inleiding
Economisch determinisme Stelt dat veranderingen in economische
factoren of relaties de basis vormen voor
evoluties op maatschappelijk en politiek
vlak
eurocentrisme Het beklemtonen van Europese en meer
in het algemeen westerse ideeën, zonder
rekening te houden met de invloeden
van andere culturen
Ecologische validiteit De mate waarin onderzoeksbevindingen
ook gelden voor het alledaagse leven
fysiologie Onderdeel van de biologie dat de
werking en de functies van het lichaam
bestudeert. Voor het ontstaan van de
psychologie is vooral fysiologisch
onderzoek naar de werking van de
zintuigen belangrijk
Geschiedschrijving
historiografie De geschiedenis en de methodologie van
geschiedschrijving
Homo economicus Mensbeeld dat de mens voorstelt als een
wezen dat gericht is op het bevredigen
van zijn eigen behoeften op een zo
efficiënt mogelijke wijze
Instrumentalistische visie Visie die stelt dat wetenschappelijke
theorieën nuttige instrumenten zijn voor
het verklaren en voorspellen van
fenomenen maar daarbij niets kunnen
zeggen over het al dan niet bestaan van
niet-observeerbare eigenschappen
Linguïstisch determinisme Taal bepaalt ons denken en heeft
daarmee een invloed op hoe we de
werkelijkheid percipiëren
Great men view visie van de grote figuren, zowel mannen
als vrouwen maar het waren vooral
mannen
matteuseffect Bekende wetenschappers krijgen meer
krediet
Matilda-effect Prestaties van vrouwen worden minder
geciteerd of onterecht worden
toegeschreven aan mannen (zij die al
weinig hadden, krijgen nog minder)
Teleologie = doelmatigheidsleer, de opvatting dat
ieder verschijnsel op een doel gericht is
anachronisme Een inbreuk op de chronologie van
toestanden of gebeurtenissen (bv. Een
ridder in de middeleeuwen die op een
polshorloge kijkt)
Essentialistische visie op emoties Emoties hebben telkens dezelfde
eigenschappen
MINE Emoties gezien als Mental, Inside the
, person en ‘Essentialist
OURS Emoties gezien als OUtside the person,
Relational en Situated=emoties kunnen
verschillende vormen aannemen
naargelang de situatie waarin ze
optreden (vaak bij niet-westerse
culturen)
De renaissance
secularisering = verwereldlijking/religieuze
ontvoogding, loskomen van de kerkelijke
autoriteit en/of van een louter religieus
wereldbeeld
humanisme Wordt pas in 19de eeuw bedacht voor
deze stroming in tijde van renaissance,
filosofische en etische opvatting die de
menselijke vrijheid en de kracht van de
menselijke rede beklemtoont
Sociale mobiliteit Verandering in positie op sociale ladder
schisma Opsplitsing van een organisatie in
minstens 2 verschillende kampen
seculier = wereldlijk, iets of iemand heeft niets te
maken met godsdienst of met de kerk
etiquette Het geheel van beleefdheidsregels en
omgangsvormen, waarbij men zijn
gedrag aanpast aan de situatie of de
eigenheid van de ander
inquisitie Rechtbank van de katholieke kerk die
mensen opspoort, ondervraagt en
bestraft die er een andere mening op na
houden
predestinatie Goddelijke voorbeschikking of
uitverkiezing
dogma Onbetwistbare stelling
index Lijst van verboden boeken die door paus
is vastgelegd
scholastiek Zoeken naar God vanuit de rede
mystiek Zoeken naar God vanuit de persoonlijke
ervaring
Axiomatisch systeem Formeel systeem waarbij resultaten
worden afgeleid uit een reeks van
vooropgestelde basisprincipes of
axioma’s. Die afleiding noemt deductie
atomisme Natuurfilosofie die veronderstelt dat de
fysieke wereld bestaat uit fundamentele,
kleine componenten, die atomen worden
genoemd
Camera obscura Donkere kamer of doos met aan één kant
een klein gaatje waardoor het licht wordt
geprojecteerd op de andere kant, waarbij
voorwerpen van buiten de kamer
omgekeerd zijn afgebeeld
Geocentrisme Aarde is het middelpunt van het heelal
heliocentrisme Zon is het middelpunt van het heelal
epicycle Planeten draaien niet enkel in grote