Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 15 pagina's
Overig

Begrippenlijst Observeren en Rapporteren 25-26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 15 pagina's

18/20 behaald, begrippenlijst voor het vak observeren en rapporteren. aangevuld door boek en powerpoints. handig om mee te nemen tijdens het examen.

Voorbeeld van de inhoud

lOMoARcPSD|62989001




Hoofdstuk 1

Kritisch denken =Vermogen om zelfstandig te komen tot weloverwogen en beargumenteerde afwegingen,
oordelen en beslissingen. Hiervoor zijn denkvaardigheden nodig → informatie niet zonder meer
accepteren Je redeneert en reflecteert voordat je een standpunt inneemt of een besluit neemt
hoe te handelen en dat je kunt verklaren waarop dat standpunt/ besluit is gebaseerd

Wat betekent het meestal?
→ Onderscheiden, actief (vaardigheid), waarnemen, verstandig oordelen, niet zomaar
aanvaarden wat er gezegd wordt, argumenteren, redeneren, onderzoeken, schept afstand
tegenvoer emoties, creëert verruimde denkwijze, vragen stellen, destructief, out of the box
denken
beeldvorming = Datgene wat we als mens leren over andere mensen in de mensengemeenschap waarin we
leven, krijgt vorm en inhoud in een proces van co-regulatie. Door wat anderen ons over
medemensen vertellen in de manier waarop zij met ons over anderen praten, vormen we ons
een beeld van deze mensen.
- Kent verschillende lagen door invloed van allerlei factoren in de werkelijkheid
- Mening vormen
- Referentiekader speelt een grote rol - Wat persoon zelf laat zien.
- Bestaat uit waarnemen en observeren
Waarnemen = het ontvangen van signalen uit de omgeving. Dit doen we met de zintuigen, maar er kunnen
menselijke fouten optreden die leiden tot meningsverschillen. Voortdurend opnemen van
prikkels maar met een selectie (niet alle prikkels dringen tot ons door).
Alle geluiden, geuren, proeven, al uw zintuigen werken maar je bent die niet aan het
selecteren.
→ Persoonlijke voorkeur gaat hier vaak ook een rol in spelen (meer vanuit eigen
referentiekader denken)
Gevoelens = sterk bepalend -> hetgeen dat je graag ziet, ga je sneller zien. -> We zien wat we
verwachten te zien.
!! Is een PROCES en doe je ALTIJD

Observeren (p14) = je bent je ervan bewust, zorgvuldig & aandachtig kijken naar verschijnselen met bedoeling om
iets te weten te komen. (waarnemen maar dan met en doel). Iets waarnemen met een doel.
Doel geeft richting aan de interpretatie van waarneming.
 Systematisch, gericht en planmatig
 Objectief mogelijk
 Signaalgevoelig
 Informatieverwerkingsproces waarbij bewust en gericht betekenis wordt gegeven aan
stimuli die we waarnemen.
2 belangrijke aspecten
 Situatie waarin je waarneemt
 Jezelf als ontvanger van de waarneming
2 soorten observatie
Subjectieve observatie (p17)
 gericht waarnemen en interpreteren vanuit eigen gedachten en gevoelens zodat er een
heel eigen mening gevormd wordt.
Objectieve observatie (p17)
 Men stelt feiten vast en koppelt er geen mening aan.
Het tussenmenselijke = mens is niet gemaakt om eenzaam te leven -> daarom zijn er gemeenschappen.
(p18)  noodzakelijke om je als mens te richten op de medemens
 communicatie !! -> info uitwisselen over de werkelijkheid  elkaar aanvoelen en
begrijpen
Hoe meer je elkaar begrijpt (=gedeeld begrip) en meer we dezelfde
betekenis geven aan zaken, hoe meer onze werkelijkheid overeen zal
komen, hoe sterker de klik tussen u en de ander zal zijn. Mede door
het gedeeld begrip zullen we beter k communiceren en dit heeft een
gunstig effect op het tussenmenselijke. Hoe groter de
tussenmenselijke klik tussen onze, hoe meer we elkaar zullen
aanvoelen en begrijpen.

, lOMoARcPSD|62989001




Referentiekader v/d = bestaat uit 3 lagen
beeldvorming (p15) 1. Culturele laag
- bestaat uit cultuur
- gezamenlijke waarden en normen
- duidelijk normatieve gedragsregels
- tussenmenselijke verhoudingen
- cultureel kapitaal = gedeeld begrip
2. Laag van de sociale groep
- ≠ sociale netwerken
- elke subcultuur brengt een eigen beeld van mens mee
- mensen maken deel uit van ≠ sociale netwerken
- plaats en setting waarin je bent, zijn medebepalend voor beeld van de mens
(verpleegster spreekt anders thuis dan op haar werk)
3. Individuele laag
- eigen persoonlijkheid, mensenkennis, vroegere ervaringen
- bevat subjectiviteit  moeilijk om afstand te nemen van jezelf en van je eerste
indruk


