EUROPESE WIJSBEGEERTE- EEN HISTORISCHE INLEIDING
INTRODUCTIE
Inhoud en opbouw
o oudheid
o middeleeuwse filosofie
o moderniteit
o einde moderniteit
o wetenschapsfilosofie
o antropologie
o hermeneutiek
Structuur HB
o inleiding
o deel I: de lotgevallen van de filosofische rationaliteit
Oudheid
Middeleeuwen
Moderniteit
Einde van de moderniteit?
o deel II: wijsbegeerte als historisch-hermeneutische wetenschap
ontstaan van de hermeneutiek als wetenschap
het historische verstaan in de geesteswetenschappen
o uit-leiding: is dit het einde?
INLEIDING (PRELIMINARIA)
PLATO’S GROT
filosofie vertrekt vanuit de verwondering
o besef dat wereld niets is wat ze lijkt
actief en passief
wereld is vooraf geordende structuur
‘tweede natuur’ wordt het voorwerp van kritische reflectie
“waarom?” “daarom!” vs. de blik van het kind
o Nietschze; kind op strand bouwt zandkasteel
Altijd zelfde proces: maken met plezier kasteel kapot: ontstaan en
vergaan
Mensen: zien niet in dat het ‘maar een structuur, maar een
bouwsel’ is
Kind: enige wezen dat vanuit totale vrijheid kan creëren en
vernietigen
Plato’s grot
o Dagelijkse leefwereld wordt vergeleken met een grot:
Enkele mensen zitten vastgeketend tegen een muurtje met zicht op
een vlakke wand.
Op de vlakke wand zien ze schaduwen gevormd door voorwerpen
en een vuur achter het muurtje.
1
, Ze beschouwen deze schaduwen als de enige ware werkelijkheid.
o Eén van de grotbewoners wordt met geweld losgemaakt:
Hij wordt gedwongen de werkelijkheid achter het muurtje te leren
kennen.
Hij ontdekt als eerste de ‘ware’ voorwerpen.
Hij verlaat de grot en ontdekt de zon.
o De grotbewoner probeert zijn medemensen vol enthousiasme van zijn
ontdekking te overtuigen:
De andere grotbewoners zijn bang omdat ze vernemen dat hun
leven zich afspeelt in een schaduwwereld.
In plaats van de werkelijkheid en haar consequenties zelf aan te
nemen, kiezen ze voor de verderzetting van hun geruststellend
bestaan.
=> De bevrijdde grotbewoner is een metafoor voor de filosoof:
De filosoof is in de hoogste mate op de wereld betrokken, desondanks dat
hij als dromerig getypeerd wordt.
Zijn gedachtegoed blijft mogelijks onbegrepen door de massa uit angst
voor de consequenties
o Filosofie heeft te maken met het moment van betekenisverlies
Wordt geboren uit de verwondering, we maken iets mee
(vervreemding) waardoor we zaken in een ander licht gaan zien
Moment van vervreemding
o Het gewone wordt als vreemd gezien
o Het gegevene wordt ter discussie gesteld
Mens heeft capaciteit om:
o Afstand te nemen van de onmiddellijke situatie
o Het vanzelfsprekende op zijn geldigheid te
onderzoeken
Cornelis Verhoeven: ‘Alleen wat
vanzelfsprekend is, wordt niet overdacht.’
Alles behalve vanzelfsprekende zaken,
kunnen een onderwerp van de
verwondering zijn.
Zelfs het vanzelfsprekende loopt het
risico ooit als verwonderlijk ervan te
worden.
o Wat is het voorwerp van de verwondering?
Alles kan in twijfel worden getrokken
Filosofie bestudeert werkelijkheid
Wat is deze werkelijkheid?
o Symbolic/ symbolische orde; wereld die al
voorgegeven is door anderen, =/ realiteit symbolic
is tweederangs, waar mensen automatisch in terecht
komen
o Hoe ziet de werkelijkheid eruit zonder taal?
