- VOLKENRECHT 2025-2026
In bronnenboek
C1: PCJI, Lotus (Frankrijk v Turkije) 1927
H2, H5
wie - Frankrijk
- Turkije
verhaal Het Franse schip Lotus botste op volle zee met het Turkse schip. Acht Turkse
onderdanen kwamen om. Toen de Lotus later in Turkije aankwam,
arresteerden de Turkse autoriteiten de Fransen en vervolgden hen
strafrechtelijk voor doodslag. Frankrijk protesteerde:
- Frankrijk zei: alleen Frankrijk (de vlagstaat van het schip) mocht
berechten.
- Turkije zei: Turkse slachtoffers zijn gestorven, dus Turkije mag ook
jurisdictie uitoefenen.
situering FR: “Staten vervolgen bijna nooit kapiteins van vreemde schepen op volle
zee. Dat bewijst dat het verboden is."
PCIJ: “er is niet voldaan aan de tweede voorwaarde (opinio juris)”. Staten
vervolgen vaak niet (een vermeende internationale gewoonte)
- Iets niet doen ≠ denken dat je het juridisch niet mag doen (opinio
juridisch)
=> LINK H2: opinio juris
45
Staat mag geen macht uitoefenen in eender welke vorm in het territorium van
een andere staat → afdwingingsjurisdictie = verboden
- Turkije mocht niet zomaar in Frankrijk gaan arresteren.
- Maar hier bevond de Franse officier zich op Turks grondgebied →
Turkije kon daar wel optreden.
=> LINK H5: soorten jurisdictie
46
alles wat niet expliciet verboden is door het internationaal recht, is
toegestaan.
=> LINK H5: soorten jurisdictie
Turkije mocht de kapitein berechten omdat het misdrijf (deels) effect had op
Turks grondgebied, en omdat de slachtoffers de Turkse nationaliteit hadden.
=> LINK H5: passief persoonlijkheidsprincipe
Laura De Maeyer
, De eerste en belangrijkste beperking die internationaal recht stelt is dat een
staat geen macht mag uitoefenen in eender welke vorm in het territorium van
een andere staat, tenzij er een toestemmende regel bestaat”
- Je mag geen politieagenten of leger naar een andere staat sturen om
daar jouw eigen prescriptieve jurisdictie af te dwingen
- Als een staat dit principe schendt is dit een inbreuk op de
soevereiniteit
=> LINK H5: afdwingingsjurisdictie
instelling Permanent court of international justice
C2: ICJ, Adv. Op. Reparations for Injuries Suffered in the
Service of the UN (1949)
H3, H4
wie
verhaal De doelstellingen van de VN hielpen bij de interpretatie van haar
bevoegdheden.
=> LINK H3: interpretatie: voorwerp en doel
Het internationaal recht bepaalt zelf welke actoren rechtssubjecten zijn en
welke bevoegdheden zij krijgen.
Vraag in deze zaak: Kon de United Nations zelf een schadevergoeding eisen
van een staat voor schade aan VN-personeel?
- Ja. Hoewel de VN geen staat is, heeft zij internationale
rechtspersoonlijkheid omdat dit noodzakelijk is om haar taken uit te
voeren, zoals het handhaven van internationale vrede en veiligheid.
=> LINK H4: niet-statelijke actoren
situering ICJ
C3: ICJ, Tehran hostages (VS v Iran)
H6, H12
wie - Verenigde Staten
- Iran
verhaal Tijdens de Islamitische Revolutie in Iran bestormde een grote groep radicale
islamitische studenten (de Militants) de Amerikaanse ambassade in Teheran.
Ze gijzelden meer dan 50 Amerikaanse diplomaten en burgers.
De VS stapte naar het ICJ en stelde Iran aansprakelijk voor de schending van
het diplomatiek recht (het absolute verbod om een ambassade te schenden).
situering (Aantal burgers vielen ambassade van VS in Iran binnen, volgens het hof
heeft iran nagelaten om hieraan iets te doen (om de studenten tegen te
houden)
Para 67 ~ Artikel 2 ARSIWA:
- We zien hier: ‘chapeau’ ‘handeling of nalaten’
Laura De Maeyer
, -
Nalaten: “De inactiviteit van de Iraanse overheid (om de ambassade
mensen te helpen) … schendt Irans verplichtingen”
Para 56 ~ Artikel 2[a] [b] ARSIWA:
- Hierin zien we voorwaarden attributie en onrechtmatige daad
- 2a: “in hoeverre ‘acts’ in kwestie toerekenbaar zouden zijn aan de
Iraanse staat”
- 2b: “Verenigbaarheid of onverenigbaarheid met de verplichtingen van
Iran op grond van verdragen … of andere regels van het internationaal
recht”
=> LINK H6: basisprincipes
door goedkeuring te tonen werd de staat aansprakelijk gesteld
=> LINK H6: art 11 ARSIWA
bestorming op eigen initiatief van de studenten, in eerste instantie: niet
toerekenbaar aan staat, maar tijdens uitspraak werd de betoging gepraised:
officiële regeringsverklaring veranderde de juridische aard van de situatie
volledig. Iran ging verder dan het louter tolereren van de studenten; de staat
erkende en adopteerde het gedrag van de private actoren als zijn eigen
gedrag.
later vastgelegd in Artikel 11 ARSIWA
- “Gedrag dat niet toerekenbaar is aan een staat op basis van de
eerdere artikelen, zal desondanks worden beschouwd als een
handeling van die staat onder het internationaal recht indien en voor
zover de staat het betreffende gedrag erkent en aanneemt als het
zijne (acknowledges and adopts).”
Een grootschalige, door een staat gedragen aanval op of gijzeling van
diplomaten (zoals Iran deed in 1979) wordt door juristen en het IGH gezien
als een gewapende aanval op de zendstaat (de VS), wat in theorie het recht
op zelfverdediging activeert.
=> LINK H12: zelfverdediging voorwaarden
instelling ICJ
C4: ICJ, Military and Paramil itary Activities in and against
Nicaragua (Nicaragua v US)
H2, H6, H7, H10, H12
wie - Nicaragua
- Verenigde Staten
situering VS Wil dat internationaal recht niet geldt: probeert de ‘consistentie’ te
ontkrachten; “er bestaat geen consistent gewoonterecht tegen gebruik van
geweld/intervantie in anders staten”
- Hof: “jawel”: internationaal gewoonterecht: geen gebruik van geweld &
internationaal gewoonterecht: geen interventie buiten de landgrenzen
=> LINK H2: state practice
“Door zich te beroepen op uitzonderingen of rechtvaardigingen binnen een
regel … wordt die regel in feite bevestigd en niet verzacht”
Laura De Maeyer