Co-regulatie (p19) = richten op de andere en samen een plan maken, interactieproces aanpassen aan elkaar, op
elkaar afstemmen. als dit er niet is = kwalitatief slechte co-regulatie, bij mislukking ga je oorzaak
bij ander leggen en pas daarna naar jezelf kijken, afstemming en aanpassing/ actie en reactie
 in spelen op elkaar = co-regulatief proces
 sociaal-emotionele vaardigheden nodig
 afstemming met ander nodig in spannende, enge, nieuwe en andere dergelijke
situaties
1. zelfregulatie van emoties = het zelf kunnen regelen van je gevoelens en emoties,
zodat je je weer comfortabel voelt.
2. Co-regulatie van emoties = met hulp van een ander regelen/handelen van je
gevoelens en emoties zodat je je weer comfortabel voelt.
 co-regulatie kan van hoge tot lage kwaliteit zijn maar is er altijd! Van hoge kwaliteit
geeft veel gedeeld begrip over werkelijkheid en heeft daarmee veel grip op
werkelijkheid.
Relational frame Theory = gaat ervan uit dat mensen in staat zijn om verbanden te leggen.
Schaduwzijde = als mensen eenmaal een regel geleerd hebben over de consequentie van
(p19) gedrag zullen ze dit blijven hanteren (moeilijk af te leren) ook wanneer deze niet van toepassing
zijn.
Besluit: als mensen leiden we verbanden af, leren en maken we regels waar we naar gaan
leven alsof ze de werkelijkheid zijn.
= vaak gedeeld begrip tussen mensen en doorgegeven door taal
Niet hetzelfde als ons persoonlijk referentiekader, maar maken er wel ! deel van uit.
Spontaan verbande leggen tussen zaken zonder uitleg
afgeleid leren
Frames helpen ons om met omgeving om te gaan en stemmen onze reacties en gedrag
daarop af.
Gezond verstand (p20) = vermogen dat je hebt om goed en helder na te denken, om over bepaalde zaken te beslissen
of oordelen.
Gebruik maken van denkvermogen (kritisch denken) -> veel mensen laten liever andere
mensen denken of beslissingen nemen voor zich.
Leren om andere aan te voelen en begrijpen en daarop reageren: gedrag is dan responsief
gedrag
-> eerste levensjaren kind gericht op ik -> daarna leren ze dat wensen en verwachtingen niet
helemaal gelijk zijn met die van anderen.
Tussenmenselijk: leren zich in ander verplaatsen
Responsief gedrag: leren de ander aanvoelen en begrijpen  is deel van de menselijke
vaardigheden die voor gedragsobservaties onontbeerlijk is.
Relational frame en kritisch denken:
Relational frame= wij als mensen in staat zijn om cognitieve verbanden te leggen. Deze
gebeuren vanzelf, zonder wij hier controle over hebben. Dit maakt dus dat we hier niet rationeel
k over nadenken waardoor deze verbanden subjectief zijn.
Kritisch denken: beetje het tegenovergestelde. We stellen ons vragen bij de bron, de
boodschap en de inhoud van informatie. We denken hierover na, doen overwegingen en we
gaan informatie niet zomaar als waarheid aannemen.
Maar we kunnen stellen ook al heb jij als mensen een extreem goed vermogen om kritisch te
denken, nog steeds ben je niet 100% objectief. Dit komt door die relational frame, we hebben

, lOMoARcPSD|62989001




hier geen vat op en toch kleurt dit onze waarneming waardoor we dus niet kunnen stellen dat
we altijd objectief zullen denken. Je kan u natuurlijk wel vragen stellen bij bepaalde
waarnemingen waardoor je kritischer gaat kijken en waardoor je meer bewust bent van je
vooroordelen. Maar de mens is niet in staat om 100% objectief te denken ten gevolge van
relational frames


Stappenplan observeren = tussen observeren en rapporteren heb je nog het interpreteren (vertaalslag). Hetgeen dat je
en rapporteren (p21) gaat observeren, wordt geïnterpreteerd. Het vastleggen van wat wordt waargenomen =
rapporteren.
Macht en onmacht (p22) = Als je observeert ben jij degene met macht over iemand want de persoon in kwestie had hier
niets over te zeggen
 Machtsongelijkheid
 Bewust mee omgaan
 gedeeld begrip= zelfde betekenis aan iets geven, geeft mogelijkheid om samen
werkelijkheid te lijf te gaan.

