HOOFDSTUK 1: WAT IS SOCIALE PSYCHOLOGIE?
o Invloed van anderen op individueel gedrag
o Gedrag van individuen met, tegen & voor elkaar
• Gedrag = covert en overt
o Overt = openlijk – direct waarneembaar door anderen (praten & huilen)
o Covert = verborgen – nier uiterlijk waarneembaar = alleen de handelende persoon
kan dit waarnemen (denken & voelen)
• Vooral “normaal” gedrag (soms problematisch gevonden)
Afspraken schenden straffen en afspraken volgen belonen = meest efficient
• Vooral straffen heeft effect voor efficientie
o Goed gedrag belonen = “ik vind het tof dat je dit doet” MAAR het is ook
vanzelfsprekend
o Overtreden straffen = laten merken dat de normen geschonden worden
• Vooral belonen heeft effect voor onderlinge relaties
Verschil wetenschappelijke studie intuïtieve mensenkennis
→ Verschil ≠ noodzakelijk…
• Motieven voor kennisverwerving (zijn dezelfde)
• Inhoud (kan gelijk zijn of verschillen)
→ verschil WEL… de manier van kennis verwerven
• Afgesproken methodes onderzoek
o Conceptuele/operationele definitie varaiabelen
o Vaststellen van verband tussen veriabelen
• Reflectie op kennisverwerving
• Empirische cirkel
1
,METHODES VAN SOCIAALPSHCHOLOGSICH ONDERZOEK:
ZELFBESCHRIJVINGEN:
• Gebruikt bij onderzoek over:
o Coverte gedragingen
o Coverte gedragsmechanismen
o Relatief zeldzaam gedrag, zeldzame omstandigheden
• Voordelen:
o Vragen te stellen over eender wat
o Weinig arbeidsintensief
o Uitvoering uitbesteed- en automatiseerbaar
Voorbeeld: morele normen & keuzes:
• Welke waarden & normen koesteren mensen?
• Welke prioriteit daarbinnen?
• Allerlei waardenvragenlijsten
• Vaststelling: centraal in menselijke interactie
o Anderen geen schade berokkenen
o Anderen in nood helpen
Problemen vragenlijsten & intervieuws:
• ecologische validiteit = de mate waarin een onderzoek mensen confroteert met een soort
situatie die ze in het gewone leven zouden kunnen tegenkomen, zo kan deze info iets
zeggen over hoe ze zich in het gewone leven zouden gedragen
• vragen over eender wat → relevantie ‘echte’ leven?
• Gebrek aan ecologische validiteit:
• Irrelevanten ‘inzichten’
= komt in dagelijks leven eigenlijk niet voor
• Vertekeningen door subtiele kenmerken vraag
= te diep ingaan op de vraag waardoor je anders gaat antwoorden
VOORBEELD DEMO:
Je staat op spoorwegbrug
• Je ziet: werkwagentje op spoor op hol geslagen
• Als je niets doet: rolt naar 5 spoorarbeiders
→ allen zullen sterven
• Als je iemand van brug duwt: blokkeert
→ persoon sterft, 5 arbeiders gered
Wat bij conflict belang enkeling – grotere groep?
• ‘Wissel’: Meesten: ja
• ‘Brug’: Meesten: neen
→ Beide = 5 doden door ‘noodlot’ of 1 gekozen door jou
• Zelden dilemma individueel-groepsbelang → vaken belang van ander vs eigen belang
• Inconsistentie doordat ≠ aspecten van aandacht trekken
o Wissel → lijden van 1 versus 5 mensen centraal (ze zijn allemaal inwisselbaar,
allemaal gelijk)
2
, o Duwel → lijden van 1 (geduwde) slachtoffer centraal (hoort niet tot dezelde groep
dus we zijn geneigd om deze persoon te sparen)
➔ 1 persoon centraal = heel bekommerd zijn om deze persoon
= ook zo bij goede doelen
→ 1 slachtoffer zien = eerder helpen
→ We zien ons geld niet graag naar een grote pot gaan waar meerdere anonieme slachtoffers
van genieten
PROBLEMEN VRAGENLIJSTEN & INTERVIEWS: ECOLOGISCHE VALIDITEIT
• Vragen over eender wat → Relevantie ‘echte’ leven?
• Gebrek ecologische validiteit
➢ Irrelevante ‘inzichten’
➢ Vertekeningen door + subtiele kenmerken vraag
• Voorbeeld demo:
o Zelden dilemma individueel-groepsbelang…Vaker belang van ander vs eigenbelang!
o Inconsistentie doordat ≠ aspecten aandacht trekken
▪ Wissel → lijden van 1 versus 5 mensen centraal
▪ Duwen→ lijden van 1 (geduwde) slachtoffer cent
PROBLEMEN VRAGENLIJSTEN & INTERVIEUWS: PROBLEMATISCHE AANNAMES
Veronderstelling Probleem
We weten wat we doen… Geheugen/aandacht
… en waarom Geheugen/aandacht
We willen dat meedelen Sociale wenselijkheid
Zelfbeschrijving niet altijd nutteloos
• Hypothesen genereren
• Bestudeerd gedrag IS soms zelfbeschrijving
• Rol sociale werkelijkheid – gedragsdomein
• Invloed sociale normen & geheugenproblemen door strategische vraagstelling te omzeilen
CORRELATIONEEL ONDERZOEK:
• 2 of meer variabelen meten
• Berekenen of ze samen varieren
• Kans berekenen dat samenhang toevallig is
• Meestal tussen -1 & 1
o 1 = Hogere score op de ene = hogere score op de andere
o 0 = geen samenhang
o -1 = hogere score op de ene = lagere score op de andere
Voordelen:
• Gebruikt natuurlijke variatie (ethiek)
• Correlaties tussen eender welke metingen
3
, Mogelijke betekenis van correlatie:
Mogelijke valkuil bij correlaties: geen causale conclusie mogelijk
! Correlatie zegt:
• Iets over sterkte verband
• Niets over aard van het verband
Toch vaak causale interpretatie → onterechte conclusies
HOOFDSTUK 2: EXPERIMENTEEL ONDERZOEK
EXPERIMENT: PRINCIPE & TERMINOLOGIE
Doel = oorzakelijk verband toetsen → predictie toetsen: ‘oorzaak’ → ‘gevolg’
• Je kan niet nagaan hoe vaak iets voorkomt
• Werkwijze:
o Systematische variatie aanbrengen in oorzaak
o Andere bronnen van variatie in gevolg constant houden
o Variatie meten in gevolg
• ‘Oorzaak’ = onafhankelijke variabelen
o Onafhankelijke variabelen varieren = manipuleren
o Variaties in onafhakelijke variabele = condities
• ‘gevolg’ = afhankelijke variabele → deze wordt gemeten
o Hangt af van onafhankelijke
• Statisctische analyse: verschil condities significant?
o Effect niet vinden ≠ zeggen dat het er niet is
HOE ALLES BEHALVE ONAFHANKELIJKE VARIABELEN CONSTANT HOUDEN?
• Alles behalve manipulatie constant houden:
o Verbaal en non-verbaal gedrag proefleiders
o Omgeving = in dezelfde ruimte blijven
o Situatie = moeilijk om alles in stand te houden
o Gebeurtenissen = zo snel mogelijk alle deelnemers achter elkaar, om te vermijden
dat er gebeurtenissen gebeuren die gedrag deelnemers beinvloeden
▪ Ongeveer ophetzelfde tijdstip
4