FUNDAMENTEN VAN HET LEERPLAN ROOMS-KATHOLIEKE GODSDIENST
Kinderen helpen:
- Om te bouwen aan eigen identiteit
- Om te groeien naar een eigen en verantwoorde beslissing betreffende geloven en leven
- Dieper na te denken over de eigenheid van het christelijk geloof
- Kritische vragen te stellen en zinvolle antwoorden te formuleren omtrent geloof
Onderwijslandschap:
Gemeenschapsonderwijs (GO!)
o Door grondwet verplicht tot neutraliteit
Gesubsidieerd officieel onderwijs
o Open voor alle levensbeschouwingen
Vrij onderwijs
o Katholieke scholen
o Scholen van andere erkende godsdiensten (protestantse, joodse, orthodoxe, …)
o Erkende levensbeschouwelijke vakken:
Niet-confessionele zedenleer
Rooms-katholieke godsdienst
Islamitische godsdienst
Protestants-evangelische godsdienst
Orthodoxe godsdienst
Anglicaanse godsdienst
1.1 KORTE HISTORISCHE ACHTERGROND
Vroeger Nu
Boek bestond uit vraag en antwoord. Leerplan rooms – katholieke godsdienst
De lessen waren puur catechese. voor het lager onderwijs in Vlaanderen.
- In voege vanaf september 2025
- Gebaseerd op de visietekst van de
bisschoppen (1996)
- Integraal terug te vinden
Vroeger:
De christelijke leer
Catechismus = De korte inhoud van de christelijke leer
Christelijke leer = de leer die door Jezus Christus aan de wereld werd verkondigd en door de
Apostelen gepredikt, en die verder door de Kerk wordt onderwezen.
Noodzakelijkste onder alle leringen: het leert ons wat we moeten weten en doen om zalig
te worden
Alle mensen moeten de christelijke leer kennen en onderhouden:
Dit is de wil van God; anders kunnen zij niet zalig worden, en zelfs niet oprecht gelukkig
zijn in het leven.
Het moet geheel ons leven onthouden worden en we moeten trachten het altijd beter te
begrijpen.
Nu:
Leerplan rooms-katholieke godsdienst voor het lager onderwijs in Vlaanderen
In voege vanaf september 2025
Gebaseerd op visietekst van bisschoppen (1996)
Diversiteit
1
,1.2 KINDEREN IN EEN COMPLEXE WERELD
Kanttekening:
- De kerk verliest zijn macht mensen zijn zoekende waardoor het vormgeven van identiteit
moeilijker is
- De godsdienst van nu wil kinderen ondersteunen om zichzelf te vinden.
Vereist dynamische visie (toenemende verscheidenhied)
Vak godsdienst speelt ook in op ‘een uniek persoon zijn’, iedereen wil een eigen verhaal
hebben, met hun eigen geschiedenis
Verwacht grote professionaliteit van leerkracht
1.3 INTEGRATIE EN IMPACT
Lln. integreren op heel verscheiden wijze wat er in de lessen godsdienst wordt aangeleerd
Elke lln. maakt kennis met de eigenheid en rijkdom van de christelijke geloofstraditie
Door godsdienstles:
- Een eerste of vernieuwde kennismaking met christendom
- Christelijk geloof wordt verdiept of aangescherpt
1.4 EEN SCHOOLVAK
Opvoedingsproject van elke school: groeien als mens
o Uitdrukkelijk voor vak godsdienst
Groei als mens in christelijk perspectief
Kind niet in een richting sturen, maar elk kind vooruithelpen vanuit het
christelijk verhaal
Godsdienst = deel van geheel van basisvorming
Kind in totaliteit: hoofd-hart-handen-geest
Kennen, kunnen en zijn
Groeien in kennis, vaardigheden en attitudes
Verrijkende en verrijkende resultaten
Niet alleen kennisoverdracht
1.5 DOEL VAN HET VAK GODSDIENST
Langdurig proces van zinzoeken
o = het stimuleren van de levensbeschouwelijk-religieuze groei van elk kind, ongeacht de
traditie waarin het staat
Vb. van moslim een betere moslim maken, van christen een betere christen maken
o = kinderen helpen
Kennismaking met christendom
o Rekeninghouden met beeldvorming: openheid
o Interesse wekken voor gelovige benadering in christelijke boodschap een rijke bron
van leven vinden
Communicatieve vaardigheden ontwikkelen
o Leren nadenken over de eigenheid van het christelijk geloof, hierover kritische vragen
stellen met zinvolle antwoorden
1.6 INHOUD VAN HET VAK GODSDIENST
Essentiële elementen van het christendom aanreiken voor zover ze van betekenis kunnen zijn voor
hen.
