Financiele Analyse van de Onderneming
Universiteit Gent - Handelswetenschappen
Examenformaat:
20 meerkeuze (10 punten) + open vragen (10 punten) = 20 punten
Duur: 2 uur — Geen open boek
Meebrengen: T10-13 (zelf afdrukken) — Krijg je: T2, T5, T6
Geen cesuur — elk punt telt
Kleurenlegende
Theorie
Theorie — kernbegrippen en definities (max 1 pagina per thema)
Vraag
Examenvraag — meerkeuze of open vraag
Antwoord
Correct antwoord met volledige redenering
Examentip
Examentip — strategie of aandachtspunt voor het examen
Prof benadrukt
Uitspraak of nadruk van de prof in de les
Discord
Discord-signaal — student discussies na examen
, THEMA-FREQUENTIETABEL — gebaseerd op examens 2016-2025
Analyse van 8+ examenjaren (2016-2025) inclusief Discord post-examen reconstructies. Kleurcode: rood = elk jaar, oranje =
regelmatig, geel = af en toe.
Thema Frequentie (8 Examentip
examens)
Cashflow (Tabel 4.1) — 8/8 — elk jaar, verplichte Start examen altijd met volledig invullen
operationele CF, klassieke CF, vrije kennis van Tabel 4.1 — gratis punten
kasstroom
NBK / NBKB / Nettokas — 8/8 — elk jaar, verplichte Leer de formule: NBK = NBKB + Nettokas.
definities en relatie kennis Elk jaar MC en/of open vraag
Bron en aanwending van vermogen 8/8 — elk jaar, verplichte Stijging actief = aanwending; daling
kennis actief = bron. Omgekeerd voor passief
Financiele hefboommultiplicator & 8/8 — elk jaar, verplichte Tabel 6.6 en 6.8 kennen. Onderscheid
graad — berekening + interpretatie kennis multiplicator vs. graad is examenval
Rendabiliteit van EV & TA — ratio's 7/8 — elk jaar, verplichte Verband = hefboommultiplicator x
en verband kennis rendabiliteit TA = rendabiliteit EV
Toegevoegde waarde — TW origine 7/8 — elk jaar, verplichte Niet-kaskosten worden afgetrokken en
& verdeling (Tabel 5.1/5.2) kennis hertoegevoegd — ken het onderscheid
Liquiditeitsratio's — current ratio, 7/8 — elk jaar, verplichte Current ratio > 1 is niet automatisch
acid test, nettokas interpretatie kennis goed — te hoog kan ook probleem zijn
Solvabiliteitsratio's — schuldgraad, 6/8 — regelmatig, grote Solvabiliteit = LT bescherming
zelffinancieringsgraad, dekking VV kans schuldeisers. Ken welke ratio bij welk
risico
Break-even & operationele 6/8 — regelmatig, grote Hoge GOH = hoge vaste kosten = hoog
hefboom (Tabel 6.1/6.2/6.3) kans bedrijfsrisico. Ken de grafiek
Leverancierskrediet / 6/8 — regelmatig, grote CCC = dag voorraad + dag klanten - dag
klantenkrediet / CCC kans leveranciers. Verkorten = beter
Kasstroom uit (des)investeringen 5/8 — regelmatig, grote Minderwaarden zijn geen reele
(Tabel 4.4) kans kasinkomst: worden afgetrokken
Kasstroom financiering VV & EV 5/8 — regelmatig, grote Tabel 4.6 wordt regelmatig als open
(Tabel 4.5/4.6) kans vraag gevraagd — ken de structuur
Structuurpercentages & 5/8 — regelmatig, grote Negatief indexcijfer overgedragen winst
indexcijfers (horizontaal/verticaal) kans = verlies dat jaar
BTW per werknemer via 3 5/8 — regelmatig, grote BTW/WN = BTW-marge x rotatie vaste
parameters (Tabel 5.5) kans BA x vaste BA per WN
Falende vs. lopende 4/8 — af en toe, ken de Ken de 4 typeprofielen: groeiend, stabiel,
ondernemingen (Tabel 4.7) basis achteruitgaand, failliet
Notionele interestaftrek — 3/8 — af en toe, ken de NIA stimuleert EV-financiering. Nooit als
definitie en effect basis open vraag, soms MC
Verkorte vs. volledige jaarrekening 3/8 — af en toe, ken de Ken de drempelwaarden: omzet 9M,
— criteria basis balanstotaal 4,5M, personeel 50
Examentip
Strategie: doe open vragen (tabellen) eerst — gratis punten. MC nadien. Geen giscorrectie vermeld op
recente examens — vul alles in.
,Prof benadrukt
Ze vraagt ALTIJD volledig tabel geven met omschrijving EN codes. Hokje per hokje gecheckt bij
nakijken. Volgorde van rubrieken telt.
, THEMA 1 — CASHFLOW & KASSTROMENANALYSE
Theorie — Tabel 4.1 (Cashflow)
TABEL 4.1 — CASHFLOW VAN HET EIGEN VERMOGEN (na belastingen)
Cashflow van het EV na belastingen
= Nettoresultaat na belastingen (9904)
+ Niet-kaskosten van bedrijfsaard (630+631/4+635/8+660)
- Niet-kasopbrengsten van bedrijfsaard (760+761)
+ Afschrijvingen en waardeverminderingen op vlottende activa
- Terugneming waardeverminderingen op vlottende activa
Klassieke cashflow = Nettoresultaat + Afschrijvingen + WV (eenvoudig)
Operationele cashflow = Cashflow EV + Financiele kosten VV (9134)
(FKVV worden teruggevoegd omdat ze niet operationeel zijn)
TABEL 4.1 volledige structuur:
(1) Cashflow EV na belastingen
(2) Verandering NBKB (positief = verslechtering; negatief = verbetering)
(3) Kasstroom uit operaties = (1) + (2)
(4) (Des)investeringen in vaste activa [zie Tabel 4.4]
(5) Vrije kasstroom voor onderneming = (3) + (4)
(6) Financiering met financieel VV [zie Tabel 4.5]
(7) Financiering met extern EV [zie Tabel 4.6]
(8) Dividenduitkering (9904 - stijging reserves - stijging overgedragen winst)
(9) Vrije kasstroom ter beschikking van de houders van het EV = (5)+(6)+(7)-(8)
(10) Nettokas begin boekjaar
(11) Eindkas = (9) + (10)
Prof benadrukt
Altijd de VOLLEDIGE tabel geven met omschrijving en codes. Ze kijkt hokje per hokje. Elke rij in de juiste
volgorde.
Examentip
Niet-kaskosten = afschrijvingen, waardeverminderingen, voorzieningen. Die worden OPGETELD bij
nettoresultaat want ze verminderden winst maar zijn geen kasuitgave.
Examenvragen — Tabel 4.1 / Cashflow
Welk verschil is er tussen de klassieke cashflow en de operationele cashflow?
Optie Juist/Fout Waarom
A Uitgekeerde dividenden FOUT Dividenden zitten
niet in het verschil
tussen klassiek en
operationeel.
B Betaalde intrest (FKVV) JUIST Operationele CF =
Klassieke CF + FKVV.
FKVV worden
teruggevoegd bij