Visueel Comfort – Deel 1
Op basis van de officiële leidraad
OPO22 Comfort | Bachelor Architectuur
N. Moenssens | 2024
Bevat enkel de leerstof die volgens de leidraad gekend moet zijn
,1. Licht en de Mens
1.1 Fysiologische en Psychologische Aspecten (min. 2 kennen)
Aspect Type Uitleg
Ruimte-tijdoriëntatie Fysiologisch Zonder licht raken mensen gedesoriënteerd; veilige
voortbeweging wordt onmogelijk
Circadiaan ritme Fysiologisch Afwisseling licht/donker regelt slaap-waakritme, motoriek en
hormonale activiteit (~24u)
Cortisol Fysiologisch Stresshormoon; aangemaakt bij blauw ochtendlicht; levert
energie en concentratie
Melatonine Fysiologisch Slaaphormoon; aangemaakt bij lichtgebrek 's avonds; zet het
lichaam in rustmodus
Vitamine D Fysiologisch Aangemaakt via UV-licht; nodig voor calciumopname →
botgroei en spiergroei
Myopie (bijziendheid) Fysiologisch Daglicht remt bijziendheid; kinderen die 2–3u/dag buiten
spelen: 50% minder risico
Seizoensdepressie (SAD) Psychologisch Lichtgebrek over langere periode kan leiden tot
seizoensdepressie; behandeling: lichttherapie
Gemoed / welzijn Psychologisch Weinig zonneschijn leidt tot meer vermoeidheid en
depressies in de bevolking
1.2 Groen in de Gebouwde Omgeving
• Fotosynthese: groene planten zetten CO2 + water + licht om in koolhydraten + zuurstof → planten zijn
zelfvoorzienend (autotroof). De chemische formule hoeft niet gereproduceerd te worden, maar de betekenis
en het belang voor mens en omgeving moeten verklaard kunnen worden.
• Zuiverend effect: planten in de bebouwde omgeving filteren CO2-vervuilde lucht
• Reflecterend effect (albedo): groen absorbeert minder zonnewarmte dan verharde oppervlakken →
vermijdt microklimaat / plaatselijke opwarming
• Microklimaat vermijden: verharde oppervlakken geven geabsorbeerde warmte bij afkoeling terug →
omgevingstemperatuur daalt minder snel
, 2. Fysische Kenmerken van Licht
2.1 Spectra: zichtbaar spectrum vs. zonnespectrum
Begriff Golflengte Omschrijving
Zichtbaar spectrum 380–780 nm Deel van het EM-spectrum waarneembaar door het menselijk
oog; bevat alle kleuren van de regenboog
Zonnespectrum 200–3000 nm Zichtbaar licht (380–780 nm) + UV-licht (UVC/UVB/UVA) +
infrarood (IR-A en IR-B)
UV-C 100–280 nm Meest schadelijk; geblokkeerd door ozonlaag
UV-B 280–315 nm Beschadigt buitenste huidlagen (piek 12–15u)
UV-A 315–400 nm Dringt diep in huid; ook verantwoordelijk voor vitamine D
Verschil zichtbaar spectrum vs. zonnespectrum: het zichtbaar spectrum is het gedeelte dat het oog kan
waarnemen (380–780 nm). Het zonnespectrum is ruimer en omvat ook het niet-zichtbare UV- en infraroodlicht
(200–3000 nm).
2.2 Kleurenspectrum (Regenboogkleuren) & Refractie
Kleurenspectrum: wanneer wit licht door een prisma valt, wordt het gebroken (gerefracteerd) en
uiteengevallen in de spectrale kleuren van de regenboog. Dit is een gevolg van lichtbreking of refractie: licht
verandert van richting op het grensvlak van twee verschillende stoffen.
Monochromatisch licht (licht van slechts één golflengte/kleur) valt bij breking niet uiteen in regenboogkleuren,
omdat er geen andere golflengten aanwezig zijn om te scheiden. Een laserstraal is een voorbeeld van
monochromatisch licht.
Toepassingen van refractie/reflectie in architectuur:
• Prismatische beglazing (bv. Baccarat Hotel, New York): breking van licht in regenboogkleuren; glas is
translucent i.p.v. transparant
• Gebrandschilderd glas (bv. Notre Dame du Haut, Ronchamp)
• Lichtplanken, lamellen, lichtkokers: werken via reflectie
2.3 Kleurwaarneming: RGB & Kegeltjes
Het menselijk oog neemt kleur waar via fotoreceptoren in het netvlies:
Fotoreceptor Functie Golflengtegevoeligheid Aandeel
Kegeltjes (kleur) Kleurwaarneming bij Drie types: rood/groen/blauw ~
voldoende licht
ρ-kegeltjes (R) Kleurwaarneming rood Lange golflengten (rood) ~60%
γ-kegeltjes (G) Kleurwaarneming groen Middelange golflengten (groen) ~30%
β-kegeltjes (B) Kleurwaarneming blauw Korte golflengten (blauw) ~10%