Hoofdstuk 1: terreinverkenning
1.1 Korte historiek
- Filosofie (sinds er mensengeheugenis)
- Babybiografieën
o 18de/ 19de eeuw
o Gedrag eigen kinderen bekijken (Darwin)
- Objectieve wetenschap
o Enquêtes
o Statistische methodes werden ontwikkeld
- Levenslooppsychologie
o Bestudeert elke levensfase
1.2 start indeling in fases
1.3 Factoren die de ontwikkeling sturen
1.3.2 Impact van de omgeving
- Ecologische systementheorie (Bronfenbrenner)
o Microsysteem
o Mesosysteem
o Exosysteem
o Macrosysteem
o Chronosysteem
1.3.3 Interactie tussen erfelijkheid en milieu
- Erfelijkheid = nature (Darwin) endogeen
o Bv. Oogkleur, bloedgroep, …
- Omgeving = nurture (Lock) exogeen
o Bv. Taal, opvoeding, …
- Zelfbepaling?
o Bv. Studiekeuze, grenzen stellen, …
1
,1.4 enkele algemene ontwikkelingstheorieën
1.4.1 De psychosociale identiteitstheorie van Erik Erikson
Basisbegrippen en algemene inhoud
- Erikson deelt de levensfases in, in 8 fases
Levensfase Kernconflict
Baby Vertrouwen vs wantrouwen
Peuter Autonomie vs schaamte/twijfel
Kleuter Initiatief vs schuld
Lagere schoolkind Vlijt vs minderwaardigheid
Adolescent Identiteit vs identiteitsverwaring
Jongvolwassene Intimiteit vs isolement
Midden volwassene Generativiteit vs stagnatie
Late volwassene/oudere Integriteit vs wanhoop
Positieve pool: Het succesvol overwinnen van de taak leidt tot een gezonde ontwikkeling
en een positieve eigenschap.
Negatieve pool: Het falen of het niet goed oplossen van de taak leidt tot een negatieve
eigenschap of een psychologisch probleem.
Kernconflicten:
1. De babytijd
- Nood aan voeding en comfort
- Is mijn wereld veilig?
2. De peuterjaren
- Zindelijkheidstraining, leren aankleden
- Kan ik dingen zelf doen of heb ik andere altijd nodig?
3. De kleuterjaren
- Exploratie en spel
- Ben ik goed of ben ik slecht?
4. Schoolperiode
- School en activiteiten
- Hoe kan ik goed zijn?
5. Adolescentie
- Sociale relaties en identiteit
- Wie ben ik en waar ga ik heen?
6. Jongvolwassenheid
- Intieme relaties
- Ben ik geliefd of gewenst?
2
, 7. Midden volwassenheid
- Werk en ouderschap
- Voorzie ik iets van echte waarde?
8. Ouderdom
- Reflectie over het leven
- Heb ik een vol leven geleid?
Samenvatting tabel (kennen en toepassen op examen):
Een korte evaluatie (Erikson)
3
, 1.4.2 De cognitieve ontwikkelingstheorie van Jean Piaget
- Basisbegrippen van de theorie
o Inhoud en functie van intelligentie
o Schema’s (= mentale constructie dat een kind doorloopt om tot een
oplossing te komen)
o Twee aangeboren tendensen/vaardigheden:
1. Adaptatie
1.1 Accommodatie
= het aanpassen van bestaande denkschema’s
1.2 Equilibrium
= op elkaar afstemmen, waardoor de schema’s en de structuren
soepel aangepast kunnen worden aan eventuele wijzigingen in de
situatie (evenwicht)
1.3 Assimilatie
= het invoegen van nieuwe situatie/inhoud in bestaande schema’s
1.4 Disequilibrium
= fout
2. Organisatie
= onderling samenvoegen van uiteenlopende schema’s om ze te integreren
tot een meer complexe structuur
Globaal overzicht van de ontwikkeling:
- 0 – 1,5j: sensorisch stadium
- 1,5 – 7j: pre-operationeel stadium
- 7 – 12j: concreet-operationeel stadium
- 12j +: formeel-operationeel stadium
Een korte evaluatie (piaget)
4