CASUSMETHODE
Bij elke examencasus:
1. Rechtsgrond zoeken. artikel
2. Type bevoegdheid bepalen. art. 3, 4 of 6 VWEU?
3. Bevoegdheidstoedeling toetsen.
4. Subsidiariteit toetsen. waarom EU en niet lidstaten?
5. Evenredigheid toetsen. Geschikt? Noodzakelijk? Proportioneel?
VOORBEELD EXAMENCASUS: LACHGAS AAN BANDEN LEGGEN
Casus: De EU wil een verordening aannemen die de verkoop van lachgas beperkt omdat
verschillende lidstaten problemen ondervinden met recreatief gebruik.
Sommige lidstaten vinden dat de EU zich niet mag mengen en dat elke staat dit zelf moet
regelen.
Vraag: Mag de EU optreden?
STAP 1: RECHTSGROND ZOEKEN
Eerste vraag: Op welk artikel baseert de EU haar optreden?
Rechtsgrond: Art. 114 VWEU
Dit artikel laat de EU toe maatregelen te nemen voor de werking van de interne markt.
STAP 2: TYPE BEVOEGDHEID BEPALEN
Tweede vraag: Welk soort bevoegdheid is dit?
We kijken naar: Art. 4 lid 2 a VWEU
De interne markt is een: gedeelde bevoegdheid
Dat betekent:
EU mag optreden;
lidstaten mogen ook optreden;
maar zodra de EU optreedt wordt de nationale ruimte beperkt.
STAP 3: BEVOEGDHEIDSTOEDELING
,Nu vraag je: Heeft de EU überhaupt bevoegdheid gekregen van de lidstaten?
Antwoord: Ja.
Art. 114 VWEU geeft uitdrukkelijk bevoegdheid om maatregelen te nemen voor de
interne markt.
Dus: Bevoegdheidstoedeling vervuld.
STAP 4: SUBSIDIARITEIT
Nu vraag je: Moet de EU optreden of kunnen de lidstaten dit beter zelf doen?
Art. 5 lid 3 VEU p 626
Twee voorwaarden:
Voorwaarde 1
Kunnen de lidstaten het probleem voldoende zelf oplossen?
Hier: Nee. Als elke lidstaat andere regels heeft over lachgas ontstaat versnippering.
Voorwaarde 2
Kan de EU het probleem beter oplossen?
Hier: Ja. Eén uniforme regeling voor alle 27 lidstaten werkt beter voor de interne markt.
Conclusie subsidiariteit
Vervuld.
STAP 5: EVENREDIGHEID
Nu vraag je: Gaat de EU niet te ver?
Art. 5 lid 4 VEU
Geschiktheid
Kan de maatregel het doel bereiken?
Ja. Beperking van de verkoop kan misbruik verminderen.
Geschikt.
,NOODZAKELIJKHEID
Bestaat een minder ingrijpend alternatief?
Nee. Een uniforme regeling is noodzakelijk.
Noodzakelijk.
EVENREDIGHEID IN STRIKTE ZIN
Wegen de voordelen op tegen de nadelen?
Voordelen:
bescherming volksgezondheid;
betere werking interne markt.
Nadelen:
beperkingen voor verkopers.
Voordelen wegen zwaarder.
Evenredig.
EINDCONCLUSIE
De EU mag optreden omdat:
1. Art. 114 VWEU bevoegdheid geeft.
2. Het gaat om een gedeelde bevoegdheid (art. 4 VWEU).
3. Het subsidiariteitsbeginsel is gerespecteerd.
4. Het evenredigheidsbeginsel is gerespecteerd.
Hoe zou ik dit op een examen schrijven?
De maatregel kan worden gebaseerd op art. 114 VWEU inzake de interne markt. Dit
betreft een gedeelde bevoegdheid overeenkomstig art. 4 lid 2 a VWEU. Aan het
subsidiariteitsbeginsel van art. 5 lid 3 VEU is voldaan omdat de lidstaten het probleem
niet voldoende afzonderlijk kunnen oplossen en een Europese regeling efficiënter is. Ook
het evenredigheidsbeginsel van art. 5 lid 4 VEU wordt gerespecteerd aangezien de
maatregel geschikt, noodzakelijk en proportioneel is. De EU mag dus optreden.