Link gedeeld begrip en machtsongelijkheid
Degene die iemand observeert h meer macht omdat die over de persoon een verslag schrijft
waar die geen inspraak in/over h. -> cliënt afhankelijk v observator. Als we spreken van
machtsongelijkheid komt dat gepaard met een laag gedeeld begrip. Als ik dan verder redeneer
kan ik co-regulatie hier ook aan koppelen. Hoe meer machtsongelijkheid, hoe lager uw gedeeld
begrip en hoe minder je aan co-regulatie doet omdat je je niet op elkaar afstemt aangezien de
begeleider meer macht h. We zien ook dat zorgverleners vaak woorden geb die cliënten ni
begrijpen en vaak durven ze dit ook niet te zeggen. -> gedeeld begrip nodig zodat ze elkaar
gelijkwaardig benaderen en we niet in de valkuil van die machtsongelijkheid vallen. Als we meer
gedeeld begrip h ontstaat er een echte dialoog over de feiten en dit werkt gunstig om een doel
op te stellen vr de cliënt waar die toch genoeg inspraak h. Hoe meer we elkaar begrijpen, hoe
meer we elkaar gelijkwaardig zullen benaderen. Gedeeld begrip h ook een effect op de sociale
cohesie. Hoe meer gedeeld begrip, hoe groter de sociale cohesie tussen mensen, sociale
groepen en cultuur. Ben jij een begeleider en begeleid je een cliënt met = cultuur, dan zal jouw
gedeeld begrip automatisch groter zijn. Andersom werkt dit dus ook zo. Verder beïnvloeden we
mensen hun leven blijvend door te observeren, interpreteren en rapporteren en ook hier
hebben ze geen zeg in.

Hoofdstuk 2

Selffulfilling prophecy = als ik iets denk, ga ik me hiernaar gedragen en daardoor wordt mijn voorspelling waar.
 Bij dossiers, iemand denkt dat een cliënt gevaarlijk is en als die dan 1 keer sjot gaat
(p27) die ook denken ‘ohnee die is gevaarlijk’.

, lOMoARcPSD|62989001




Beroepsmatig = opgebouwd uit 3 elementen
Praxis: gaat om het alledaagse bestaan -> cultureel en sociaal kapitaal van mensen
beoordelen (p31) je bent hier altijd deel van
je eigen werkelijkheid
belangrijk eigen valkuilen kennen
opdelen in 3 lagen:
• Persoonlijke intuïtie: gezond verstand
• Collectieve intuïtie: het cultureel kapitaal
• Vuistregels: ongeschreven gedragsregels, het sociale kapitaal
 alle 3 samen = het natuurlijk referentiekader
Emotie: je eigen betrokkenheid bij gebeuren
afstand en nabijheid
bewust zijn van eigen emoties
ook hier weer de 3 lagen zoals bij praxis
• persoonlijke intuïtie: je eerste indruk en het eerste gevoel dat je erbij hebt
• het sociaal kapitaal: gezamenlijke vuistregels: die sla je ergens op en
gebruik je in je gedrag ten opzichte van anderen.
• cultureel kapitaal: de collectieve intuïtie. In ≠ culturen ga je op ≠ manieren
met gevoelens om. Uitingen van gevoelens zijn ook allemaal verschillend.
kennis: verantwoord handelen is professioneel als het gebaseerd is op kennis, mechanismen
en methodieken.



Professionele plaats van = beroepsmatig handelen volgt altijd een proces -> procesmatig handelen
observatie (p34)
Voorbeeld:
• Situatie: demente vrouw in WZC + gedragsproblemen +desoriëntatie + mentaal moeilijk
• Analyse: als begeleider nadruk leggen op volwaardig contact tussen moeder en dochter
• Interventiemogelijkheden: geheugentraining + individuele gesprekken voeren
• keuze: geheugentraining
• Actie: foto’s van vroeger, verhalen van vroeger
• Effect: terug herkennen van dochter + wordt terug aardiger
• Evaluatie: de vrouw herkent dochter en is dus liever en dat is goed voor de dochter maar
zelf heeft ze het nog altijd moeilijk.


Analyseren (p34) = inleven hoe die cliënt zich voelt
Vraag: onderzoeksvraag kunnen creëren om tot een aanbod te komen
Relatie: hoe ga je dat dan aanpakken met jullie 2, begeleider en cliënt
Aanbod: wat ga je nu effectief doen

hoofdstuk 3

Interpreteren (p38) = betekenis geven, zin geven vertalen van werkelijkheid naar begrippenkaders en
overdraagbare beschrijvingen !! veronderstellend !! (je gaat in de ander jezelf zien waardoor je
een stukje van jezelf waarneemt)

Verschillende lagen die observatie kunnen beïnvloeden
Culturele (maatschappelijke) laag: politieke partijen, de maatschappij waarvan je deel
uitmaakt.
Sociale laag: in welke laag van bevolking ben je geboren
Individuele laag: voor iedereen anders, afhankelijk van wat je hebt meegemaakt.

Interpreteren kun je vanuit:
je eigen mensenkennis
je lichamelijke gesteldheid: je interpreteert de lichaamshouding en gelaatsuitdrukking van de
ander vanuit een totaalkader
je eigen voorkeur
je eigen vooroordelen
je eigen normen en waarden.

Documentinformatie

Geüpload op
11 juni 2026
Aantal pagina's
15
Geschreven in
2025/2026
Type
Overig
Persoon
Onbekend
€6,56

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
2
Volgers
0
Items
9
Laatst verkocht
1 week geleden




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen