andere gassen relatief aan het aardopp
- thunderstorms - onweer = duurt 10 tal min
- local breezes - briesje = duur paar uur + komt door opwarmen van aard opp
- gale, storm, hurricane = duren even lang + verschil is sterkte
- global wind = komt door verschil in absorptie van zonne energie tussen klimaatzones op
aarde
- gust - windvlaag = plotselinge harde wind
- squall - bui = lange harde plotseling wind (1min)
anemometer
= meetinstrument om windsnelheid te meten in m/s
precipitation - neerslag
= een term die verwijst naar de vloeibare of bevroren vorm van water die uit de atmosfeer naar het
aardoppervlak valt. Het omvat alle vormen van water die uit wolken vallen en de grond bereiken,
- drizzle - motregen = kleine druppels < 0.5 mm
- rain - regen = druppel > 0.5 mm
- sleet - natte sneeuw - smelt sneeuw = sneeuw die smelt voordat ze de grond bereikt
- snow - sneeuw
- ice pellets - ijzel = bevroren regendruppels
- graupel - korrelhagel = zachte waterdruppels en sneeuw die aan elkaar kleven
- hail - hagel = ijsballen ontstaan in onweersbuien
pluviometer - rain gauge
= meet de hoeveelheid regen over een bepaalde periode in mm
snow gauge
= meet de hoeveelheid sneeuw over een bepaalde periode in cm
- de gesmolten sneeuw kan dan ook gemeten worden in mm
hygrometer
= meet de hoeveelheid vocht in de lucht aanwezig
- houdt rekening met temp, luchtdruk, massa, mechanische en elektrische veranderingen in
een stof wnr vocht wordt geabsorbeerd
,solar acces boundary - solar access
= bepaald hoe hoog omliggenden objecten mogen zijn zonder zonlicht te blokkeren
- wordt bepaald voor 21 dec van 9u - 15u
- solar access - zonne toegang is de mate waarin een perceel zonlicht kan blijven ontvangen
over de perceelgrens, zonder dat het wordt gehindert
flag lot
= vorm van een stuk grond waar een perceel achter een ander perceel ligt maar verbonden zijn aan
dezelfde straat
Stairs & elevating systems
looplijn - walking line
= de plaats op de trap waar wij geacht worden onze voeten te plaatsen
rechte steektrap - slede trap
= een trap die in een rechte lijn van de ene verdieping naar de andere loopt, zonder bochten of
draaiingen
- aan weerszijden 2 balken = twee wangen / slede / risers
- in het midden 1 balk = middenboom / central risers
bordestrap - landing stair
= en trap die voorzien is van één of meerdere platformen, ook wel bordessen genoemd, die dienen
als rustpunt of om van richting te veranderen
wenteltrap - winding stairs
= een trap die van boven gezien een halve cirkel of meer beschrijft, waarbij sprake is van een open
ruimte bij het middelpunt van de cirkel.
spiltrap
= een speciaal type van deze wenteltrap (met een as in plaats van de binnenboom
= een trap waarbij alle treden aan een centrale spil (een paal of as) vastzitten en in een spiraalvorm
naar boven of beneden lopen
midden voet
= afstand van een pas van een wandelenden volwassenen
- 57-63 cm
optrede - risers
= verticale afmeting + hoogte van een trede
aantrede - tread
= horizontale afmeting van een trede
trapneus - noising
= aantrede overlapt deels met de optreden, om de hiel plaats te geven om te draaien
vrije hoogte
= hoogte van het plafond tot de trap moet min 210 cm zijn
formule van blondel
- 2 * optreden + 1 * aantrede = 57-63 cm
elevator - lift
= zijn verticale transportmiddelen die ontworpen zijn om mensen of goederen te verplaatsen tussen
verschillende verdiepingen van een gebouw of constructie.
tractielift - MRL
- elektrische lift zonder machinekamer
= elektrische hijsmachine boven in de liftschacht die de liftkooi ophijst
piston / hydraulische lift
= verplaatsing van de kooi vindt plaatst dankzij de aanwezigheid van vloeistof onder druk
wanneer de kooi omhoog moet gaat de pomp draaien en de vloeistof komt onder druk te staan en
duwt de plunjer en kooi omhoog
elektrische lift
- met machinekamer
= met een elektromotor die een katrolsysteem aandrijft, bestaande uit kabels en een tegengewicht
, Energy in building
niet hernieuwbare energiebronnen
= stoffen die niet snel genoeg kunnen worden aangevuld in de natuur, vaak door menselijke
consumptie, en die uiteindelijk uitgeput zullen raken
= energie die wordt opgewekt door het verbranden van fossiele brandstoffen als aardgas, aardolie en
steenkool. Ook kernenergie wordt gezien als een niet erg nieuwbare vorm van energie
hernieuwbare energiebronnen
= natuurlijke bronnen die doorlopend worden aangevuld waardoor ze niet opraken
niet hernieuwbare energie
aardolie
1) geraffineerde olie als benzine / diesel = chemische
energie wordt omgezet in mechanische energie in de
motor
2) aardolie wordt verbrand → wordt warm
3) warmt water op = stoom
4) stoom drijft turbine aan → drijft generator aan = stroom
aardgas
1) aardgas wordt verbrand → wordt warm
2) warmt water op → er ontstaat stoom
3) stoom drijft turbine aan → drijft generator aan = zet
mechanische energie om in elektrische energie
nuclear fission
1) kern van een atoom wordt gesplitst → warmte energie
komt vrij
2) water wordt opgewarmd = stoom
3) stoom drijft een turbine aan → drijft generator aan = zet
mechanische energie om in elektrische energie
nuclear fusion
1) 2 atoomkernen worden aan elkaar gesmolten → warmte
komt vrij
2) water wordt opgewarmd = stoom
3) stoom drijft een turbine aan → drijft generator aan = zet
mechanische energie om in elektrische energie