HC1 + OG1 – DE EUROPESE UNIE: EERSTE KENNISMAKING
1. Wat is de Europese Unie?
, De Europese Unie (EU) is een supranationale organisatie van momenteel 27
lidstaten. Ze telt ongeveer 450 miljoen inwoners, heeft 24 officiële talen en beschikt
over een eigen budget, eigen instellingen, een eigen parlement en een eigen rechterlijk
systeem.
De EU is dus veel meer dan een klassieke internationale organisatie waarin staten enkel
samenwerken. Lidstaten hebben namelijk een deel van hun bevoegdheden overgedragen
aan de Unie.
DE LIDSTATEN:
België Frankrijk Litouwen Roemenië
Bulgarije Griekenland Luxemburg Slovenië
Cyprus Hongarije Malta Slowakije
Denemarken Ierland Nederland Spanje
Duitsland Italië Oostenrijk Tsjechië
Estland Kroatië Polen Zweden
Finland Letland Portugal (vroeger VK)
DE TALEN:
Bulgaars Frans Lets Roemeens
Deens Grieks Litouws Sloveens
Duits Hongaars Maltees Slowaaks
Engels Iers Nederlands Spaans
Ests Italiaans Pools Tsjechisch
Fins Kroatisch Portugees Zweeds
ER ZIJN EEN PAAR LANDEN DIE NIET BIJ DE LIDSTATEN VAN DE EU
BEHOREN.
Het Verenigd Koninkrijk (met Schotland, Wales, Noord-Ierland en Engeland) is
uit de EU gestapt door de Brexit.
Zwitserland heeft er nooit bij gehoord, maar werkt wel samen via aparte
verdragen.
Noorwegen zit niet in de EU, maar wel in de Europese Economische Ruimte,
waardoor het meedoet aan de interne markt
(vrij verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal).
DE EU HEEFT GEEN “VASTE MUUR”, MAAR WEL POLITIEKE GRENZEN. AAN
DE OOST- EN ZUIDOOSTKANT LIGGEN O.A.:
Oekraïne
Turkije
De Westelijke Balkan (zoals Servië, Albanië, Noord-Macedonië…)
Deze landen horen nog niet bij de EU, maar sommige willen wel toetreden.
DE LANDEN VAN DE WESTELIJKE BALKAN ZITTEN IN EEN
TOETREDINGSPROCES . DAT BETEKENT:
Bij elke examencasus:
1. Rechtsgrond zoeken. artikel
2. Type bevoegdheid bepalen. art. 3, 4 of 6 VWEU?
3. Bevoegdheidstoedeling toetsen.
4. Subsidiariteit toetsen. waarom EU en niet lidstaten?
5. Evenredigheid toetsen. Geschikt? Noodzakelijk? Proportioneel?
VOORBEELD EXAMENCASUS: LACHGAS AAN BANDEN LEGGEN
Casus: De EU wil een verordening aannemen die de verkoop van lachgas beperkt omdat
verschillende lidstaten problemen ondervinden met recreatief gebruik.
Sommige lidstaten vinden dat de EU zich niet mag mengen en dat elke staat dit zelf moet
regelen.
Vraag: Mag de EU optreden?
STAP 1: RECHTSGROND ZOEKEN
Eerste vraag: Op welk artikel baseert de EU haar optreden?
Rechtsgrond: Art. 114 VWEU
Dit artikel laat de EU toe maatregelen te nemen voor de werking van de interne markt.
STAP 2: TYPE BEVOEGDHEID BEPALEN
Tweede vraag: Welk soort bevoegdheid is dit?
We kijken naar: Art. 4 lid 2 a VWEU
De interne markt is een: gedeelde bevoegdheid
Dat betekent:
EU mag optreden;
lidstaten mogen ook optreden;
maar zodra de EU optreedt wordt de nationale ruimte beperkt.
STAP 3: BEVOEGDHEIDSTOEDELING
,Nu vraag je: Heeft de EU überhaupt bevoegdheid gekregen van de lidstaten?
Antwoord: Ja.
Art. 114 VWEU geeft uitdrukkelijk bevoegdheid om maatregelen te nemen voor de
interne markt.
Dus: Bevoegdheidstoedeling vervuld.
STAP 4: SUBSIDIARITEIT
Nu vraag je: Moet de EU optreden of kunnen de lidstaten dit beter zelf doen?
Art. 5 lid 3 VEU p 626
Twee voorwaarden:
Voorwaarde 1
Kunnen de lidstaten het probleem voldoende zelf oplossen?
