BIOLOGIE (14-102)
H1: DE CEL ALS BASISEENHEID VAN HET LEVEN
Prokaryoot
- Eencellig organisme
- Geen celkern (DNA in de nucleoid)
- Geen memebraangebonden organellen
- Celwand uit peptidoglycaan
- Polysacharide casule (overleving, aanhechting) ➔ virulentiefactor
Eukrayoot
- Meercellige organismen
- Celkern (nucleolus + Chromatine + nucleaire enveloppe = celkern)
- Membraangebonden organellen (afgesloten door fosfolipidendubbellaag)
o Celkern (regelcentrum van de cel)
o Mitochondria (aerobe dissimulaite + ATP productie)
o Chloroplasten (uitvoering van fotosynthese, omzetting lichtenergie in chemische energie)
o Ruw Endoplasmatische reticulum (eiwitproductie bestemd voor transport/secretie)
o Glad Endoplasmatische reticulum (Lipidenproductie betrokken bij ontgiftiging)
o Golgi-apparaat (bewerkt, sorteert en verpakt eiwitten/lipiden voor transport)
o Lysosomen (hydrolytische verteringsenzymen voor afbraak van stoffen en organellen)
o Peroxisomen (oxidatieve afbraak van vetzuren en gidtige stoffen)
o Vacuolen (opslag van water, ionen, afvalstoffen en handhaving van turgordruk in de cel)
DUBBELMEMBRAAN-organellen
ENKELMEMBRAAN-organellen
,Leerstofoverzicht 2026
H2: DE EUKARYOTE CEL: bouw en functie van de celorganellen
H2.1: lichtmicroscopische bouw van dier- en plantencel
Lichtmicroscopen hebben een resolutie van 200 nm. Hiermee zijn volgende structuren zichtbaar:
- Plantencel: celwand, celmembraan, cytoplasma, vacuolen, nucleus en chloroplasten
- Dierencel: celmembraan, cytoplasma en nucleus
H2.2: elektronenmicroscopische bouw van dier- en plantencel
De kern
Dubbel memembraanstructuur bij eukaryote plantencellen én dierencellen.
Plaats van:
- DNA-replicatie
- DNA transcriptie
Erfelijkheidsmateriaal in de vorm van chromatine (DNA + Histonen) tijdens INTERFASE en actieve deling.
HETEROCHROMATINE EUCHROMATINE
- Donker gebied - Lichter gebied
- Extra opgevouwen (meer proteïne) - Minder opgevouwen (minder proteïne)
- INACTIEF - ACTIEF
Kernlichaampjes (Nucleoli) opgebouwd uit DNA, RNA en proteïnen ➔ aanmaak RNA
Plastiden
Dubbelmembraanstructuur bij eukrayote plantencellen.
LEUKOPLASTEN Zetmeelopslag, korrelvormig en kleurloos
CHLOROPLASTEN Bladgroenkorrels, dubbel membraan rond het
stroma. Het inwendig membraan vertoont
thylakoide instulpingen met membraanzakjes, de
grana. In het memebraan van de grana zitten
chlorofylmoleculen verantwoordelijk voor de
fotosynthese binnen de chrloroplast
CHROMOPLASTEN Korrelvormig, met pigmentgevulde plasten.
Chloroplasten kunnen omgezet worden tot
chromoplasten naargelang de fase van de plant.
(VB: tomaar rijpt van groen naar rood)
,Leerstofoverzicht 2026
Mytochondriën
Dubbelmembraanstructuur bij eukraryote plantencellen én dierencellen.
Inwendig memebraan vertoont instulpingen – Cristae – ter oppervlaktevergroting.
Mitochondriën en Chloroplasten hebben een buitenste memebraan (eukaryote structuur) en een
binnenste membraan (prokaryote structuur). Er wordt uitgegaan dat Mitochondriën en Chloroplasten
eerst zelfstandige prokaryoten waren die endosymbiose met eukraryote cellen zijn aangegaan.
Endoplasmatisch reticulum
Het endoplasmatisch reticulum vormt een netwerk van cysternae; afgeplatte, met membraan omgeven
holtes betrokken bij eiwit- en lipidesynthese.
RUW-ENDOPLASMATISCH RETICULUM In verbinding met het kernmembraan, bevat
risbosomen. Opslag van nog niet afgewerkte
proteïnen die later dmv transportblaasjes naar het
Golgiapparaat gevoerd worden ter nabewerking.
GLAD-ENDOPLASMATISCH RETICULUM Niet in verbinding met het kernmembraan, bevat
geen ribosomen. Betrokken bij de vorming van
vetzuren en fosfolipiden binnen steroïde
synthetiserende cellen. Fungeert in spiercellen als
Ca+ opslagplaats.
, Leerstofoverzicht 2026
Golgi-apparaat
Membraansysteem bestaande uit een stapel afgeplatte zakjes – Cisternen – begrenst door een
enkelvoudig membraanstructuur. Hier vindt de bewerking van de proteïnen – afkomstig van het RER –
plaats door enzymen. De afgewerkte proteïnen worden dmv golgiblaasje extracellulair getransporteerd
en/of ingebouwd in het celmembraan.
Lysosomen & peroxisomen
LYSOSOMEN Enkelmembraan Golgiblaasjes met als functie
opruiming en afbraak van afvalproducten in de cel
dmv hydrolytische enzymen.
- Autofagie (eigen celonderdelen)
- Heterofagie (extracellulaire onderdelen)
- Fagocytose (vorm van heterofagie waarbij
grote deeltjes worden opgenomen)
PEROXISOMEN Enkelmembraan Golgiblaasjes met als functie de
cel beschermen van toxische stoffen (H2O2) door
oxidatieve afbraak.
Ribosomen
Membraanloze structuren opgebouwd uit rRNA (ribosomaal RNA) en proteïnen die los in het cytoplasma
voorkomen én gebonden aan het RER.
Opgebouwd uit een grote en kleine subeenheid. Groepen Ribosomen heten Polysomen.
Verantwoordelijk voor de eiwitsynthese binnen de cel. Cellen die veel eiwit produceren, bevatten veel
ribosomen (kliercellen)