= begin van vele disciplines, maar verder weinig belang
2
, Wetenschapper zoekt naar zekerheid vanuit zijn
verwondering
De dichter laat het mysterie bestaan en constateert enkel de
verwondering
De religieuze mens zoekt het antwoord op de verwondering
in religieuze riten en symbolen
In de filosofie is de verwondering zowel het beginpunt alsook de
leidraad
FILOSOFIE EN IDEOLOGIE
filosofie = wetenschap
o houdt zich aan normen en standaarden van de wetenschap
argumentatie (om bewering te steunen)
technisch vocabularium
stelling poneren (over werkelijkheid)
verwondering blijft in het spel
o verwondering overwinnen zonder ze te miskennen/ neutraliseren
o = verschil met andere wetenschappen
o Filosoof moet met bepaalde kwetsbaarheid blijven handelen
o filosofie stelt zich open opdat verworven inzichten altijd opnieuw
aangevochten kunnen worden
o ruimte voor kritiek en vragen
vs. Ideologie (<-> filosofie)
o geen ruimte voor vragen of kritiek
o definitieve zekerheden
o conservatief (houdt vast aan status quo/ bestaande toestand)
o bestaan wordt geordend
DE HISTORICITEIT VAN DE FILOSOFIE
Wat betekent het voor de filosofie om historisch te zijn?
o Elke vraag is historisch bepaald
o Antwoord kan verschillen naargelang tijdsperiode
spatio-temporele context
o vragen en antwoorden veranderen voortdurend
Vb. slavernij (maatschappelijke consensus nu bereikt)
Vb. dierenrechten (nieuw thema)
filosofie is wezenlijk historisch
o Hegel: “Die Philosophie ist ihre Zeit in Gedanken erfasst.”
Filosofie is altijd een weergave van de tijdsgeest
We zien alles als een kind van de tijd, een product van de tijd
dus
ook de interpretatie is historisch bepaald, elke interpretatie of verklaring =
resultaat van bestaanscontext
3
, o De context beïnvloedt de interpretatie van een ervaring
o De interpretaties (uit het verleden) van een ervaring beïnvloeden ook de
context
o De interpretatie van een ervaring is ook een historisch gesitueerde
opvatting van de huidige context
Geschiedschrijving= reconstrueren gehistoriseerd object, én historiciteit object
o Tot eind 19de E: enkel verstaan hoe een historisch object in zijn historische
context werd beleefd
o Vanaf eind 19de E: ook historisering van het subject
EXAMENVRAAG
Wat is de ‘spatio-temporele context’ van de filosofie?
De filosofie wordt cultureel bepaald en verschilt dus in tijd en ruimte. (steeds
veranderende bestaanscontext die telkens nieuwe vragen + antwoorden opwekt)
EEN FILOSOFISCHE CANON?
WERELDBEELDEN
Wereldbeelden
o : elke tijd, cultuur, heeft een specifieke zienswijze die fungeert als kader
waarbinnen de wereld verschijnt
o = strategieën om wereld beheersbaar te maken
Zichzelf een plaats toekennen in het universum
Vreemde/ bedreigende neutraliseren
Verleden interpreteren
Heden ordenen
Verwachtingen vormen voor toekomst
bestaanshorizon waarin we zijn ‘geworpen’
o we vinden dit vanzelfsprekend, meestal onopgemerkt proces
o geworpenheid> Heidegger
voor ons gekozen
o je wereldbeeld heb je niet zelf uitgevonden, je wordt er in geworpen, en dit
wereldbeeld is bepalend voor de manier waarop de werkelijkheid aan jou
verschijnt
geforceerd
niet bewust gekozen + niet gemakkelijk om er van af te
raken
slechts gedeeltelijk expliciteerbaar
veranderlijk:
o door duidelijke breuklijnen tss oud en nieuw
revoluties
avant-garde
breuken
vb oudheid en nieuw, moderniteit, renaissance
o perspectief op verleden, heden en toekomst veranderen
wijsbegeerte vs. wereldbeeld
4