Ervaringen van de leerlingen = identiteit/leerling
o Ervaringen van mensen staan centraal in de Bijbelverhalen
2
, o Geven betekenis aan het leven
Christelijk geloof als lichtbaken = christelijk geloof/traditie
o Kennis maken met Jezus, en wat het betekent voor christenen om te leven in de kracht
van de Geest die Jezus bezielde
o Jezus heeft Gods liefde voor de mens en wereld zichtbaar gemaakt.
o Jezus kennen in zijn liefde, dienstbaarheid, verkondiging, voorkeurliefde voor armen en
kleinen, in zijn bijzondere levenseinde
Gesprek met andere godsdiensten en levensbeschouwingen: DIALOOG = pluraliteit/context
o Zo de levensbeschouwelijke kleur van jezelf en andere ontdekken
Drie perspectieven (=nieuwe leerplan)
o Integrale benadering (2e jaar) Identiteit/
leerling Christelijk
Pluraliteit/ geloof/traditie
context
1.7 EEN COMMUNICATIEPROCES
Communicatie = noodzakelijk, een methode, een aanpak en de inhoud van het leerproces
Voorwaarde = vertrouwen
Wisselwerking: woord (lln.), woord (lkr.) en het Woord (christelijke traditie)
o Bevordert het verwerven van nieuwe kennis, vaardigheden en attitudes bij lln.
Belang van DIALOOG tussen leerlingen onderling
Voorbeeld van interreligieuze dialoog (= in gesprek gaan met andere godsdiensten)
Christendom = de gemeenschappelijke taal tijdens de dialoog: daarin laat je andere
godsdiensten aan bod komen
Voorbeeld: christenen vasten en jij bent moslim. Zie jij gelijkenissen? Mag botsen: geloven
is botsen en zoeken.
Als totale persoon deelnemen: hoofd, hart en handen iedere pers. heeft op een eigen manier
een inbreng vanuit hun persoonlijke opvattingen en ervaringen.
Ingaan op die inbreng van de lln. door te verduidelijken wat christelijk geloven KAN
betekenen voor kinderen en volwassenen.
Inhoud van godsdienstles is gebaseerd op het christelijk verhaal (= het Woord).
1.8 ACTIEVE DEELNAME
Godsdienst ≠ alleen kennis ook ruimte voor beleving en actieve participatie
1.9 EEN MOEILIJKE DUBBELE OPDRACHT
Belang van authenticiteit!
o Belangrijk jezelf kwetsbaar op te stellen
o Jezelf niet verstoppen, kom uit voor wie je bent
o Opnieuw ontdekken wat geloven in deze tijd betekend professionaliteit uitbouwen
o Je moet authentiek zijn vanuit het christelijk geloof en dus niet neutraal
Moeilijkheden:
o Aandacht en respect hebben voor levensbeschouwelijke diversiteit
o Kinderen helpen de confrontatie aan te gaan met geloofsinhouden van andere tradities
en levensbeschouwingen
o Kinderen daarbij ondersteunen en stimuleren
o Aandacht hebben voor lln. die minder behoefte hebben om zich te engageren op
levensbeschouwelijk-godsdienstig vlak
Stoeltjes model
o Kleuren = verschillende lln. = diversiteit
o Over de christelijke visie in gesprek vragen: ‘wat kan dit in je eigen leven betekenen?’
o Leerkracht in midden moet niet neutraal zijn, maar authentiek vanuit het christelijk
verhaal
3
, o Lkr. Op de stoel = getuigen vanuit christelijk verhaal, christelijk verhaal brengen vanuit
jezelf vb. ‘ik als christen geloof dat …’
o Lkr. Achter de stoel = ergens niet achterstaan vb. ‘christenen geloven dat ...’ (mag niet
altijd)
Belangrijk: christelijk verhaal niet verkondigen als ‘de absolute waarheid’, maar
zeg dat het draait om geloven
o Gsm-functie leerkracht:
Getuige = je zit op de christelijke stoel (ik als christene)
Specialist = de inhoud die je meegeeft moet juist zijn (jij bent de specialist)
Moderator = jij bent de gespreksleider (juiste vragen stellen, hen prikkelen om
in gesprek te gaan)
o Communicatief
o Hermeneutisch
= bijbel lezen vanuit een niet letterlijke bril, maar vanuit de hedendaagse
betekenis en door symbolische bril + de verschillen in het christendom
Verhaal naar realiteit van vandaag brengen
Zo: elk kind laten kennis maken met christelijke visie & ervaringen naar boven brengen
2. HET KIND IN ZIJN LEVENSBESCHOUWELIJKE EN RELIGIEUZE GROEI
2.1 GELOVEN IS EEN PARTICIPATIEF GEBEUREN
Geloven ≠ los van de gehele persoon
Geloven = participatie geloof
o Kinderen gaan deelnemen aan geloof
Aan geloof van volwassenen
Beperkte cognitieve ontwikkeling
Geloven vaak wat er letterlijk staat
Rituelen zijn belangrijk voor de kinderen: groepsidentiteit
4