UITGEBREIDE EDITIE — Modellen, Persuasie, Corporate
Communicatie, Crisiscommunicatie, Social Media + 25
Oefenvragen
Complete Examenvoorbereiding — Premium Editie
Versie: 2026 — UITGEBREIDE PREMIUM EDITIE
Geschikt voor: HBO Communicatie, Journalistiek, Media, Marketing
Inhoud: Communicatiemodellen + persuasie + corporate + crisis + social media + 25 oefenvragen
Omvang: 30+ pagina's
⭐ Geslaagd? Laat een review achter op Stuvia!
DEEL 1: COMMUNICATIEMODELLEN
1.1 Lasswell — Wie zegt wat?
WHO → says WHAT → in which CHANNEL → to WHOM → with what EFFECT?
Zender → Boodschap → Medium → Ontvanger → Effect
→ Lineair model (eenrichtingsverkeer)
→ Basis van alle communicatiemodellen
1.2 Shannon & Weaver — Transmissiemodel
Bron → Zender → Kanaal → Ontvanger → Bestemming
↑
RUIS (noise)
3 soorten ruis:
- Technisch: slechte verbinding, geluidsoverlast
- Semantisch: woord wordt anders begrepen
- Effectief: boodschap heeft niet gewenst effect
1.3 Schramm — Interactief Model
Zender ←→ Ontvanger
Coderen: gedachte → boodschap (taal, beeld)
Decoderen: boodschap → interpretatie
Feedback: reactie van ontvanger terug naar zender
Referentiekader:
Zender en ontvanger interpreteren op basis van eigen ervaring
→ Overlap in referentiekader = betere communicatie!
, 1.4 Overzicht Modellen
Model Type Kernidee
Lasswell Lineair 5 W-vragen
Shannon & Weaver Lineair Ruis verstoort communicatie
Schramm Interactief Feedback, referentiekader
Watzlawick Relationeel "Je kunt niet NIET
communiceren"
Schulz von Thun 4 niveaus Elke boodschap heeft 4 kanten
1.5 Schulz von Thun — 4-Oormodel
Elke boodschap heeft 4 kanten:
1. ZAKELIJKE inhoud: wat zeg ik? (feiten)
2. EXPRESSIE: wat zeg ik over MEZELF? (gevoelens)
3. RELATIE: wat vind ik van JOU? (hoe sta ik tegenover jou)
4. APPÈL: wat wil ik dat JIJ DOET? (oproep tot actie)
Voorbeeld: "Het is koud hier"
Zakelijk: de temperatuur is laag
Expressie: ik heb het koud
Relatie: jij zou er iets aan moeten doen
Appèl: doe het raam dicht!
1.6 Watzlawick — 5 Axioma's
1. Je kunt niet NIET communiceren
(ook zwijgen is communicatie!)
2. Elke communicatie heeft een inhouds- en betrekkingsniveau
(WAT je zegt + HOE je het zegt)
3. Communicatie wordt bepaald door interpunctie
(wie begon? oorzaak-gevolg)
4. Mensen communiceren digitaal (woorden) en analoog (non-verbaal)
5. Communicatie is symmetrisch (gelijkwaardig) of complementair (ongelijk)
DEEL 2: OVERTUIGEN EN PERSUASIE
2.1 Cialdini — 7 Beïnvloedingsprincipes
Principe Beschrijving Voorbeeld
Wederkerigheid Geef iets → ontvanger voelt Gratis sample → kopen
verplichting
Commitment & consistentie Eenmaal ja → blijven ja zeggen Kleine vraag → grote vraag
Sociale bewijskracht Anderen doen het ook → ik ook "Bestseller", reviews
Sympathie Aardig → meer geneigd te Aantrekkelijke woordvoerder
luisteren
Autoriteit Expert zegt het → geloven Dokter in reclame