Hier: Nee. Als elke lidstaat andere regels heeft over lachgas ontstaat versnippering.
Voorwaarde 2
Kan de EU het probleem beter oplossen?
Hier: Ja. Eén uniforme regeling voor alle 27 lidstaten werkt beter voor de interne markt.
Conclusie subsidiariteit
Vervuld.
STAP 5: EVENREDIGHEID
Nu vraag je: Gaat de EU niet te ver?
Art. 5 lid 4 VEU
Geschiktheid
Kan de maatregel het doel bereiken?
Ja. Beperking van de verkoop kan misbruik verminderen.
Geschikt.
,NOODZAKELIJKHEID
Bestaat een minder ingrijpend alternatief?
Nee. Een uniforme regeling is noodzakelijk.
Noodzakelijk.
EVENREDIGHEID IN STRIKTE ZIN
Wegen de voordelen op tegen de nadelen?
Voordelen:
bescherming volksgezondheid;
betere werking interne markt.
Nadelen:
beperkingen voor verkopers.
Voordelen wegen zwaarder.
Evenredig.
EINDCONCLUSIE
De EU mag optreden omdat:
1. Art. 114 VWEU bevoegdheid geeft.
2. Het gaat om een gedeelde bevoegdheid (art. 4 VWEU).
3. Het subsidiariteitsbeginsel is gerespecteerd.
4. Het evenredigheidsbeginsel is gerespecteerd.
Hoe zou ik dit op een examen schrijven?
De maatregel kan worden gebaseerd op art. 114 VWEU inzake de interne markt. Dit
betreft een gedeelde bevoegdheid overeenkomstig art. 4 lid 2 a VWEU. Aan het
subsidiariteitsbeginsel van art. 5 lid 3 VEU is voldaan omdat de lidstaten het probleem
niet voldoende afzonderlijk kunnen oplossen en een Europese regeling efficiënter is. Ook
het evenredigheidsbeginsel van art. 5 lid 4 VEU wordt gerespecteerd aangezien de
maatregel geschikt, noodzakelijk en proportioneel is. De EU mag dus optreden.
HC1 + OG1 – DE EUROPESE UNIE: EERSTE KENNISMAKING
1. Wat is de Europese Unie?
, De Europese Unie (EU) is een supranationale organisatie van momenteel 27
lidstaten. Ze telt ongeveer 450 miljoen inwoners, heeft 24 officiële talen en beschikt
over een eigen budget, eigen instellingen, een eigen parlement en een eigen rechterlijk
systeem.
De EU is dus veel meer dan een klassieke internationale organisatie waarin staten enkel
samenwerken. Lidstaten hebben namelijk een deel van hun bevoegdheden overgedragen
aan de Unie.
DE LIDSTATEN:
België Frankrijk Litouwen Roemenië
Bulgarije Griekenland Luxemburg Slovenië
Cyprus Hongarije Malta Slowakije
Denemarken Ierland Nederland Spanje
Duitsland Italië Oostenrijk Tsjechië
Estland Kroatië Polen Zweden
Finland Letland Portugal (vroeger VK)
DE TALEN:
Bulgaars Frans Lets Roemeens
Deens Grieks Litouws Sloveens
Duits Hongaars Maltees Slowaaks
Engels Iers Nederlands Spaans
Ests Italiaans Pools Tsjechisch
Fins Kroatisch Portugees Zweeds
ER ZIJN EEN PAAR LANDEN DIE NIET BIJ DE LIDSTATEN VAN DE EU
BEHOREN.
Het Verenigd Koninkrijk (met Schotland, Wales, Noord-Ierland en Engeland) is
uit de EU gestapt door de Brexit.
Zwitserland heeft er nooit bij gehoord, maar werkt wel samen via aparte
verdragen.
Noorwegen zit niet in de EU, maar wel in de Europese Economische Ruimte,
waardoor het meedoet aan de interne markt
(vrij verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal).
DE EU HEEFT GEEN “VASTE MUUR”, MAAR WEL POLITIEKE GRENZEN. AAN
DE OOST- EN ZUIDOOSTKANT LIGGEN O.A.:
Oekraïne
Turkije
De Westelijke Balkan (zoals Servië, Albanië, Noord-Macedonië…)
Deze landen horen nog niet bij de EU, maar sommige willen wel toetreden.
DE LANDEN VAN DE WESTELIJKE BALKAN ZITTEN IN EEN
TOETREDINGSPROCES . DAT BETEKENT: